DEELNEMENDE TEKENAARS alle presentaties tot dusver
MARIJN AKKERMANS woont en werkt in Amsterdam – Marijn Akkermans tekent menselijke figuren die zich niet snel prijsgeven aan de blik van de kijker. Vanuit witte ruimten lijken zij langzaam vorm aan te nemen: hun contouren verdubbelen, herhalen zich, veranderen en begrenzen schaduwvelden waarvan de transparante tonen nabijheid en diepte suggereren. Zelfs het beeldvlak lijkt daar aanwezig: een scherm, een gordijn dat vóór een tweede, een derde scherm schuift en er zijn schaduw op werpt. Abrupte openingen (in welk oppervlak? Welke huid?) onthullen roodgekleurde fragmenten – een heimelijk oor, het oog van een voyeur. Alsof de waarneming zowel van binnen als van buitenaf gericht is op een gat dat terugkijkt …
AGATHA VAN AMÉE woont in Wageningen en werkt in Arnhem – Deze grote tekeningen in houtskool en siberisch krijt nodigen de kijker uit met de blik langzaam door het beeld te dwalen. Er zijn kamers voorgesteld met transparante wanden en gewichtloze gordijnen; men ziet er donkere vruchten, zachtaardig gebladerte en voorwerpen die aan herinneringen doen denken. Het zwart is intens en overal is licht: licht stort als een waterval naar binnen, valt in bundels op een vloerkleed, straalt achter half geopende deuren. Verstilde dingen gaan over in de figuren, patronen, contrasten van hun omgeving en muren worden vergezichten, zoals in het wonderlijk continuüm van ons geheugen.
RON AMIR woont en werkt in Rotterdam – Ron Amir maakt grote houtskooltekeningen. Het diepzwarte, in het papier gewreven houtskoolpoeder absorbeert niet alleen het licht, maar ook de blik van de kijker. De forse formaten dragen ertoe bij dat men zich moeiteloos kan verliezen in een universum vol duistere, droomachtige beelden. We zien oorden waar apocalyptische rampen hebben gewoed, roerloos verzonken in nachtelijke stilte. We zien de doden, de zondvloed, een huis in vlammen: het theater van de ondergang.
MARJOLIJN VAN DEN ASSEM woont en werkt in Rotterdam – Marjolijn van den Assem laat werken zien waar veel in gebeurt: men ziet rusteloze lijnen, zwarte velden, kleuren uitgestrooid als een bloemenzee, steentjes, ijzerdraad en talloze fragmenten geschreven tekst, alles op stevig papier dat veelvuldig werd opengesneden, opgekruld, gevouwen en bijeen geniet. In die vloed van visuele tekens lijken de sporen zichtbaar van wat vooraf ging: een langdurig reizen in de diepte van woorden, zinnen, gedachten die werden doordrongen en weer losgelaten. De uiteindelijke beelden rusten niet in zichzelf maar zijn onderdeel van grotere series, als momenten in een onstuitbare stroom van pogingen om te naderen wat ongrijpbaar blijft.
STEVEN BAELEN woont en werkt in Gent – Steven Baelen toont digitale tekeningen gebaseerd op beelden uit zijn krantenarchief. Beelden van vervlogen realiteit, ontbonden, getransformeerd, voortgezet in een virtuele structuur van lijnen en spijkervormige streepjes – ijle elementen die veelvuldig werden herhaald, verdicht, gefilterd en veranderd. Wat rest is een vreemde visuele orde (en wanorde), ver verwijderd van wat fotografisch was vastgelegd. Toch draagt die verwijdering een herinnering met zich mee: er verschijnen nog schimmen van bijna, maar net niet herkenbare gestalten, echo’s van een wereld als in Plato’s grot.
SHARON VAN DEN BERG woont in Amstelveen, werkt in Ouderkerk aan de Amstel – De hier getoonde werken maken deel uit van een grotere serie, waarin Sharon van den Berg herinneringen aan situaties uit haar jeugd verbeeldt. De gekozen vorm is die van een oude beeldencyclopedie en suggereert duidelijkheid, terwijl de tekeningen zelf enigmatisch zijn. We zien ontheemde objecten en stille plaatsen, een toneel zonder personages. Maar juist in wat afwezig is (wat zich onttrekt aan de blik van de kijker) schuilt het onvatbare van een vroeger leven: de geur van kaarsen, een gesloten hek, de stem van een grootmoeder.
INGRID BERGER woont en werkt in Den Haag – In deze reeks aandachtige houtskooltekeningen brengt Ingrid Berger de blik van de kijker dicht bij het gelaat van een slaper, of de plooien van een opengeslagen bed. Steeds is er een zelfde afwezigheid: die van de slapende mens, van wie de geest elders is – losgeraakt van de dagelijkse subjectiviteit. Zoals in onze dromen verschijnen ook in de tekeningen archetypische beelden: het bed (zinnebeeld van het lichaam en plaats van de mysteries van het leven); het dier of de beer (de instincten die ons drijven) en de haas die komt en gaat als de maan: nachtelijk, en zo stil als een schaduw.
EMMY BERGSMA woont en werkt in Zwolle – het werk van Emmy Bergsma begint met terloopse observaties en gedachten omtrent plantaardig leven. Tijdens het tekenen nemen zij de gedaante aan van betekenisvolle beelden, met motieven die zouden kunnen figureren in een oude mythologie. Er is de ontembare kracht van de groei, er is een boom die het donker vasthoudt, er is een oneindig schaduwrijk, een onderwereld vervlochten met al onze wortels. En dan is er nog het verhullen, bedekken, overwoekeren van menselijke ordening, ook waar het gaat om een tuin: aanzwellend kleurveld in duistere aarde met een gesloten, afgekeerd huis.
MARGO VAN BERKUM woont en werkt in Zeist – met hun kleine formaten, zachte grijstinten en evocaties van schemerdonkere ruimten maken deze tekeningen het kijken tot een intieme ervaring. Bijna vergeten sensaties lijken zij op te roepen, herinneringen aan een waarneming in afwezigheid van taal. De zichtbare dingen zijn verbeeld zoals zij verschijnen voordat er woorden of functies aan worden toegekend, voordat zij identiteit aannemen. Het zijn de momenten van verwondering, waarin het denken nog tast in het duister en het licht (is het lamplicht? maanlicht?) naar binnen valt in stille kamers, over lege muren, onzekere tafels, langs de schaduwen van het onbekende.
BERNADETTE BEUNK woont en werkt in Amsterdam – de werkwijze van Bernadette Beunk is langzaam en systematisch. Desondanks, of juist daardoor, lijken haar tekeningen een onmiddellijk appel te doen op de zintuigen. Meer dan om waarnemen gaat het om gewaarworden – een fluistering in het oor, een schittering in het oog, een prikkeling op de huid. Parallelle en steeds van richting veranderende lijntjes doen denken aan rimpelingen in de atmosfeer. Meervoudige kleurvormen en slingerende stippelsporen dansen als nabeelden over het netvlies. In haar laatste tekeningen lijkt iets nieuws te gebeuren: een heldere ruimte, golvende kleurvelden, ruitstructuren, verwondering.
MIMI VAN BINDSBERGEN woont en werkt in Arnhem – haar materiaal is het zachte pastelkrijt: puur pigment, intens van kleur waar het tot dichte vlekken werd gewreven, sluiers vormend waar dun uitgeveegd. Geen fijne details in dit werk: grote, stevige lijnen herinneren aan de kracht en de aarzeling van het tekenend gebaar. Het poederachtige materiaal, de onzuivere vlek, de grillige beweging, de aangetaste vorm maken van elke tekening een landschap, ook wanneer geen landschap is voorgesteld. Zelfs de menselijke figuren hebben lichamen als imaginaire landschappen.
GAM BODENHAUSEN woont in Geldrop, werkt in Eindhoven – Gam Bodenhausen tekent zowel op kleine als op metersgrote formaten steeds met het zelfde veelzijdige materiaal: potlood. In elk werk breidt zich naar alle kanten een fijn net uit van beweeglijke, zachtgrijze structuren. Andere structuren, daarmee verweven, verwijzen naar landschap, steen, aarde, opeengepakt gebladerte, traliewerk, draden, een oude muur. Die herkenbare motieven vertonen op hun beurt weer patronen van natuurlijke dooradering of aantasting door de tijd. En er laat zich nog een dimensie bespeuren, minder zichtbaar op de huid der dingen: een herinnering aan open ruimte, wind, gefilterd licht en de tastbare nabijheid van ruwe materie.
MARCEL BORS woont in Nijmegen, werkt in Groesbeek – De eerste vier tekeningen die Marcel Bors hier presenteert maken deel uit van een langere serie met als thema “De Ander”. Steeds verschijnt daar (vanuit een ondefinieerbaar verre dimensie) een gelaat dat ons vreemd is. Het lijkt een stil appèl te doen op ons, onzekere kijkers, om het in de ogen te zien. De laatste twee werken, van een groter formaat, verbeelden hybride figuren ten voeten uit. Ze zijn uitgevoerd op beschermhoezen die samen een oppervlak vormen met zachte onregelmatigheden, zowel in kleur en glans als in de lijnen van randen en overlappingen. Over de naakte wezens zelf bewegen dan fijnere lineaire motieven: het zouden versieringen kunnen kunnen zijn, of sporen van een persoonlijke identiteit.
GEERTRUI VAN DE CRAATS woont en werkt in Maassluis – Geertrui van de Craats concentreert zich in haar tekeningen op het verbeelden van een wezen wiens lot onverbrekelijk met het onze verbonden is, namelijk het paard. Edele drager van krijgers en keizers, zetel van donkere driften: van oudsher wordt het paard bekleed met attributen en betekenissen die kleven aan zijn paard-zijn als klitten aan zijn vacht. En klitten zijn hier in veelvoud voorgesteld: zij vormen nevels en sterrenstelsels rond stille dieren die zo ragfijn zijn getekend dat zij transparant en bijna afwezig lijken. Wat op het beeldscherm nauwelijks waarneembaar is zijn de subtiele verschillen tussen zacht potloodgrijs en de glans van zilververf, materiaal waarmee bijvoorbeeld skeletdelen zijn weergegeven als waren het diepliggende, tot op het bot doorgevoerde versieringen.
