terug

wim kranendonk info & contact

 

 

DEELNEMENDE TEKENAARS

alle presentaties tot dusver

 

 

 

MARIJN AKKERMANS

woont en werkt in Amsterdam – Marijn Akkermans tekent menselijke figuren die zich niet snel prijsgeven aan de blik van de kijker. Vanuit witte ruimten lijken zij langzaam vorm aan te nemen: hun contouren verdubbelen, herhalen zich, veranderen en begrenzen schaduwvelden waarvan de transparante tonen nabijheid en diepte suggereren. Zelfs het beeldvlak lijkt daar aanwezig: een scherm, een gordijn dat vóór een tweede, een derde scherm schuift en er zijn schaduw op werpt. Abrupte openingen (in welk oppervlak? Welke huid?) onthullen roodgekleurde fragmenten – een heimelijk oor, het oog van een voyeur. Alsof de waarneming zowel van binnen als van buitenaf gericht is op een gat dat terugkijkt …

RON AMIR

woont en werkt in Rotterdam – Ron Amir maakt grote houtskooltekeningen. Het diepzwarte, in het papier gewreven houtskoolpoeder absorbeert niet alleen het licht, maar ook de blik van de kijker. De forse formaten dragen ertoe bij dat men zich moeiteloos kan verliezen in een universum vol duistere, droomachtige beelden. We zien oorden waar apocalyptische rampen hebben gewoed, roerloos verzonken in nachtelijke stilte. We zien de doden, de zondvloed, een huis in vlammen: het theater van de ondergang.

STEVEN BAELEN

woont en werkt in Gent – Steven Baelen toont digitale tekeningen gebaseerd op beelden uit zijn krantenarchief. Beelden van vervlogen realiteit, ontbonden, getransformeerd, voortgezet in een virtuele structuur van lijnen en spijkervormige streepjes – ijle elementen die veelvuldig werden herhaald, verdicht, gefilterd en veranderd. Wat rest is een vreemde visuele orde (en wanorde), ver verwijderd van wat fotografisch was vastgelegd. Toch draagt die verwijdering een herinnering met zich mee: er verschijnen nog schimmen van bijna, maar net niet herkenbare gestalten, echo’s van een wereld als in Plato’s grot.

SHARON VAN DEN BERG

woont in Amstelveen, werkt in Ouderkerk aan de Amstel – De hier getoonde werken maken deel uit van een grotere serie, waarin Sharon van den Berg herinneringen aan situaties uit haar jeugd verbeeldt. De gekozen vorm is die van een oude beeldencyclopedie en suggereert duidelijkheid, terwijl de tekeningen zelf enigmatisch zijn. We zien ontheemde objecten en stille plaatsen, een toneel zonder personages. Maar juist in wat afwezig is (wat zich onttrekt aan de blik van de kijker) schuilt het onvatbare van een vroeger leven: de geur van kaarsen, een gesloten hek, de stem van een grootmoeder.

EMMY BERGSMA

woont en werkt in Zwolle – het werk van Emmy Bergsma begint met terloopse observaties en gedachten omtrent plantaardig leven. Tijdens het tekenen nemen zij de gedaante aan van betekenisvolle beelden, met motieven die zouden kunnen figureren in een oude mythologie. Er is de ontembare kracht van de groei, er is een boom die het donker vasthoudt, er is een oneindig schaduwrijk, een onderwereld vervlochten met al onze wortels. En dan is er nog het verhullen, bedekken, overwoekeren van menselijke ordening, ook waar het gaat om een tuin: aanzwellend kleurveld in duistere aarde met een gesloten, afgekeerd huis.