NOËLLE CUPPENS woont en werkt in Amsterdam – de tekeningen tonen fragmenten van situaties die vertrouwd aandoen – een balkon met bloemen, een tuin of park, een kas met planten. De spaarzame vormen, lijnen, motieven en tekens hebben een lichte en bijna terloopse intensiteit, die het resultaat lijkt van wie weet hoeveel voorafgaande transformaties. Veel werd daarbij weg- of achtergelaten, bijvoorbeeld de aanduiding van plaats, context, omgeving. Toch hebben die afgestoten delen van de zichtbare wereld hun sporen nagelaten: ze zijn overal spookachtig aanwezig. Zelden ziet men een leegte die zo veel laat vermoeden.
ANNEMIEKE DANIELS woont en werkt in Arnhem – haar portretten, inktzwart op wit papier, zijn indringend en ingehouden tegelijk. Duidelijk als grafische tekens, maar niet eenduidig: de vormen zijn zacht en asymmetrisch. Sterke, brede lijnen worden soms begeleid door meer beweeglijke of bescheiden lijnen, die een lichter tegenwicht vormen. Op alle bladen heersen uitersten: licht en zwaar, zwart en wit, eenvoud en kracht, volheid en leegte, nadruk en stilte.
RONNY DELRUE woont en werkt in Gent – tekenen neemt in het werk van Ronny Delrue diverse vormen aan: potlood op papier, fotofragmenten op een muur, een verblekend polaroid waarover zwarte lijnen gaan die het beeld zowel vasthouden als doen verdwijnen. Honderden getekende dagboeknotities zijn evenzoveel gedachten die elkaar volgen. Een reis zonder einde: in het werk El camino is de pelgrim aanwezig – zijn ontelbare voetstappen, zijn altijd verschuivende horizon (in tijd en ruimte verstrooid laat zich nog een gestalte vermoeden, het hoofd een versluierde leegte). Steeds ontstaat een spanning tussen verschijnen en verdwijnen: het is de relativiteit van het leven.
SANNE DIJKSTRA woont en werkt in Amsterdam – de tekeningen van Sanne Dijkstra bestaan uit kalligrafische lijnen en vlekken, spatten, tekens, op onmiddellijke wijze neergezet in vloeibare zwarte inkt. Zij staan met onherroepelijke directheid op het witte papier: er is geen plaats voor aarzeling, geen tijd voor herbezinnen, tekenen is hier een zaak van alles of niets. Elk blad toont een nieuw gebaar, een ander ritme, een onvermoede waarneming, een zeldzaam moment in de vlottende gang van dagen en seizoenen.
GERBEN DIRVEN woont en werkt in Zwolle – Gerben Dirven werkt op een improviserende wijze: reagerend op het onvoorziene dat zich aandient tijdens en door de actie van het tekenen. In de beelden die zo ontstaan vermoedt hij een orde of inherente regel (zoals het schema van de jazz of de wetten van de natuur) die gevolgd, doorbroken, genaderd kan worden. Het maken eindigt pas waar het vermoeden zich terugtrekt – de tekeningen die dan achterblijven (en nooit voltooid, altijd in wording zijn) lijken zich buiten de grenzen van hun kleine formaat te begeven, als waren het momenten in een doorgaande beweging.
ADA DISPA woont en werkt in Nijmegen – de tekeningen van Ada Dispa doen denken aan kleine, humoristische verhalen. Maar het zijn verontrustende personages die zij opvoert: wanhopige clowns, obscene duivels, schemerfiguren met lichamen van hout, een gevaarlijk infantiele demiurg. Over kleurexplosies en lijnensluiers dringen soms woorden binnen, geschreven in grote letters – zij roepen iets dat urgent, belangrijk, bezwerend is. En toch voelt men vreugde bij dit werk: wat in het leven angst, huiver, ontzag opwekt, vertoont zich hier (in de vrije ruimte van de kunst) met de lichtvoetigheid van een feestelijke maskerade.
SELMA DRONKERS woont en werkt in Nijmegen – een online presentatie met werk van Selma Dronkers vraagt van de kijker een inspanning. Op het scherm verschijnen beelden van gelijkmatige veranderlijkheid, zonder aanvang of einde. Wat ongezien blijft is het formaat, klein en compact, in een enkele blik te omvatten, en de rand die dikte heeft en kleur, waardoor men eerder een object waarneemt dan een immaterieel beeldvlak. De getekende lijnen maken door hun contrast en kleurintensiteit de indruk fysiek op het oppervlak te liggen in plaats van te naderen vanuit een fictieve diepte. Zij bieden weerstand tegen wat zich door de fijn gesponnen, bijna geledingloze compositie onvermijdelijk aandient: een effect van optische menging, een suggestie van grenzeloze uitbreiding. De resulterende spanning toont zich als onvatbare schoonheid.
ADRIAAN VAN ESVELD woont en werkt in Velp – Adriaan van Esveld behoort tot de eerste deelnemers aan de Galerij van de tekenkunst, aan wie expliciet gevraagd werd tekeningen te tonen die niet waren bestemd om te exposeren, om zo de ‘achterkant’ van de kunst zichtbaar te maken. Hij toont studies die ontstaan als ‘eerste idee’ voor zijn grafisch werk en schilderijen, maar die soms toch als tekening al helemaal ‘af’ blijken te zijn, waardoor zij op een gelukkige manier aan hun doel voorbijschieten.
MARC FABELS woont en werkt in Den Haag – in de tekeningen van Marc Fabels vormen korte, hecht gearceerde potloodstrepen donkere figuren die doen denken aan schaduwen, of nabeelden op het netvlies, of gefilterde herinneringen. De zwarte lijntjes tonen in hun duizendvoudige opeenvolging dat tijd is verstreken, zoals ook het hergebruikte papier getuigt van tijd – verkleuringen, vormfragmenten, vouwlijnen en de grillige contour van opengeklapte dozen brengen (verhevigd of versluierd) geschiedenis in beeld, tekens van verval of destructie die deel worden van wat is voorgesteld: bomen zonder wortels, een stil bombardement, voor altijd smeltende sneeuw.
PIETSJANKE FOKKEMA woont en werkt in Bovenkarspel – Het recente werk van pietsjanke fokkema bestaat uit kleine tekeningen en objecten die uitgestrooid lijken over de wanden van de tentoonstellingsruimte en daar lichte, open constellaties vormen. Lijnen van verschillende orde (in potlood getekend of als tastbare draden in de ruimte, met lineaire schaduwen op de muur) omcirkelen elkaar, strekken zich uit, vertakken en verdichten zich tot figuren: ladders, masten, schepen, touwen, het uitzicht uit een raam. De herhaling, variatie en rijm van motieven (cirkels, openingen, verknopingen en bomen – stamboom, knoop, planeet, bloedmaan) doen betekenisvolle verbanden vermoeden en roepen associaties op die blijven resoneren.
HERMAN FONTEIN woont en werkt in Nijmegen – Herman Fontein tekent lineaire motieven die zich veelvuldig herhalen, patronen vormen, rasters, schermen van in elkaar grijpende, altijd muterende figuren. Variaties en afwijkingen in de heersende regelmaat zorgen voor een geraffineerd spel van visuele spanning. Fysieke en fictieve overlappingen maken lagen zichtbaar van verschillende orde en schaal, die door de wijze waarop ze over of bij elkaar zijn geplaatst verwantschap suggereren, naar elkaar lijken te verwijzen, uit elkaar voort lijken te komen. En hier en daar isoleren zich restvormen waarvan de randen contouren worden van nog mogelijke of denkbare configuraties.
HANNEKE FRANCKEN woont en werkt in Leiden – in het werk van Hanneke Francken opent zich een vreemd universum. Hier en daar lijken organische structuren herkenbaar (vertakkingen, mossen, schorsen, menselijk of dierlijk haar) maar vaker ziet men een beeld van louter worden en vergaan, chaos en groei, explosieve kracht – of juist het tegendeel: ontbinding en gestolde, tot stilstand gekomen materie. Daarbij wordt soms leegte zichtbaar, donkere oneindigheid of dichte nevel. De dynamiek zet zich door tot de randen van elke tekening, alsof we slechts een uitsnede zien (maar ook een evocatie, een visuele metafoor) van een gebeuren zo alomvattend dat de aard ervan zich niet laat definiëren.
ANDRÉ GEERTSE werkt in Tilburg – André Geertse tekent op materialen en voorwerpen die na eenmalig gebruik meestal hun waarde verliezen en worden weggeworpen. Kartonnen dozen, van hun inhoud ontdaan en schijnbaar nutteloos geworden, klapt hij open tot platte vormen met een ruwe symmetrie. Het worden fragmenten van een licht universum: men ziet er kruisende lijnen in alle richtingen door een grenzeloze ruimte gaan. Een ander project is de agenda van het lopende jaar, symbool van voortgaande tijd en eeuwige terugkeer: een onvergelijkbaar boek der dagen, met voor iedere dag een vluchtig visioen, een geheime geometrie, een kleurveld, een mirage.
CATHELIJN VAN GOOR woont en werkt in Amsterdam – in de series Rare Digital Phenomena en My Digital Backyard verbeeldt Cathelijn van Goor de visuele verschijning van een technologische realiteit die zich onherroepelijk lijkt te onttrekken aan menselijke controle. Het werk toont een veelheid van onkenbare fenomenen: geaderde schermen, gestolde stromen, kristallen van buitenaardse schoonheid. De ontketende virtuele fantasmagorieën worden hier zowel opgeroepen als bezworen – hun gevaarlijke, inhumane vreemdheid verdwijnt in de zachte arceringen, de textuur van het materiaal en de warmte van de tekening.
LENNEKE VAN DER GOOT woont en werkt in Amsterdam – het werk van Lenneke van der Goot suggereert ruimten die toegankelijk zijn, begaanbaar zelfs, maar die de kijker geen houvast bieden. Zwart en wit, zoals het landschap van de maan, worden zij bevolkt door veelkantige objecten (van papier? of donker glas? doorzichtig steenkool?), precaire bouwsels, gewichtloze wolkenkrabber-kathedralen. De staande, liggende, hellende en vallende vlakken worden gemarkeerd door rusteloze lijnen die geen perspectief willen worden. Een duistere diamant werpt zijn rode weerschijn over een meervoudige woestijn, een meteoriet met scherpe randen zweeft boven de huid van een vreemde planeet, alles zwijgt, niets wat hier verschijnt is zeker.
INGRID GREIJN woont en werkt in Amsterdam – Documented Tracks noemt Ingrid Greijn haar tekeningen, en het zijn inderdaad lijnen die men ziet – talloze inktlijnen over en door elkaar, als in een oud palimpsest. Zij lijken een eindeloos herhaalde, steeds afgebroken en weer hernomen waarneming te registreren, waarin de blik geen tijd heeft om zich aan objecten te hechten. Soms denkt men fragmenten van een plaats, een wereld te herkennen: boomkruinen bijvoorbeeld, of een weg met aan weerszijden gevels die uiteenvallen in een veelheid van verticalen. De beelden zijn ruimtelijk en cartografisch tegelijk: er verschijnen contouren van archipels en continenten, en duizend trajecten lineair in kaart gebracht.
AAL GÜNTHER woont en werkt in Amsterdam – Aal Günther heeft het vermogen om met enkele lijnen een klein universum op te roepen. Het zijn beelden die soms doen denken aan geïsoleerde tekens of aan oosterse kalligrafie, maar vaker lijken zij fragmenten van iets groters dat vermoed kan worden buiten de grenzen van ons gezichtsveld. Als het om muziek ging dan klonk hier een polyfonie van ongelijksoortige klanken: dunne sporen en krachtige gebaren, zwart pastel en transparante tempera, krijtachtige texturen en zachte glans, hoekige wendingen en cirkelende bewegingen, ondoorgrondelijk duister en open ruimten vol met licht.
HANNA DE HAAN woont en werkt in Den Haag – de stad is in het werk van Hanna de Haan een dynamisch gegeven. Zij tekent locaties en constructies waar een transformatie zichtbaar wordt, waar steigers en kranen het decor zijn van verandering, of waar een overgang plaatsvindt naar water, lucht en leegte. Het ritme van die nooit eindigende metamorfose klinkt door in snelle, rake lijnen die de inerte materie lijken te negeren, elkaar volgend en kruisend zonder ooit in vaste structuren tot stilstand te komen. Dikwijls zijn over eerdere notities nieuwe gekomen die het voorgaande naar de achtergrond dringen, als opeenvolgende gewaarwordingen in de stedelijke chaos. Daar zoekt de tekenaar een onvermoede orde.
BEN HAGGEMAN woont en werkt in Arnhem, behoort tot de eerste deelnemers aan de Galerij van de tekenkunst. Hij presenteert enkele voorbeelden van wat hij wel noemt ‘geschilderde tekeningen’, ofwel getekende schilderijen: zorgvuldig geconstrueerde en met raffinement doorwerkte voorstellingen, die bedoeld zijn om het atelier te verlaten als voltooide kunstwerken.
MIRJAM HAGOORT woont en werkt in Amsterdam. In tekeningen en collages laat Mirjam Hagoort fragmenten zien van gebouwde omgeving en stedelijke ruimte, moderne architectuur en hallen die herinneren aan archeologische sites of aan de kerkers van Piranesi. Doorgaande reeksen van vlakken en lijnen suggereren een ritme van bouw en bebouwing. Er zijn lichte en donkere stemmingen, opgeroepen en versterkt door hevige contrasten en desoriënterende perspectieven. Wat de kijker (en hedendaagse stadsbewoner) ervaart is een vertrouwde verwarring: op deze plaatsen kan men zich tegelijk thuis voelen en ontheemd.
FRANK HALMANS woont in Bilthoven, werkt in Bunnik – deze serie recente tekeningen van Frank Halmans zou afkomstig kunnen zijn van een architect, zo precies en overzichtelijk zijn er gebouwen weergegeven – vanuit hoge standpunten, in fijne potloodlijnen, met schaarse arceringen en soms een ingekleurd detail. Maar gebouwd zullen ze niet meer worden, deze flats: van alles afgezonderd en omgeven door een bodemloze leegte tonen zij zich archeologisch uitgekleed, zoals de huizen van Pompeï. De levenden verblijven elders in de ruimte en de tijd: voor hen werd de flat een zachtgetint meubel met intieme laden, en met zonneweringen als bloembladen.
KATE VAN HARREVELD woont en werkt in Amsterdam. Kate van Harreveld verbeeldt in haar werk verlaten plaatsen met afwerende, kale gebouwen en huizen vol duisternis. Hoewel er geen levend wezen te bekennen is verschijnt soms de enigmatische gestalte van een ranke man met fijne, delicaat getekende trekken en een gezicht zo bleek als de maan. Zijn lichaam, doorschijnend en zonder substantie, lijkt op de steel van een bloem. In een collage met glanzend agaat en berkenbast neemt hij de etherische gedaante aan van een herinnering, een droom, een nabeeld op het netvlies.
TOM HEERSCHOP woont en werkt in Eindhoven – In de serie “oneindige tekeningen” tekent Tom Heerschop kleurrijke motieven die zich naar alle kanten uitbreiden. Dicht aaneengesloten vullen zij het beeld, als een ondoordringbaar scherm van associaties: bladeren, insekten, vogelkoppen, mensengezichten. Witte handen komen tastend het blikveld in en overal zijn ogen, organen, wonderlijke weefsels. In andere werken figureren de grote patroonheiligen: Franciscus in het onbegrijpelijk rijk der dieren, Christoffel die zijn last draagt en met zijn stekels het onheil verjaagt. Dan is er een reeks angstaanjagende portretten – een bloedrood hoofd vol losse schroeven, een afwerend gebaar in een maalstroom van spookachtige furiën.
ROSEMIN HENDRIKS woont en werkt in Arnhem. In het afgelopen najaar nam Rosemin Hendriks deel aan de tentoonstelling Kilroy Was Here. De bezoeker kon er een houten cabine binnengaan, de deur achter zich sluiten en zich omringd zien door tekeningen. Die vormden een intiem ensemble en gingen onverhoedse relaties met elkaar aan. Herkenbare motieven (het gezicht van de tekenaar, haar hond, een kannetje, een zwaan) verwezen naar de wereld dichtbij de kunstenaar, maar keren zich tegelijk van die wereld af. Kalme lijnen, subtiele grijsgradaties en altijd nieuwe vormen tonen de kracht van het tekenen: in het oppervlak van het alledaagse spiegelt zich het sublieme.
CAREN VAN HERWAARDEN woont in ’s Hertogenbosch, werkt in Amsterdam en Den Bosch – Caren van Herwaarden toont menselijke gestalten, paarden, lopende en wachtende figuren, lichamen die elkaar transparant of lineair doorkruisen of verdringen. Handen maken zich los, armen heffen zich in een klacht, klap of gebed. Je ziet gedaanten die handelen, als één lichaam lijken ze op weg te zijn naar een gezamenlijk doel. Ze zijn anoniem maar geladen met betekenis, hun motieven zijn ondoorgrondelijk maar tevens universeel. Een merrie staat bewegingloos, wachtend, wijkend. Ze is doorschijnend: door de ribben heen komt een donker veulen onze ruimte binnen – voelbaar wordt het jong gedragen.
SONJA HILLEN woont en werkt in Nijmegen – Op het beeldscherm is het minder goed zichtbaar, maar wie de tekeningen van Sonja Hillen in werkelijkheid ziet merkt onmiddellijk de spanning op tussen de zachte tinten van kleurpotlood of acrylverf en de tastbare textuur van borduurwerk. Voorgesteld zijn stille situaties, zoals, heel licht en bijna afwezig, een gang die uitloopt op een gesloten deur. Het beeld roept een vergeten verlangen op om daar te zijn, daar binnen te gaan. Verschillende velden borduurwerk lijken zich in de imaginaire ruimte te bevinden maar liggen tegelijk op het beeldvlak, dus in de fysieke wereld van de kijker. Zij maken het tijdrovend handwerk voelbaar en het geduld, het langdurig daar blijven, het trachten wat ver is dichtbij te halen en vast te houden.
MARIEKE HUNZE woont en werkt in Amsterdam – Marieke Hunze tekent wat voorhanden is in haar directe omgeving: het uitzicht vanuit haar keuken, de bomen en veelsoortige bouwsels rond het atelier. Uit die kleine kosmos kiest zij motieven die een compleet universum omvatten: een enkel huis, een bewaarplaats, een broeikas. Fragiele constructies zijn het, vriendelijk of afwerend, onrustig of nachtelijk, elk een gemoedstoestand. De fijne potloodlijnen, lichte silhouetten, abrupte kleurstroken en dansende vormfragmenten zouden gewichtloos wegzweven als zij niet aan de fysieke wereld verankerd waren door de zichtbare structuur van verschillende materialen: het korrelig krijt, de uitgevloeide inkt, over het oppervlak gespannen draden, collages van karton en papier op papier.
INEZ ISHIZAKI woont en werkt tussen Den Bosch en Arnhem – Inez Ishizaki brengt in haar werk motieven samen die afkomstig lijken uit een nog onverteld verhaal. Neem het beeld van een badhuis waar mensen, honden en hybride personages zich in stilte wassen, slechts omringd door natte tegels en vacht, veel vacht. De intieme scène roept een scala aan sensaties op, wat nog versterkt wordt door de sensuele textuur van het gebruikte tekenmateriaal. In de achtergrond wordt diepte gesuggereerd door een opeenvolging van parallelle vlakken, zoals in een oude Ukiyo-e prent. Op vergelijkbare wijze organiseert de kunstenaar de fysieke ruimte van haar installaties: als tussen coulissen beweegt men zich te midden van hangende tekeningen in de vorm van menshoge gezichten – de monden geopend alsof zij zingen, of geluidloos vertellen.