MARGO VAN BERKUM

woont en werkt in Zeist – met hun kleine formaten, zachte grijstinten en evocaties van schemerdonkere ruimten maken deze tekeningen het kijken tot een intieme ervaring. Bijna vergeten sensaties lijken zij op te roepen, herinneringen aan een waarneming in afwezigheid van taal. De zichtbare dingen zijn verbeeld zoals zij verschijnen voordat er woorden of functies aan worden toegekend, voordat zij identiteit aannemen. Het zijn de momenten van verwondering, waarin het denken nog tast in het duister en het licht (is het lamplicht? maanlicht?) naar binnen valt in stille kamers, over lege muren, onzekere tafels, langs de schaduwen van het onbekende.

BERNADETTE BEUNK

woont en werkt in Amsterdam – de werkwijze van Bernadette Beunk is langzaam en systematisch. Desondanks, of juist daardoor, lijken haar tekeningen een onmiddellijk appel te doen op de zintuigen. Meer dan om waarnemen gaat het om gewaarworden – een fluistering in het oor, een schittering in het oog, een prikkeling op de huid. Parallelle en steeds van richting veranderende lijntjes doen denken aan rimpelingen in de atmosfeer. Meervoudige kleurvormen en slingerende stippelsporen dansen als nabeelden over het netvlies. In haar laatste tekeningen lijkt iets nieuws te gebeuren: een heldere ruimte, golvende kleurvelden, ruitstructuren, verwondering.

MIMI VAN BINDSBERGEN

woont en werkt in Arnhem – haar materiaal is het zachte pastelkrijt: puur pigment, intens van kleur waar het tot dichte vlekken werd gewreven, sluiers vormend waar dun uitgeveegd. Geen fijne details in dit werk: grote, stevige lijnen herinneren aan de kracht en de aarzeling van het tekenend gebaar. Het poederachtige materiaal, de onzuivere vlek, de grillige beweging, de aangetaste vorm maken van elke tekening een landschap, ook wanneer geen landschap is voorgesteld. Zelfs de menselijke figuren hebben lichamen als imaginaire landschappen.

NOËLLE CUPPENS

woont en werkt in Amsterdam – de tekeningen tonen fragmenten van situaties die vertrouwd aandoen – een balkon met bloemen, een tuin of park, een kas met planten. De spaarzame vormen, lijnen, motieven en tekens hebben een lichte en bijna terloopse intensiteit, die het resultaat lijkt van wie weet hoeveel voorafgaande transformaties. Veel werd daarbij weg- of achtergelaten, bijvoorbeeld de aanduiding van plaats, context, omgeving. Toch hebben die afgestoten delen van de zichtbare wereld hun sporen nagelaten: ze zijn overal spookachtig aanwezig. Zelden ziet men een leegte die zo veel laat vermoeden. 

ANNEMIEKE DANIELS

woont en werkt in Arnhem – haar portretten, inktzwart op wit papier, zijn indringend en ingehouden tegelijk. Duidelijk als grafische tekens, maar niet eenduidig: de vormen zijn zacht en asymmetrisch. Sterke, brede lijnen worden soms begeleid door meer beweeglijke of bescheiden lijnen, die een lichter tegenwicht vormen. Op alle bladen heersen uitersten: licht en zwaar, zwart en wit, eenvoud en kracht, volheid en leegte, nadruk en stilte.

SANNE DIJKSTRA

woont en werkt in Amsterdam – de tekeningen van Sanne Dijkstra bestaan uit kalligrafische lijnen en vlekken, spatten, tekens, op onmiddellijke wijze neergezet in vloeibare zwarte inkt. Zij staan met onherroepelijke directheid op het witte papier: er is geen plaats voor aarzeling, geen tijd voor herbezinnen, tekenen is hier een zaak van alles of niets. Elk blad toont een nieuw gebaar, een ander ritme, een onvermoede waarneming, een zeldzaam moment in de vlottende gang van dagen en seizoenen.