NIELS JANSSEN woont en werkt in Den Haag – Niels Janssen voegt fragmenten van diverse orde en herkomst aaneen tot fijne visuele weefsels. Zijn verbeeldingswijze herinnert aan de manier waarop het begrip imagination ooit werd opgevat: als ars combinatoria ofwel een activiteit van de geest die heterogene, elkaar vreemde elementen samenbrengt en verbindt. Het werk neemt, naarmate de kijker dichter bij komt, wisselende gedaanten aan: een dynamische ordening van hecht vervlochten motieven gaat over in een caleidoscopische compositie boordevol beelden en brokstukken tekst, en dan in een stroom van steeds nieuwe constellaties, wanneer men de blik van detail naar detail laat gaan.
JANTIEN JONGSMA woont en werkt in Amsterdam – Jantien Jongsma schept beelden die tegelijk nostalgisch en utopisch zijn: ze roepen een wereld op die voorbij is maar ook voorstelbaar en dus mogelijk. Verwijzingen naar de architectuur van het Nieuwe Bouwen herinneren aan tijden vol belofte en optimisme. In de gouaches verschijnen lichte ruimten zonder storingen of complicaties, steeds in gelukkige harmonie met de menselijke figuur. De tekeningen in potlood zijn dichter bevolkt en meer verhalend, leiden de blik van detail naar detail. Meermalen keert het spel terug als motief: spelende kinderen, schoolplein, verfdoos – in het spel is men vrij, spelend wordt men vindingrijk.
NINET KAIJSER woont in Haarlem, werkt in Halfweg – de werken in kleurpotlood van Ninet Kaijser getuigen van een langdurig ontstaansproces: ze zijn tot de randen gevuld met landschappelijke motieven die alle met gelijke aandacht en zachtheid zijn weergegeven. Men herkent grassen, schelpen, water, keien, geaderde rotsen – alles dromend in rode en blauwe kleuren, in oker, warme gelen….. hier is geen mens die de betovering komt verbreken. Ook de kijker niet, hoe dicht die ook wil naderen: de intensiteit van het beeld trekt als een sterke magneet de blik naar zich toe en schept tegelijk onpeilbare afstand – men ziet een tijdloze, onaangeroerde, in stilte verzonken wereld.
MARLEEN KAPPE woont en werkt in Amsterdam – Marleen Kappe toont werk dat doet denken aan constructies met latten, stangen, platen en rasters. Zij verkeren in een staat die precair lijkt en alarmerend instabiel. Het effect is nog sterker wanneer men de kunstwerken niet op een beeldscherm, maar in werkelijkheid ziet: de getekende motieven en structuren dringen abrupt de reële ruimte binnen, om zich dan net zo geheimzinnig weer terug te trekken in de witte leegte achter het papieroppervlak. In dit onverhoeds wisselen van visuele orde vindt de blik geen zekerheid – men blijft zoeken naar wat niet in beeld is: vaste grond onder de voeten.
STAN KLAMER woont en werkt in Amsterdam – de tekeningen van Stan Klamer verwijzen naar voorstellingen van de wereld: kaarten, verzamelingen, cirkelvormige stelsels. Men ziet grillige kusten, stippelsporen, topografische details, en de grote catalogus der dingen. Fragiele, fijngetekende schepen roepen het beeld op van water, zee, licht en tegenlicht, een mensheid op reis. Een kalme lineaire orde omsluit vlottende kleurvelden maar verdwijnt achter gele en roodgroene explosies, of een invasie van pulserende dynamiek. Het kijken zelf wordt een ontdekkingsreis – of, zoals Paul Klee ooit schreef: een kleine reis naar het land van dieper inzicht.
HANS KLAVERDIJK woont en werkt in Breda – Aires en Aerodromes – over reizen, rusten en aankomen: met deze woorden omschrijft Hans Klaverdijk zijn nieuwe, nog altijd groeiende serie digitale tekeningen. Hij verbeeldt daarin complexe plantaardige structuren: ragfijne mossen, uitwaaierende palmbladeren, de kogelronde bloem van de distel en de stekelige symmetrie van de cactus. Steeds zijn ze van bovenaf gezien en werpen schaduwen op een bodem die wij van grote hoogte naderen, als luchtreizigers met de landingsbaan in zicht. De blik daalt neer in de myriade vertakkingen, vervlechtingen en geometrische constellaties die zich haarfijn aftekenen op vierkante centimeters heel dichtbij: dit is de plaats van aankomst, of het punt van stilte langs onze snelweg.
JUDITH MARIA KLEINTJES woont en werkt in Amsterdam en Düsseldorf – Er gebeurt iets paradoxaals in deze tekeningen van Judith Kleintjes: zij laten verschijnen wat niet zichtbaar is, of zich alleen manifesteert als schaduw, als een afwezigheid die kleeft aan de rand van het waarneembare. Men herkent de twijg van Ophelia, de arm van Daphne, de handen van het avondmaal, maar de personages zijn gescheiden van hun verhaal, de ledematen losgeraakt van hun organisme. De fragmenten lijken zich te verdichten, te splitsen, te verdubbelen in een stille, permanente metamorfose. En soms ziet men niets dan een zwarte schijn – donker en afgrondelijk, of stralend als licht.
GEER VAN DER KLUGT woont en werkt in Amsterdam -de tekeningen van Geer van der Klugt spreken onmiddellijk tot de zintuigen. Donkere tinten in pastel en gouache, vol van kleur, laten openingen zien naar het nog witte papier waarover lichte lijnen bewegen. Er is een landschap verbeeld dat is doortrokken van de enigmatische aanwezigheid van een gestalte in een solitaire boom. Ook zijn kamers voorgesteld met meubels, kastjes, tafels omringd door vazen, glazen of bekers die (evenals de kasten en de kamers) het afwezige lijken te omvatten. Tussen die voorwerpen ligt de mens, horizontaal, een object onder de objecten. Maar de dingen zelf staan overeind, zij acteren als subjecten in de kamers (het landschap) van het leven.
FRANCIS KONINGS woont en werkt in Arnhem – Francis Konings verbeeldt vormen van vegetatie: de vertakkingen, woekeringen, het gebladerte en het toeval van de natuur onttrekt zij aan het veranderlijke van ruimte en tijd. Stammen en stelen, ontdaan van hun wortels, los van hun grond, worden stille structuren die veelvuldig in elkaar grijpen, zich verdichten en weer openen naar witte oneindigheid. Soms laten de kalme grijstonen van het potlood een ingehouden ritme zien van zwaarder getinte accenten. In de chaos heerst aandacht, samenhang, orde: de rusteloze orde van plantaardig leven gefilterd, getemperd, herschapen door de tekenaar.
MAAIKE KRAMER woont en werkt in Zeist – In het werk van Maaike Kramer wordt de tekening sculpturaal en getuigt sculptuur van het tekenen. In twee “uitzoektekeningen” zijn bijvoorbeeld variaties te zien van een kleine getrapte vorm, met steeds een andere aanduiding van massa en diepte. De vorm keert terug als staande sculptuur in gietsteen en beton – op de huid ervan roepen ijle, getekende lijnen het aarzelend beeld op van een zorgvuldig gemetselde muur. Daardoor verandert de sculptuur in architectuur, maar wordt tegelijk weer een schets – een idee van hoe het zou worden of had kunnen zijn. Zoals het door de kunstenaar veel gebruikte materiaal (het grijze beton) herinnert aan een gebouwde wereld en aan vervlogen utopieën.
GERDA KRUIMER woont en werkt in Amsterdam – Gerda Kruimer tekent afwisselend met de computer en op papier. In de ontelbare “virtuele” mogelijkheden ziet zij onverwachte beelden ontstaan die om uitwerking vragen. Het hier getoonde werk gaat uit van rasters waar zich verschuivingen, verstoringen, verdubbelingen, verdichtingen in voordoen. Er lijken zich ruimten te openen zonder begin en zonder einde, slechts doorsneden door pure lijnen die een verborgen regelmaat zichtbaar maken, als een ritme dat over de wereld ligt of een orde die elk van ons in zich draagt. Soms verschijnen daar nog zwarte vormfragmenten – reminiscenties aan architectuur of stedelijk landschap – donkere schaduwen vrij van substantie, bijna verdwijnend in helder licht.
KAI KUPER woont en werkt in Eijsden – Wanneer werken van Kai Kuper op een beeldscherm worden weergegeven verliezen zij veel van hun unieke karakter. Want de digitale beelden van tablet of telefoon zijn samengesteld uit steriele, altijd eendere pixelkleuren die als lampjes in onze ogen schijnen. Van een volkomen andere orde zijn de pigmentkleuren die de kunstenaar in werkelijkheid gebruikt: zij gloeien en stralen in het aanwezige licht – een licht dat verandert terwijl men kijkt, terwijl men de objecten nadert of er omheen beweegt. De rijke, volle, zacht glanzende kleurpotloodkleuren komen dan binnen zoals Kandinsky het ooit verwoordde: als de tonen van een muziek die de menselijke ziel in trilling brengt.
WILMA LAARAKKER woont en werkt in Amsterdam – Wilma Laarakker toont tekeningen in de vorm van rasters en ruitpatronen ofwel ’tartans’. Enkele hiervan maken deel uit van een grote serie die is geïnspireerd op het beeld van platgeslagen takken en planten na de overstromingen in Limburg. Ruige, zwarte lijnen voegen zich samen tot donkere vervlechtingen met hier en daar een opening naar helder tegenlicht. In andere werken zijn de lijnen dunner en gekleurd, kruisen elkaar loodrecht als doorzichtige architectuur tegen zacht wijkende velden. Altijd laten zij een subtiele ambivalentie zien – als tekens op het vlakke papier en tegelijk als onpeilbare presentie in een denkbeeldige, innerlijke ruimte.