ADA DISPA

woont en werkt in Nijmegen – de tekeningen van Ada Dispa doen denken aan kleine, humoristische verhalen. Maar het zijn verontrustende personages die zij opvoert: wanhopige clowns, obscene duivels, schemerfiguren met lichamen van hout, een gevaarlijk infantiele demiurg. Over kleurexplosies en lijnensluiers dringen soms woorden binnen, geschreven in grote letters – zij roepen iets dat urgent, belangrijk, bezwerend is. En toch voelt men vreugde bij dit werk: wat in het leven angst, huiver, ontzag opwekt, vertoont zich hier (in de vrije ruimte van de kunst) met de lichtvoetigheid van een feestelijke maskerade.

ADRIAAN VAN ESVELD

woont en werkt in Velp – Adriaan van Esveld behoort tot de eerste deelnemers aan de Galerij van de tekenkunst, aan wie expliciet gevraagd werd tekeningen te tonen die niet waren bestemd om te exposeren, om zo de ‘achterkant’ van de kunst zichtbaar te maken. Hij toont studies die ontstaan als ‘eerste idee’ voor zijn grafisch werk en schilderijen, maar die soms toch als tekening al helemaal ‘af’ blijken te zijn, waardoor zij op een gelukkige manier aan hun doel voorbijschieten.

CATHELIJN VAN GOOR

woont en werkt in Amsterdam – in de series Rare Digital Phenomena en My Digital Backyard verbeeldt Cathelijn van Goor de visuele verschijning van een technologische realiteit die zich onherroepelijk lijkt te onttrekken aan menselijke controle. Het werk toont een veelheid van onkenbare fenomenen: geaderde schermen, gestolde stromen, kristallen van buitenaardse schoonheid. De ontketende virtuele fantasmagorieën worden hier zowel opgeroepen als bezworen – hun gevaarlijke, inhumane vreemdheid verdwijnt in de zachte arceringen, de textuur van het materiaal en de warmte van de tekening.

LENNEKE VAN DER GOOT

woont en werkt in Amsterdam – het werk van Lenneke van der Goot suggereert ruimten die toegankelijk zijn, begaanbaar zelfs, maar die de kijker geen houvast bieden. Zwart en wit, zoals het landschap van de maan, worden zij bevolkt door veelkantige objecten (van papier? of donker glas? doorzichtig steenkool?), precaire bouwsels, gewichtloze wolkenkrabber-kathedralen. De staande, liggende, hellende en vallende vlakken worden gemarkeerd door rusteloze lijnen die geen perspectief willen worden. Een duistere diamant werpt zijn rode weerschijn over een meervoudige woestijn, een meteoriet met scherpe randen zweeft boven de huid van een vreemde planeet, alles zwijgt, niets wat hier verschijnt is zeker.

AAL GÜNTHER

woont en werkt in Amsterdam – Aal Günther heeft het vermogen om met enkele lijnen een klein universum op te roepen. Het zijn beelden die soms doen denken aan geïsoleerde tekens of aan oosterse kalligrafie, maar vaker lijken zij fragmenten van iets groters dat vermoed kan worden buiten de grenzen van ons gezichtsveld. Als het om muziek ging dan klonk hier een polyfonie van ongelijksoortige klanken: dunne sporen en krachtige gebaren, zwart pastel en transparante tempera, krijtachtige texturen en zachte glans, hoekige wendingen en cirkelende bewegingen, ondoorgrondelijk duister en open ruimten vol met licht.     

BEN HAGGEMAN

woont en werkt in Arnhem, behoort tot de eerste deelnemers aan de Galerij van de tekenkunst. Hij presenteert enkele voorbeelden van wat hij wel noemt ‘geschilderde tekeningen’, ofwel getekende schilderijen: zorgvuldig geconstrueerde en met raffinement doorwerkte voorstellingen, die bedoeld zijn om het atelier te verlaten als voltooide kunstwerken.