LISANNE LANGENBERG woont en werkt in Amsterdam – haar tekeningen tonen steeds een enkele figuur – het hoofd fijn gearceerd, het overige aangeduid met weinig lijnen of met niets, met leegte. De portret-achtige hoofden (altijd van een jonge vrouw) zijn heel precies en met bijna klassieke schoonheid weergegeven. Maar wie zich laat verleiden om dichter op de huid te komen wacht steevast een weigering. Mond, ogen, trekken blijven onbewogen: er is geen glimlach, geen opening. Soms staren we onverwacht naar een gat in het gelaat, of zien hoe vreemd gekleurde scherven schuiven voor een neus, een oor, de ogen van de slapende.
HANS LEMMEN woont in Waltwilder, werkt in Waltwilder en Maastricht – de hier getoonde tekeningen van Hans Lemmen zijn als een klein theater met een decor in de vorm van zacht golvend landschap. Er gaan lijnen over die doen denken aan voren in akkerland: tekens van oude, eindeloos terugkerende menselijke activiteit. Vanuit de lage heuvels rijzen stelen en stammen de hoogte in, bomen, elektriciteitsmasten, de mens ook die zich opricht in tegenstelling tot het dier – het onafscheidelijk dier dat hij draagt en waarbij hij neerknielt. Zijn doorschijnende, naakte gestalte trekt als een schip door ruimte en tijd. We zien hem rusten onder een rode hemel: een voorouderlijk wezen met broedende blik, mens en dier tegelijk. In zijn hand het artefact dat de eeuwen doorstaat.
SABINE LIEDTKE woont en werkt in Drachten – in het werk van Sabine Liedtke voltrekken zich twee complementaire bewegingen: nadering en verwijdering. Het oog van de kijker wordt heel dicht bij een gebied gebracht dat zich terugtrekt achter de grenzen van het bereikbare. Minutieuze lijnen dringen door tot het uiterste van wat nog zichtbaar is: de schaduw van een vleugelslag, de volheid van een verenkleed, de aderkroon over een hart. Een ruiter, ooit gefotografeerd in het licht van de dag, wijkt weg achter bleke sluiers, waar hij zich zal transformeren in een adelaar (of een engel, of een gevleugelde fenix).
HEIDI LINCK woont en werkt in Ede – bij het tekenen gaat Heidi Linck te werk als een archeoloog op een vindplaats. De veelsoortige objecten waaruit een plek bestaat herleidt zij tot geconcentreerde, abstracte vormen in nuances van zwart. Door de geïsoleerde, silhouet-achtige weergave en gelijkmatige tint wordt elke herinnering aan functie, materiaal of context uitgewist. Toch blijft de fysieke wereld in zijn afwezigheid als vraag aanwezig: de tekenaar (de onderzoeker) legt sporen bloot van een geschiedenis, een logica, een betekenis die tot dusver verborgen bleef.
MARIËTTE LINDERS woont en werkt in Amsterdam – In deze recente werken herneemt Mariëtte Linders elementen van historische voorstellingen, die zij al tekenend ontleedt, verandert en op diverse manieren combineert tot nieuwe beelden. Vijf dwaze maagden worden vier dronken vrouwen; een jachtscène splitst zich in een strijdende kluwen en een lineair schijngevecht. Uit zware plooien van een pronkgewaad maken zich zwevende contouren los. Rubens is hier aanwezig, zoals in zijn kunst ooit Leonardo en Titiaan. Maar het gewicht van de geschiedenis is van de figuren af gevallen: zij zijn transparant, er is donkerblauw licht en in de witte ruimte drijven zachte kleurvelden.
MARIE-HÉLÈNE MARBUS woont en werkt in Arnhem – de eerste drie tekeningen die Marie-Hélène Marbus hier presenteert maken deel uit van een grotere serie met variaties van steeds een zelfde motief: de ronde nestholte van de oeverzwaluw. Door de herhaling hiervan maakt de reeks een indruk van eenheid en van een geconcentreerde blik, die in de marge (als in een ooghoek) het komen en gaan registreert van de kleine, snelle vogels. In de werken die volgen zien we eerst een kwetsbare gestalte schuilend in een hevig spel van contrasten, dan verschijnen grote insect-achtige wezens, gepantserd en transparant tegelijk; zij bewegen door een ruimte die heel dicht bij het oog van de kijker komt.
MIKE MEGENS woont en werkt in Wijchen – De werken van Mike Megens maken in eerste instantie een lichte, poëtische indruk. Maar zodra de kijker naderbij komt tonen zij zich complex en bieden tegenspel: diverse soorten papier van ongelijke tint en grootte, deels met inkt bedrukt, overlappen elkaar en vormen samengestelde velden. Soms zijn stukken weggeschuurd en wordt zichtbaar wat dieper ligt. Daar over en doorheen bewegen zich veelsoortige lijnfragmenten – sporen van gebaren, residuën van structuren of motieven die van elders komen. De titels voegen een dimensie toe, verwijzen naar ervaringen in de wereld (een plek, een moment, een handeling van de maker) of beschrijven wat zich tijdens het tekenen voltrok, bijvoorbeeld: klimmen, met één poot.
IRENE VAN DE MHEEN woont en werkt in Amsterdam – Irene van de Mheen toont een serie tekeningen waarin delicate, ijle constructies zijn verbeeld. Lineaire elementen van wisselend karakter (denkbeeldige palen, latten, immateriële snijlijnen) lijken elkaar in een voorzichtige balans omhoog te houden. Hoe ze te noemen, deze onvaste structuren? Veelcellige spinsels, transparante schuilplaatsen… Een suggestie van afgezonderde ruimte lokt het oog van de kijker naar binnen, het breekbare raamwerk in, of verder nog: naar de belofte van een stille, open leegte voorbij de wijkende tonen en vervloeiende contouren van het verst verwijderde blauw.
EDITH MEIJERING woonde en werkte in Zutphen – het werk van Edith Meijering is niet eenvoudig te classificeren. Ongetwijfeld gaat het om tekeningen: het materiaal is papier, overal bewegen dunne potlood- en inktlijnen en er is veel open gelaten. Maar de subtiel tekenachtige aanduidingen benadert zij vervolgens als schilder: transparante kleurvelden in acryl of aquarel geven de bladen een bij uitstek picturaal karakter. De dunne, vloeibare verf brengt een onvoorspelbaarheid in het werk die maakt dat de getekende figuren, hoe helder en lichtvoetig zij ook mogen lijken, niet zelden verstrikt zijn in een bijna ongemakkelijke grilligheid.
MARIJKE MINK woont en werkt in Arnhem. Het werk van Marijke Mink biedt de kijker een rijkdom aan visuele avonturen. Het bedwelmt de blik met kleuren, krijtstructuren, grillig uitgevloeide waterverf, stille passages van wit papier en fragiele lijnen. En toch is er in deze beelden niets dat te veel is, niets dat er niet moet zijn. Wat slechts terloops lijkt genoteerd valt nergens in chaos uiteen, rust altijd in een ordening – een orde die zich steeds weer sluit in fijn getekende menselijke figuren. Het is hun pose, gebaar of handeling die betekenis verleent aan elk detail, en die het omringende verandert in ruimte – in een landschap dat zich opent, een bloedrood slaapvertrek, een schuilplaats, een droomkamer.
JESSE MULLER woont en werkt in Amsterdam – Jesse Muller tekent simpele voorwerpen: een steentje, een beker, een latje of balk gemaakt door een timmerman. De langwerpige, ietwat onregelmatig gevormde latten lijken te leven: zij groeien en krimpen, vertonen minimale metamorfosen wanneer zij worden herhaald, gestapeld, horizontaal neergelegd of gedeeltelijk opgericht. Andere tekeningen tonen kleurige objecten waarvan de strak geprinte weergave een geometrische regelmaat laat zien. Zij schuiven voorzichtig aan bij zachtgevlekte mossen, sensueel gearceerd in poederachtig grafiet. Elementen van verschillende orde komen samen in een subtiel spel van visuele dubbelzinnigheid.
JANS MUSKEE woont en werkt in Ede – In deze grote werken verbeeldt Jans Muskee mensen in een alledaagse omgeving. Het is niet zeker wat tussen hen gaande is, wat er zal gebeuren of zojuist heeft plaatsgevonden. Soms richt één van hen de blik rechtstreeks naar de kijker, alsof beiden zich in dezelfde ononderbroken ruimte bevonden. De figuren zijn door hun levensgrote formaat bijna voelbaar aanwezig, een suggestie die wordt versterkt door de kracht van de kleur en de overtuigende weergave van realiteit. De fictieve wereld lijkt samen te vallen met het hier en nu van de kijker, die heel even kan geloven dat een opening mogelijk is, een ontmoeting, een thuiskomst in het onbereikbare.
PAUL NASSENSTEIN woont en werkt in Amsterdam – Paul Nassenstein verbeeldt in zijn werk theatrale ruimten: ondiep en open naar de toeschouwer. Het decor bestaat nu eens uit nauwe gangen hangend aan dunne draden tussen dreigende stenen, dan weer uit onbegrijpelijke architectuur waar nietige figuurtjes dwalen als in de kerkers van Piranesi. Ook is een enkele keer een theater voorgesteld, even monumentaal als instabiel, zonder publiek en zonder acteurs: het toneel van het ongewisse. De tekenaar vertelt geen verhalen – de kleine mensfiguren en hun futiele daden zijn als de staffage in het landschap van een oude meester. Niet een handelend personage is protagonist in dit drama, maar de onheilspellende setting.
KEVIN NIEUWENHUIJS woont en werkt in Utrecht en Zeist. In het werk van Kevin Nieuwenhuijs komen visuele tekens van verschillende orde samen in combinaties die nooit eenduidig zijn. Zij roepen een beeld op dat zichzelf onmiddellijk ontkent door de simultane suggestie van een tweede, een derde beeld. Een zwart vlak toont zich onmiskenbaar als materiaal dat is aangebracht op papier, maar is ook een fictieve bodem, een muur, een donkere ruimte of geheimzinnig voorwerp. Lijnen worden armen en benen, een gelaat, een hoek in een kamer, maar tegenover het veld waar ze zich uit losmaken blijven het dunne lijnen. Het is een spel zonder einde, waarin de verwonderde kijker elke keer wordt teruggeworpen op het eigen kijken.