MIRJAM HAGOORT

woont en werkt in Amsterdam. In tekeningen en collages laat Mirjam Hagoort fragmenten zien van gebouwde omgeving en stedelijke ruimte, moderne architectuur en hallen die herinneren aan archeologische sites of aan de kerkers van Piranesi. Doorgaande reeksen van vlakken en lijnen suggereren een ritme van bouw en bebouwing. Er zijn lichte en donkere stemmingen, opgeroepen en versterkt door hevige contrasten en desoriënterende perspectieven. Wat de kijker (en hedendaagse stadsbewoner) ervaart is een vertrouwde verwarring: op deze plaatsen kan men zich tegelijk thuis voelen en ontheemd.

FRANK HALMANS

woont in Bilthoven, werkt in Bunnik – deze serie recente tekeningen van Frank Halmans zou afkomstig kunnen zijn van een architect, zo precies en overzichtelijk zijn er gebouwen weergegeven – vanuit hoge standpunten, in fijne potloodlijnen, met schaarse arceringen en soms een ingekleurd detail. Maar gebouwd zullen ze niet meer worden, deze flats: van alles afgezonderd en omgeven door een bodemloze leegte tonen zij zich archeologisch uitgekleed, zoals de huizen van Pompeï. De levenden verblijven elders in de ruimte en de tijd: voor hen werd de flat een zachtgetint meubel met intieme laden, en met zonneweringen als bloembladen.

KATE VAN HARREVELD

woont en werkt in Amsterdam. Kate van Harreveld verbeeldt in haar werk verlaten plaatsen met afwerende, kale gebouwen en huizen vol duisternis. Hoewel er geen levend wezen te bekennen is verschijnt soms de enigmatische gestalte van een ranke man met fijne, delicaat getekende trekken en een gezicht zo bleek als de maan. Zijn lichaam, doorschijnend en zonder substantie, lijkt op de steel van een bloem. In een collage met glanzend agaat en berkenbast neemt hij de etherische gedaante aan van een herinnering, een droom, een nabeeld op het netvlies.

NIELS JANSSEN

woont en werkt in Den Haag – Niels Janssen voegt fragmenten van diverse orde en herkomst aaneen tot fijne visuele weefsels. Zijn verbeeldingswijze herinnert aan de manier waarop het begrip imagination ooit werd opgevat: als ars combinatoria ofwel een activiteit van de geest die heterogene, elkaar vreemde elementen samenbrengt en verbindt. Het werk neemt, naarmate de kijker dichter bij komt, wisselende gedaanten aan: een dynamische ordening van hecht vervlochten motieven gaat over in een caleidoscopische compositie boordevol beelden en brokstukken tekst, en dan in een stroom van steeds nieuwe constellaties, wanneer men de blik van detail naar detail laat gaan.

MARLEEN KAPPE

woont en werkt in Amsterdam – Marleen Kappe toont werk dat doet denken aan constructies met latten, stangen, platen en rasters. Zij verkeren in een staat die precair lijkt en alarmerend instabiel. Het effect is nog sterker wanneer men de kunstwerken niet op een beeldscherm, maar in werkelijkheid ziet: de getekende motieven en structuren dringen abrupt de reële ruimte binnen, om zich dan net zo geheimzinnig weer terug te trekken in de witte leegte achter het papieroppervlak. In dit onverhoeds wisselen van visuele orde vindt de blik geen zekerheid – men blijft zoeken naar wat niet in beeld is: vaste grond onder de voeten.

FRANCIS KONINGS

woont en werkt in Arnhem – Francis Konings verbeeldt vormen van vegetatie: de vertakkingen, woekeringen, het gebladerte en het toeval van de natuur onttrekt zij aan het veranderlijke van ruimte en tijd. Stammen en stelen, ontdaan van hun wortels, los van hun grond, worden stille structuren die veelvuldig in elkaar grijpen, zich verdichten en weer openen naar witte oneindigheid. Soms laten de kalme grijstonen van het potlood een ingehouden ritme zien van zwaarder getinte accenten. In de chaos heerst aandacht, samenhang, orde: de rusteloze orde van plantaardig leven gefilterd, getemperd, herschapen door de tekenaar.

LISANNE LANGENBERG

woont en werkt in Amsterdam – haar tekeningen tonen steeds een enkele figuur – het hoofd fijn gearceerd, het overige aangeduid met weinig lijnen of met niets, met leegte. De portret-achtige hoofden (altijd van een jonge vrouw) zijn heel precies en met bijna klassieke schoonheid weergegeven. Maar wie zich laat verleiden om dichter op de huid te komen wacht steevast een weigering. Mond, ogen, trekken blijven onbewogen: er is geen glimlach, geen opening. Soms staren we onverwacht naar een gat in het gelaat, of zien hoe vreemd gekleurde scherven schuiven voor een neus, een oor, de ogen van de slapende.

SABINE LIEDTKE

woont en werkt in Drachten – in het werk van Sabine Liedtke voltrekken zich twee complementaire bewegingen: nadering en verwijdering. Het oog van de kijker wordt heel dicht bij een gebied gebracht dat zich terugtrekt achter de grenzen van het bereikbare. Minutieuze lijnen dringen door tot het uiterste van wat nog zichtbaar is: de schaduw van een vleugelslag, de volheid van een verenkleed, de aderkroon over een hart. Een ruiter, ooit gefotografeerd in het licht van de dag, wijkt weg achter bleke sluiers, waar hij zich zal transformeren in een adelaar (of een engel, of een gevleugelde fenix).

HEIDI LINCK

woont en werkt in Ede – bij het tekenen gaat Heidi Linck te werk als een archeoloog op een vindplaats. De veelsoortige objecten waaruit een plek bestaat herleidt zij tot geconcentreerde, abstracte vormen in nuances van zwart. Door de geïsoleerde, silhouet-achtige weergave en gelijkmatige tint wordt elke herinnering aan functie, materiaal of context uitgewist. Toch blijft de fysieke wereld in zijn afwezigheid als vraag aanwezig: de tekenaar (de onderzoeker) legt sporen bloot van een geschiedenis, een logica, een betekenis die tot dusver verborgen bleef.

MARIËTTE LINDERS

woont en werkt in Amsterdam – In deze recente werken herneemt Mariëtte Linders elementen van historische voorstellingen, die zij al tekenend ontleedt, verandert en op diverse manieren combineert tot nieuwe beelden. Vijf dwaze maagden worden vier dronken vrouwen; een jachtscène splitst zich in een strijdende kluwen en een lineair schijngevecht. Uit zware plooien van een pronkgewaad maken zich zwevende contouren los. Rubens is hier aanwezig, zoals in zijn kunst ooit Leonardo en Titiaan. Maar het gewicht van de geschiedenis is van de figuren af gevallen: zij zijn transparant, er is donkerblauw licht en in de witte ruimte drijven zachte kleurvelden.

EDITH MEIJERING

woont en werkt in Zutphen – het werk van Edith Meijering is niet eenvoudig te classificeren. Ongetwijfeld gaat het om tekeningen: het materiaal is papier, overal bewegen dunne potlood- en inktlijnen en er is veel open gelaten. Maar de subtiel tekenachtige aanduidingen benadert zij vervolgens als schilder: transparante kleurvelden in acryl of aquarel geven de bladen een bij uitstek picturaal karakter. De dunne, vloeibare verf brengt een onvoorspelbaarheid in het werk die maakt dat de getekende figuren, hoe helder en lichtvoetig zij ook mogen lijken, niet zelden verstrikt zijn in een bijna ongemakkelijke grilligheid.