MICHIEL NIJKAMP woont en werkt in Arnhem – Dit ragfijne, raadselachtige werk bevat vreemde kleine objecten, opgeplakt als in een collage: fragmenten van kranten, illustraties en kaartjes met nummers, codes, symbolen. Elk met een geschiedenis, evenzoveel suggesties van verre gebeurtenissen. Hun motieven lijken te resoneren in de tekeningen waar zij deel van zijn, maar daarvan zijn de structuren zo gesloten en de arceringen zo minutieus dat ze een dicht weefsel vormen, een scherm waarachter alle verhalen verborgen blijven.
BART NIJSTAD woont en werkt in Groningen – het werk van Bart Nijstad is vol van vreemde motieven: grijnzende koppen, botten, schedels, een man die zijn bilnaad warmt in de zon, een penis omcirkeld door een aureool (of een ring sigarenrook), een reuzentronie in de blauwe hemel. Soms verschijnt een klassiek personage in gemuteerde vorm: een veelbenige zeegodin, Jesus aan een kruis met wild kronkelende lijnen. Het zijn flarden van mentale beelden zoals die onophoudelijk door het hoofd spelen – herinneringen aan een film, een strip, internet of een toevallig voorval, vermengd met visuele fantasieën waarvan de herkomst duister blijft. De tekenaar noteert wat voorbij komt in zijn geest, organiseert de chaos, bezweert wat niet in woorden te vatten is.
ELMAR NOTEBOOM woont en werkt in Arnhem en behoort tot de eerste deelnemers aan de Galerij van de tekenkunst. Hij laat het achteloze van de doodle, de geschakelde lettervormen van graffiti en de heldere, bondige beeldtaal van strip en illustratie samenkomen op een manier die elk onderscheid tussen popcultuur en kunst als irrelevant laat verschijnen. Elegant als lichte muziek bewegen de dunne lijnen ritmisch over het papier: jazz in zwart en wit, expansief en aanstekelijk.
SEMNA VAN OOY woont en werkt in Amsterdam – de naam “Accidental Drawing” verwijst naar een werkwijze waarin toeval en ongelukken op het papier tot ongedachte beelden leiden. Beelden met virtuele ruimten (vaak in diepte begrensd) waar vlakke, elkaar veelvuldig overlappende velden zich frontaal naar de kijker richten. Lijnen convergeren naar vluchtpunten; met de kijkrichting mee dringen dynamische wolken binnen die overgaan in donkere sterren met harde randen en scherpe punten. Er rollen ontketende, futuristische machines die breken met iedere orde. Er zijn witte gaten, lege vensters die voor het spektakel schuiven, als in een andere dimensie.
ELLEN PALSGRAAF werkt in Groningen en op zee – Ellen Palsgraaf werkt dikwijls op zee, tijdens lange reizen aan boord van een vrachtschip. Het zoute water komt soms letterlijk haar tekeningen binnen. Tekeningen die, gegroepeerd in series, elkaar aanvullen en versterken – de presentatie ervan in meervoud introduceert tijd en ritme, een opeenvolging van momenten en gewaarwordingen, zoals het komen en gaan van de golven. De trefzekere penseelstreken vormen evocaties van water, licht, kabels, masten, kranen, loodsen, of van hellingen in een berglandschap. Zij documenteren de steeds hernomen poging om vast te leggen wat al voorbij is terwijl het zich aandient, onophoudelijk, majestueus, zonder begin of einde.
ARJO PASSCHIER woont en werkt in Groningen – Arjo Passchier toont enkele tekeningen uit de serie On the nature of light. Het zijn werken in de vorm van een vierkant of ruit, die door hun geometrische eenvoud in eerste instantie rust, concentratie lijken te beloven. Fijne, ingekraste lijntjes, opgevuld met houtskool, doen het papieroppervlak verschijnen als een huid waarover een doorzichtig net is aangebracht van ritmisch geschakelde motieven. Er toont zich een zachte, gedempte helderheid en tegengestelde helften gaan als dag en nacht in elkaar over, komen oplichtend naderbij of zinken weg in duisternis. De contrasten houden de blik in beweging en waarnemen wordt een dans, een verspringende sensatie van licht en donker, van zwart dat licht reflecteert en zwart waar licht in verdwijnt.
MARJO POSTMA woont en werkt in Amsterdam – In de tekeningen van Marjo Postma komen tegengestelde bewegingen samen: groei en constructie, droom en observatie, lineaire precisie en een tastende, open voorstellingswijze. Terugkerend thema is de schildpad – een imaginair wezen waarvan de kleding en behuizing onderwerp worden van verbeelding: fragmenten bouwtekening gaan over in de contouren van vreemde organismen, uit dierlijk haar vormen zich zachte omhulsels. Tot een andere serie (met de titel ‘herbarium’) behoren bladen waarop in delicate lijnen plantaardige figuren zijn voorgesteld, als raadselachtige elementen van een ongekende natuur.
MARISA RAPPARD woont en werkt in Utrecht – in de tekeningen van Marisa Rappard opent zich een visueel universum. Veelvuldig verspringende, trillende, cirkelende lijnen suggereren structuren die ontstaan en uiteenvallen, vorm aannemen en weer oplossen. In zachte kleurvelden lijkt licht door te breken, nacht neer te dalen. Men ziet vlottende continenten, zwarte kamers, maskers, scherven, tekens, fragmenten van onbekende verhalen. Er verschijnt een gelaat dat verdubbelt, verschuift, verwart. Wat in schoonheid zichtbaar wordt is een gedachte zo oud als de filosofie zelf, ooit aldus verwoord: alles stroomt, er is niets dat blijft.
MARCEL REIJERMAN woont en werkt in Arnhem. In werken van klein formaat verbeeldt Marcel Reijerman kleurrijke personages die als klassieke allegorieën vergezeld zijn van attributen. Zij suggereren eenduidigheid, een betekenis die voor het grijpen ligt, maar wat zij oproepen laat zich niet vangen. Als acteurs op een ondiep toneel verhouden zij zich anders tot hun omgeving dan de figuren in de grotere tekeningen: die verspreiden zich over de ruimte als episoden in de tijd, bevolken landschappen waar men vanuit hoog standpunt op neerkijkt. In de tekening dan maar die kant op doorkruisen velen het land, de ordening ervan negerend, voortgedreven in een exodus zonder einde.
PAUL DE REUS woont en werkt in Amsterdam – De kleurrijke en op het eerste gezicht wat absurdistische tekeningen van Paul de Reus lijken de kijker uit te nodigen om glimlachend dichterbij te komen. Maar de beelden die zich dan tonen laten de blik niet snel meer los: voorgesteld zijn hulpeloze mensen, tot stilstand gekomen in breekbare pogingen zich niet bloot te stellen aan de omringende wereld (aan het hete zand bij de zee, de blikken van de ander, de schaduw rond het speelveld) – ze zijn eenlingen, maar zouden iedereen kunnen zijn. Schuilend in grote beesten naderen zij elkaar; de ruimte waarin zij verkeren is zonder uitweg, en vanuit het onderhuidse verschijnt lachend de dood.
TRIJN ROMEIN woont en werkt in Ede – Trijn Romein tekent situaties die losgeraakt lijken van ruimte en tijd. Zij bewaren nog de herinnering aan een fotografisch vastgelegd moment, aan het ongrijpbaar ogenblik waarin een kind acrobatisch voorover duikt, of twee voorbijgangers elkaar in tegenovergestelde richting passeren. Maar het vluchtige is verstild en het marginale staat centraal: in de minutieus uitgewerkte voorstellingen, die traag naar hun voltooiing lijken te zijn gegroeid en waaruit alle ruis en alle toeval is weggefilterd, wordt ook het kleinste motief belangrijk – een schaduw, een leesbaar woord, de kleding van een personage. En waar zich plaatselijk een zachte kleur laat zien resoneert deze in het totaal van op elkaar afgestemde grijstonen.
ANNA RUDOLF woont en werkt in Amsterdam en Basel – laat in haar tekeningen wonderlijke, kleine gebeurtenissen en situaties ontstaan. Lijnen en vlekken van verschillende aard suggereren precaire bouwsels, obstakels, zwarte sluiers die elkaar ontmoeten, overlappen en doorsnijden in een poging fragiele figuren te vangen. De figuren – mens of dier, of combinaties van beide – bewegen zich transparant en zonder gewicht door eigen, stille ruimten. Wat in deze beelden wordt opgeroepen raakt aan het sublieme: gestalten die zacht buiten hun begrenzing treden, een oneindig donker aan je bed, strepen door het bestaan …
NANDA RUNGE woont en werkt in Middelburg – in het werk van Nanda Runge zijn gebouwen voorgesteld, soms van een afstand gezien en omgeven door onbepaalde ruimte, soms van binnenuit en beeldvullend. Grillig uitgevloeide vlekken in Chinese inkt suggereren begroeiing, maar ook licht en duister. Lijnen in conté vormen aanvullende contouren en structuren, een hint van een brug, een weg die naar de verte vlucht. Er zijn geen specifieke details, geen vertrouwde voorwerpen, geen herkenbare figuren: we bevinden ons in zwijgende loodsen, onbestemde doorgangen, een trappenhuis waar je slechts terloops passeert en niet blijft. De grond is onzeker – het oog kijkt omhoog naar een overstekend dak, of zijwaarts naar wat in de marge van het blikveld schuilt.
RITA RUTTEN woont en werkt in Amsterdam – Rita Rutten creëert in haar werk beelden die op een raadselachtige manier meerduidig zijn. Rechte stippellijnen lijken soms een richting aan te geven, een mogelijk traject op de kaart van een onbekend gebied, een landkaart die tegelijk een droombeeld kan zijn of de herinnering aan een waarneming. De slingerende loop van een rivier (van grote hoogte gezien) wordt de kromming van een boomtak, takken van bladloze bomen worden silhouetten van kruisende latten of poten van een tafel die tot in de hemel reikt. Door mensen gemaakte dingen, organisch gegroeide vormen en imaginaire plaatsen smelten samen tot een nieuw tekenlandschap.