IRENE VAN DE MHEEN

woont en werkt in Amsterdam – Irene van de Mheen toont een serie tekeningen waarin delicate, ijle constructies zijn verbeeld. Lineaire elementen van wisselend karakter (denkbeeldige palen, latten, immateriële snijlijnen) lijken elkaar in een voorzichtige balans omhoog te houden. Hoe ze te noemen, deze onvaste structuren? Veelcellige spinsels, transparante schuilplaatsen… Een suggestie van afgezonderde ruimte lokt het oog van de kijker naar binnen, het breekbare raamwerk in, of verder nog: naar de belofte van een stille, open leegte voorbij de wijkende tonen en vervloeiende contouren van het verst verwijderde blauw.

JESSE MULLER

woont en werkt in Amsterdam – Jesse Muller tekent simpele voorwerpen: een steentje, een beker, een latje of balk gemaakt door een timmerman. De langwerpige, ietwat onregelmatig gevormde latten lijken te leven: zij groeien en krimpen, vertonen minimale metamorfosen wanneer zij worden herhaald, gestapeld, horizontaal neergelegd of gedeeltelijk opgericht. Andere tekeningen tonen kleurige objecten waarvan de strak geprinte weergave een geometrische regelmaat laat zien. Zij schuiven voorzichtig aan bij zachtgevlekte mossen, sensueel gearceerd in poederachtig grafiet. Elementen van verschillende orde komen samen in een subtiel spel van visuele dubbelzinnigheid.

KEVIN NIEUWENHUIJS

woont en werkt in Utrecht en Zeist. In het werk van Kevin Nieuwenhuijs komen visuele tekens van verschillende orde samen in combinaties die nooit eenduidig zijn. Zij roepen een beeld op dat zichzelf onmiddellijk ontkent door de simultane suggestie van een tweede, een derde beeld. Een zwart vlak toont zich onmiskenbaar als materiaal dat is aangebracht op papier, maar is ook een fictieve bodem, een muur, een donkere ruimte of geheimzinnig voorwerp. Lijnen worden armen en benen, een gelaat, een hoek in een kamer, maar tegenover het veld waar ze zich uit losmaken blijven het dunne lijnen. Het is een spel zonder einde, waarin de verwonderde kijker elke keer wordt teruggeworpen op het eigen kijken.

MICHIEL NIJKAMP

woont en werkt in Arnhem – Dit ragfijne, raadselachtige werk bevat vreemde kleine objecten, opgeplakt als in een collage: fragmenten van kranten, illustraties en kaartjes met nummers, codes, symbolen. Elk met een geschiedenis, evenzoveel suggesties van verre gebeurtenissen. Hun motieven lijken te resoneren in de tekeningen waar zij deel van zijn, maar daarvan zijn de structuren zo gesloten en de arceringen zo minutieus dat ze een dicht weefsel vormen, een scherm waarachter alle verhalen verborgen blijven.

ELMAR NOTEBOOM

woont en werkt in Arnhem en behoort tot de eerste deelnemers aan de Galerij van de tekenkunst. Hij laat het achteloze van de doodle, de geschakelde lettervormen van graffiti en de heldere, bondige beeldtaal van strip en illustratie samenkomen op een manier die elk onderscheid tussen popcultuur en kunst als irrelevant laat verschijnen. Elegant als lichte muziek bewegen de dunne lijnen ritmisch over het papier: jazz in zwart en wit, expansief en aanstekelijk.

SEMNA VAN OOY

woont en werkt in Amsterdam – de naam “Accidental Drawing” verwijst naar een werkwijze waarin toeval en ongelukken op het papier tot ongedachte beelden leiden. Beelden met virtuele ruimten (vaak in diepte begrensd) waar vlakke, elkaar veelvuldig overlappende velden zich frontaal naar de kijker richten. Lijnen convergeren naar vluchtpunten; met de kijkrichting mee dringen dynamische wolken binnen die overgaan in donkere sterren met harde randen en scherpe punten. Er rollen ontketende, futuristische machines die breken met iedere orde. Er zijn witte gaten, lege vensters die voor het spektakel schuiven, als in een andere dimensie.

MARISA RAPPARD

woont en werkt in Utrecht – in de tekeningen van Marisa Rappard opent zich een visueel universum. Veelvuldig verspringende, trillende, cirkelende lijnen suggereren structuren die ontstaan en uiteenvallen, vorm aannemen en weer oplossen. In zachte kleurvelden lijkt licht door te breken, nacht neer te dalen. Men ziet vlottende continenten, zwarte kamers, maskers, scherven, tekens, fragmenten van onbekende verhalen. Er verschijnt een gelaat dat verdubbelt, verschuift, verwart. Wat in schoonheid zichtbaar wordt is een gedachte zo oud als de filosofie zelf, ooit aldus verwoord: alles stroomt, er is niets dat blijft.

ANNA RUDOLF

woont en werkt in Amsterdam en Basel – laat in haar tekeningen wonderlijke, kleine gebeurtenissen en situaties ontstaan. Lijnen en vlekken van verschillende aard suggereren precaire bouwsels, obstakels, zwarte sluiers die elkaar ontmoeten, overlappen en doorsnijden in een poging fragiele figuren te vangen. De figuren – mens of dier, of combinaties van beide – bewegen zich transparant en zonder gewicht door eigen, stille ruimten. Wat in deze beelden wordt opgeroepen raakt aan het sublieme: gestalten die zacht buiten hun begrenzing treden, een oneindig donker aan je bed, strepen door het bestaan …

NANDA RUNGE

woont en werkt in Middelburg – in het werk van Nanda Runge zijn gebouwen voorgesteld, soms van een afstand gezien en omgeven door onbepaalde ruimte, soms van binnenuit en beeldvullend. Grillig uitgevloeide vlekken in Chinese inkt suggereren begroeiing, maar ook licht en duister. Lijnen in conté vormen aanvullende contouren en structuren, een hint van een brug, een weg die naar de verte vlucht. Er zijn geen specifieke details, geen vertrouwde voorwerpen, geen herkenbare figuren: we bevinden ons in zwijgende loodsen, onbestemde doorgangen, een trappenhuis waar je slechts terloops passeert en niet blijft. De grond is onzeker – het oog kijkt omhoog naar een overstekend dak, of zijwaarts naar wat in de marge van het blikveld schuilt.

ERIK-JAN VAN DER SCHUUR

woont en werkt in Den Haag – presenteert zowel schetsen op A4 formaat als enkele metersgrote, complexe composities. Met elkaar bevatten ze een diversiteit aan visuele motieven – van deels herkenbare figuren, objecten en symbolen tot abstracte structuren. Toch maken de tekeningen de indruk een samenhangend geheel te vormen: overal ontwaart men verwijzingen naar thema’s als religie, het kwaad en de dood. Tegelijk ziet men ook de glans van het potlood, de fijne lijnen, de subtiele arceringen. Die verschillende niveaus, conceptueel en zintuiglijk, zijn op geraffineerde wijze met elkaar verweven.

ROLAND SOHIER

woont en werkt in Utrecht – Roland Sohier laat modellen langzaam bewegen op trage muziek. Tijdens het tekenen volgt hij die ‘slow motion modellen’ steeds in het hier en nu, zodat de lijnen – contouren van figuurdelen die aan en uit elkaar lijken te groeien – een tijdsverloop belichamen. Niet de beweging zelf registreert hij (zoals de futuristen probeerden) maar eerder de in opeenvolgende momenten van waarneming gevangen fragmenten, die zich dan op het papier samenvoegen tot vreemd gestolde configuraties. Later kunnen zij opnieuw in beweging komen, zij het in een andere tijd: niet die van de tekenaar, maar die van de kijker.