ERIK-JAN VAN DER SCHUUR woont en werkt in Den Haag – presenteert zowel schetsen op A4 formaat als enkele metersgrote, complexe composities. Met elkaar bevatten ze een diversiteit aan visuele motieven – van deels herkenbare figuren, objecten en symbolen tot abstracte structuren. Toch maken de tekeningen de indruk een samenhangend geheel te vormen: overal ontwaart men verwijzingen naar thema’s als religie, het kwaad en de dood. Tegelijk ziet men ook de glans van het potlood, de fijne lijnen, de subtiele arceringen. Die verschillende niveaus, conceptueel en zintuiglijk, zijn op geraffineerde wijze met elkaar verweven.
LISANNE SLOOTS woont en werkt in Amsterdam – De tekeningen van Lisanne Loots confronteren de kijker met de kracht en de zachtheid van het materiaal houtskool – met in het papier gewreven sluiers van uiterst lichte grijzen, met het verzadigde zwart, de helder witte openingen, donkere lijnen die door schemervelden bewegen en tegenspel geven. De afzonderlijke beelden zijn droomachtige evocaties van licht en ruimte, bomen, takken, verbrand hout, vergankelijkheid. Beeld en materiaal vallen samen in werk dat begint bij het snoeien en verzamelen van verschillende soorten hout en het geduldig ontbasten, drogen, op maat knippen en stoken zonder zuurstof, bij hoge temperatuur.
IKE SMITSKAMP woont en werkt in Bilthoven – in tekeningen van Ike Smitskamp is steeds een sensatie verbeeld van slechts een enkel ogenblik – een nauwkeurig genoteerd moment op die bepaalde dag, op dat precieze uur. Maar tegelijk lijken de werken trage tijd vast te houden, de tijd van langdurig en geconcentreerd tekenen, alsof de tekenaar geprobeerd heeft om zo lang mogelijk de herinnering vast te houden aan een gewaarwording die al voorbij was terwijl ze zich aandiende. De kleine formaten nodigen ook de kijker uit om dichter bij te komen en te blijven kijken, als contemplatie op een herkenbare, nabije wereld die op een onbewaakt moment verschijnt zoals zij was voordat we er woorden voor hadden.
GODELIEVE SMULDERS woont en werkt in Amsterdam – Ze lijken springlevend, de tekeningen in chinese inkt van Godelieve Smulders. Het is alsof ze in één krachtige beweging tot de kern zijn gekomen van wat uitgedrukt wil worden. We zien figuren met de essentiële eenvoud van duidelijke tekens, die soms tegelijk een hybride karakter vertonen: ze zijn dan zowel mens als dier of mens en voorwerp. Ze staan groot in het beeldvlak en reiken bijna tot de randen van het papier, waardoor de zwarte velden en witte tussenruimten evenveel gewicht krijgen en gelijkwaardig in elkaar grijpen. Dat levert beelden op die bijna een lichamelijke vitaliteit voelbaar maken.
ROLAND SOHIER woont en werkt in Utrecht – Roland Sohier laat modellen langzaam bewegen op trage muziek. Tijdens het tekenen volgt hij die ‘slow motion modellen’ steeds in het hier en nu, zodat de lijnen – contouren van figuurdelen die aan en uit elkaar lijken te groeien – een tijdsverloop belichamen. Niet de beweging zelf registreert hij (zoals de futuristen probeerden) maar eerder de in opeenvolgende momenten van waarneming gevangen fragmenten, die zich dan op het papier samenvoegen tot vreemd gestolde configuraties. Later kunnen zij opnieuw in beweging komen, zij het in een andere tijd: niet die van de tekenaar, maar die van de kijker.
KOES STAASSEN woont en werkt in Rotterdam – de tekeningen van Koes Staassen getuigen van een uiterste beheersing. Ze kenmerken zich door een superieure techniek, heldere precisie, koele objectiviteit, klassieke afstandelijkheid en zorgvuldige ensceneringen. Alleen zo kan zichtbaar worden gemaakt wat niet controleerbaar is en verborgen wil blijven. Een geïsoleerd lichaam, van zeer nabij gezien en versierd met verleidelijke of gevaarlijke attributen, richt zich naar de blik (de aanraking) van de kijker, maar het beeld, hoewel direct en confronterend, aarzelt tussen bewegingloos tonen (zoals Bellini’s dode Christus) en wachten op een handeling – een heimelijk spel, of pijnlijk ritueel.
JOEP STERMAN woont en werkt in Arnhem – Joep Sterman maakt veel schetsen en uitgewerkte tekeningen, vaak ter voorbereiding op zijn ruimtelijk werk maar ook als zelfstandige kunstwerken. In sommige ervan ziet men lijnenbundels als pijlen door de ruimte gaan, in andere is de structuur van een reliëf of een driedimensionaal lichaam voorgesteld. Overal lijken krachten te werken: beweging en tegenbeweging, krimp en expansie – de kijker blijft gevangen in een labyrintisch wenden en keren van meanders, cirkels en spiralen die elkaar genereren, omvatten, tegenstreven. Onvermijdelijk dienen zich associaties aan: men denkt aan ingewanden, kolkend water, kosmische nevels, de cyclus van de tijd.
GUUS SWUSTE woont en werkt in Driebergen – de schilderijen, installaties en objecten van Guus Swuste kenmerken zich door een tekenachtig gebruik van het materiaal. Het tekenen bekleedt dan ook een sleutelpositie in zijn werk. In elke tekening probeert hij iets volstrekt nieuws te laten gebeuren. Een voorwaarde is het leegmaken van de geest en het toelaten van wat hij een verlies noemt van ruimte en tijd. De ervaring van dat verlies, en het verrassende resultaat ervan, deed zich het eerst voor in zijn studietijd, en wel bij de hier getoonde modeltekening die als een vertrekpunt gezien kan worden voor het latere werk.
ANJA SIJBEN woont en werkt in Amsterdam – de installatie Het oordeel/The verdict van Anja Sijben bestaat uit meer dan 100 tekeningen met evenzoveel variaties op een zelfde van dichtbij weergegeven menselijk gezicht. De honderdvoudige blik is direct gericht op de kijker, die oog in oog lijkt te staan met een zich eindeloos afsplitsend gelaat – een gelaat dat nooit aan zichzelf gelijk blijft. Gedurende de maanden waarin de tekenaar aan dit project werkte (zij nam een foto als model) probeerde ze elke dag opnieuw het reeds gekende op te schorten en met onbevangen blik een stemming, oogopslag of uitdrukking te registreren in de tinten van het moment. Het resultaat is een uitnodiging om te kijken en te blijven kijken zonder automatisch oordeel.
MONIQUE VAN STOKKUM woont en werkt in Boven Leeuwen – Een terugkerend motief in de tekeningen van Monique van Stokkum is het bos, in vele hoedanigheden: dampend na een regenbui of terugwijkend voor open ruimte (waar iets gebeuren kan of heeft plaatsgevonden, waar plotseling een hert verschijnt) – het bos als ervaring, en als plaats van herinnering. In het complexe werk ‘Lente’ staan slanke, zonbeschenen bomen naast grauwe gebouwen: op de drempel naar het licht verzamelen zich zachtgekleurde mensen. Tegengestelde stemmingen komen samen, zoals in het grimmige beeld van vriendelijk getint plastic met zwart verstikte natuur, of ook in het tedere portret van een baby slapend tussen donkere dreiging en bloeiende magnolia.
ALINE THOMASSEN woont en werkt afwisselend in Den Haag en Marokko – De hier afgebeelde tekeningen van Aline Thomassen maakten onlangs deel uit van de tentoonstelling Rauw in het Rembrandthuis. In elk ervan is een vrouw voorgesteld die zich zelfbewust naar de kijker keert. De figuren zijn meer dan levensgroot en maken de indruk heel dichtbij te zijn: voeten en benen bevinden zich buiten ons blikveld. De gebruikte aquareltechniek geeft de werken een lichte, bijna immateriële kwaliteit, terwijl plaatselijke concentraties van intens gekleurd pigment associaties oproepen met warmte, bloed, lichamelijkheid. Er verschijnen donkere organen en het papier zelf wordt metafoor van de menselijke huid: bespat, bevlekt, betekend. Wat zich toont is krachtig en intiem, en niet in taal te vangen.
JOSINE TIMMER woont en werkt in Amsterdam – voor Josine Timmer is tekenen een beweeglijk proces waarin iedere streep of lijn, iedere handeling leidt tot een onvoorzien vervolg. Het werk dat zij maakt doet denken aan het veranderlijke van de natuur: meervoudige kleurlijnen laten een stuwend ritme zien en lijken te worden meegevoerd op golven van wind of water. Soms verdichten zij zich tot een vermoeden van substantie, een begin van vorm, maar vallen dan uiteen, lossen op – of veranderen van richting, stotend op tegenstromen. Er openen zich ruimten waar alles volkomen gewichtloos is en voortdurend in wording, waar de blik van de kijker blijft rondgaan en dwalen als een welkome gast.
EGBARTA VEENHUIZEN woont en werkt in Oenkerk en West Cork, Ierland – Egbarta Veenhuizen tekent en maakt vaak getekende collages. Door te knippen isoleert zij figuren en figuurgroepen, door samenvoegen ontstaat gelaagdheid. Verschillende werken verwijzen naar de wereld boven de poolcirkel: we zien de dood en een missionaris als schaduwen oprijzen achter drie sterke Inuit vrouwen. Ook is een met sneeuw bedekt slagveld voorgesteld waar met gebalde vuist een witte soldaat staat. Er zijn motieven ontleend aan literatuur (zoals de ‘vondst in het moeras’) en een steeds terugkerend thema is het portret. Soms figureert een historisch personage: Louise Boyd die Groenland exploreerde, Mary Stuart dromend van de onbekende aan wie zij uitgehuwelijkt werd.