JOEP STERMAN

woont en werkt in Arnhem – Joep Sterman maakt veel schetsen en uitgewerkte tekeningen, vaak ter voorbereiding op zijn ruimtelijk werk maar ook als zelfstandige kunstwerken. In sommige ervan ziet men lijnenbundels als pijlen door de ruimte gaan, in andere is de structuur van een reliëf of een driedimensionaal lichaam voorgesteld. Overal lijken krachten te werken: beweging en tegenbeweging, krimp en expansie – de kijker blijft gevangen in een labyrintisch wenden en keren van meanders, cirkels en spiralen die elkaar genereren, omvatten, tegenstreven. Onvermijdelijk dienen zich associaties aan: men denkt aan ingewanden, kolkend water, kosmische nevels, de cyclus van de tijd.

GUUS SWUSTE

woont en werkt in Driebergen – de schilderijen, installaties en objecten van Guus Swuste kenmerken zich door een tekenachtig gebruik van het materiaal. Het tekenen bekleedt dan ook een sleutelpositie in zijn werk. In elke tekening probeert hij iets volstrekt nieuws te laten gebeuren. Een voorwaarde is het leegmaken van de geest en het toelaten van wat hij een verlies noemt van ruimte en tijd. De ervaring van dat verlies, en het verrassende resultaat ervan, deed zich het eerst voor in zijn studietijd, en wel bij de hier getoonde modeltekening die als een vertrekpunt gezien kan worden voor het latere werk.

MARIA DE WERKER

woont en werkt in Groningen – een digitale presentatie als deze doet eigenlijk geen recht aan de tekeningen van Maria de Werker. Pas wanneer men ze in hun fysieke werkelijkheid ziet wordt duidelijk hoe de lijnen (alleen of gebundeld) plotseling loskomen van het papier; hoe zij zich verheffen, opkrullen, golven, wentelen in een stille, nooit eindigende dans. De lineaire bewegingen, elk met een ander ritme, intensiteit, scherpte of zachtheid, elk met rigoureuze eenvoud verbeeld, zijn volmaakt in zichzelf geconcentreerd – zozeer dat men zich met verwondering afvraagt hoe iemand dit heeft kunnen tekenen.  

LAURENS WESSELINGH

woont en werkt in Arnhem – behoort tot de eerste deelnemers aan de Galerij van de tekenkunst, aan wie expliciet gevraagd werd tekeningen te tonen die niet waren bestemd om te exposeren, om zo de ‘achterkant’ van de kunst zichtbaar te maken. Hij laat een serie bladen uit schetsboeken zien, waarin hij met een beweeglijke, open en steeds van ritme wisselende lijnvoering zijn observaties noteert. De studies in kleur dienen als voorbereiding voor pastels of aquarellen.

SIGRID VAN WOUDENBERG

woont en werkt in IJsselstein, Utrecht – in het werk van Sigrid van Woudenberg keren dikwijls elementen terug uit eerdere tekeningen: florale motieven die een setting suggereren van weelderige natuur, lineaire woekeringen die doen denken aan menselijk haar of tropisch oerwoud. Soms verschijnen op regelmatige afstand van elkaar kleine openingen: stralende hemellichamen, verre lichten of verlichte vensters, papierwitte wonden. In dit geheimzinnig universum vol belofte en gevaar hebben menselijke figuren zowel immense als minuscule dimensies – zij zijn klein en fragiel, gevangen in een onvatbaar moment tussen nu en wat gebeuren gaat, of rusten als een gebergte, omgeven door een eigen kosmos.

HETTY VAN DE ZANDE

woont en werkt in Oosterbeek – Hetty van de Zande tekent in pure lijn, en vanuit directe waarneming, over tevoren geschilderde kleurvelden waarin de sporen van het brede penseel en de druipende verf duidelijk zichtbaar zijn. Aan deze gedurfde ontmoeting voegt zij vreemde elementen toe: afdrukken van letters, patronen, decoratieve motieven, handen. Het resultaat wordt dan rigoureus in stukken geknipt, dikwijls dwars door de getekende figuren heen, waarna de fragmenten in nieuwe combinaties aan elkaar worden geschakeld – niet in gesloten composities maar in meterslange, uitvouwbare  leporello’s.