NINA VAN DE VEN woont en werkt in Tilburg – in haar met houtskool en zwarte pastel uitgevoerde tekeningen verbeeldt Nina van de Ven fabelachtige, hybride personages. Ze bestaan uit avontuurlijke combinaties van motieven die afkomstig lijken uit diverse tijden en culturen. De titels verwijzen onder meer naar folklore, mythologie, reality TV. Sommige figuren (geïsoleerd en zonder diepte weergegeven) doen denken aan oosterse marionetten, andere zijn voorgesteld in een minimaal aangeduide narratieve ruimte. Steeds roepen zij de verwachting op van een verhaal: de speler en zijn magisch attribuut, de held en het negenkoppig monster, de wachter en zijn koudbloedige dieren.
ANNECHIEN VERHEY woont en werkt in Amsterdam – Annechien Verhey werkt met contrasten die haar tekeningen een sterke dynamiek geven. Krachtige, hoekige lijnvoering wisselt zij af met fijne arceringen en zacht uitgewreven tonen; tegenover ritmisch verspringende strepen staan verzonken, gesloten kleurvelden. Er is samenspel (of tegenspel) van brede en dunne lijnen die elkaars beweging beantwoorden, completeren, tegendraads volgen. Fotofragmenten met brokstukken natuur of architectuur krijgen een getekend vervolg, verdubbelen en gaan over in fictieve werelden van een ambivalente, onzekere orde. Het leidt tot beelden die dikwijls aan een stedelijk landschap doen denken.
WILMA VISSERS woont en werkt in werkt in Groningen – Tekenen gaat bij Wilma Vissers veelal samen met met reizen, met elders verblijven. Ver van de dagelijkse routine vindt zij tijd en concentratie om nieuwe ideeën op te doen. Maar nu onze bewegingen beperkt zijn komen ruimte en oneindigheid op andere wijze haar werk binnen. Een oude atlas en bewaarde stadsplattegronden dienen als onder- en achtergrond voor beelden waarin warm gekleurde, aaneengesloten vormen direct vanuit vreemde namen, wijkende velden en onnavolgbare contouren naar voren lijken te komen tot in de nabijheid van de kijker – als objecten die bijna fysiek aanraakbaar zijn, maar ook als zacht getinte vensters naar het onbereikbare.
GUY VORDING woont en werkt in Amsterdam – In de serie Black Pages schept Guy Vording een spanning tussen tonen en verhullen. Hij toont zwart gemaakte tijdschriftpagina’s waarop slechts enkele tekst- en beeldfragmenten zijn uitgespaard, en tegelijkertijd toont hij een nadrukkelijk niet-tonen. Donkere arceringen maken een maskerende, verhullende beweging zichtbaar: de actie van de tekenaar, zijn poging om het beeld te controleren. Maar het resultaat is vreemd paradoxaal: het verborgene blijft oncontroleerbaar aanwezig. In de duisternis schuilen heimelijke gebaren, schaduwgestalten, plaatsen van handeling, woorden van betekenis.
WITTE WARTENA woont en werkt in Amsterdam – de serie ‘Brooklyn’ laat zich bekijken als een meditatie over plaats en tijd. Witte Wartena fotografeert situaties die hij al wandelend observeert; een selectie van de foto’s dient later als basis voor tekeningen in potlood, waarop een bewerking volgt in aquarel. Tussen het gefotografeerde ogenblik en het voltooide werk verstrijkt dus tijd; de tekeningen documenteren die tijd en staan zo in een paradoxale verhouding tot het snapshot-achtige onderwerp. Gelijkmatige, kalme lijnen en transparante kleuren scheppen afstand, leggen filters, en dan is er de tijd die zichtbaar wordt als verschil: elke plaats is na tien jaar (tijd van de tekenaar en tijd van de stad) opnieuw verbeeld – identiek, maar niet aan zichzelf gelijk.
MARIA DE WERKER woont en werkt in Groningen – een digitale presentatie als deze doet eigenlijk geen recht aan de tekeningen van Maria de Werker. Pas wanneer men ze in hun fysieke werkelijkheid ziet wordt duidelijk hoe de lijnen (alleen of gebundeld) plotseling loskomen van het papier; hoe zij zich verheffen, opkrullen, golven, wentelen in een stille, nooit eindigende dans. De lineaire bewegingen, elk met een ander ritme, intensiteit, scherpte of zachtheid, elk met rigoureuze eenvoud verbeeld, zijn volmaakt in zichzelf geconcentreerd – zozeer dat men zich met verwondering afvraagt hoe iemand dit heeft kunnen tekenen.
ROZEMARIJN WESTERINK woont en werkt in Rhenen – De pentekeningen van Rozemarijn Westerink lijken doortrokken van een vibrerende dynamiek. Inktzwarte arceringen gaan in golvende banen over het beeldvlak, vormen bewogen velden en verdichten zich tot herkenbare motieven: bomen, grassen, een horizon. Soms komen daar sluiers overheen, transparant of ondoorgrondelijk, waar elementen in verschijnen van andere orde, vreemde eilanden, helderwitte gaten. Aanvankelijke voorstellingen zinken weg als verre herinneringen, worden overschreven door nieuwe lijnen, opgenomen in meer omvattende beelden – een proces dat zich op sublieme wijze voltrekt in een recent gemaakte animatiefilm.
LAURENS WESSELINGH woont en werkt in Arnhem – behoort tot de eerste deelnemers aan de Galerij van de tekenkunst, aan wie expliciet gevraagd werd tekeningen te tonen die niet waren bestemd om te exposeren, om zo de ‘achterkant’ van de kunst zichtbaar te maken. Hij laat een serie bladen uit schetsboeken zien, waarin hij met een beweeglijke, open en steeds van ritme wisselende lijnvoering zijn observaties noteert. De studies in kleur dienen als voorbereiding voor pastels of aquarellen.
CINDY VAN WOUDENBERG woont en werkt in Eindhoven – Cindy van Woudenberg verbeeldt menselijke figuren die in geen enkele categorie te vangen zijn. Ze hebben geen gezicht en dragen geen kleding, zijn niet omhuld met betekenis. Het zijn instabiele gestalten, in wording of ontbinding, vallend in duisternis, vervagend in licht. Maar in voetzolen, tenen, vingers of een schouderblad kan zich contrast concentreren, kracht, aanwezigheid. Wat zich lineair losmaakt is steeds een gebaar: een omarming, een beschermende hand – de hoofden zijn gebogen, verdwijnend houdt men elkaar vast.
SIGRID VAN WOUDENBERG woont en werkt in IJsselstein, Utrecht – in het werk van Sigrid van Woudenberg keren dikwijls elementen terug uit eerdere tekeningen: florale motieven die een setting suggereren van weelderige natuur, lineaire woekeringen die doen denken aan menselijk haar of tropisch oerwoud. Soms verschijnen op regelmatige afstand van elkaar kleine openingen: stralende hemellichamen, verre lichten of verlichte vensters, papierwitte wonden. In dit geheimzinnig universum vol belofte en gevaar hebben menselijke figuren zowel immense als minuscule dimensies – zij zijn klein en fragiel, gevangen in een onvatbaar moment tussen nu en wat gebeuren gaat, of rusten als een gebergte, omgeven door een eigen kosmos.
HETTY VAN DE ZANDE woont en werkt in Oosterbeek – Hetty van de Zande tekent in pure lijn, en vanuit directe waarneming, over tevoren geschilderde kleurvelden waarin de sporen van het brede penseel en de druipende verf duidelijk zichtbaar zijn. Aan deze gedurfde ontmoeting voegt zij vreemde elementen toe: afdrukken van letters, patronen, decoratieve motieven, handen. Het resultaat wordt dan rigoureus in stukken geknipt, dikwijls dwars door de getekende figuren heen, waarna de fragmenten in nieuwe combinaties aan elkaar worden geschakeld – niet in gesloten composities maar in meterslange, uitvouwbare leporello’s.
MARTHE ZINK woont in Tilburg, werkt in ‘s-Hertogenbosch – de kleurrijke tekeningen van Marthe Zink komen wonderlijke zaken voor. De manier van verbeelden herinnert aan de oude betekenis van het woord ‘fantasie’ of ‘imagination’: een kracht die verbindt wat eerder alleen apart bestond, die fragmenten van wat ooit gedacht, gehoord of gezien is samenbrengt tot iets volkomen nieuws. Het gaat niet alleen om onverwachte combinaties van beeldmotieven, maar ook van realiteitsniveau’s, ruimten, wijzen van weergeven. Waar voorwerpen of personages zijn voorgesteld dringen elementen van vreemde orde binnen, openingen naar een andere dimensie zoals in de schilderijen van Raveel. Het vertrouwde verband der dingen heeft plaats gemaakt voor het vrije spel van de fantasie.
DEELNEMENDE TEKENAARS alle presentaties tot dusver
MARIJN AKKERMANS woont en werkt in Amsterdam – Marijn Akkermans tekent menselijke figuren die zich niet snel prijsgeven aan de blik van de kijker. Vanuit witte ruimten lijken zij langzaam vorm aan te nemen: hun contouren verdubbelen, herhalen zich, veranderen en begrenzen schaduwvelden waarvan de transparante tonen nabijheid en diepte suggereren. Zelfs het beeldvlak lijkt daar aanwezig: een scherm, een gordijn dat vóór een tweede, een derde scherm schuift en er zijn schaduw op werpt. Abrupte openingen (in welk oppervlak? Welke huid?) onthullen roodgekleurde fragmenten – een heimelijk oor, het oog van een voyeur. Alsof de waarneming zowel van binnen als van buitenaf gericht is op een gat dat terugkijkt …
AGATHA VAN AMÉE woont in Wageningen en werkt in Arnhem – Deze grote tekeningen in houtskool en siberisch krijt nodigen de kijker uit met de blik langzaam door het beeld te dwalen. Er zijn kamers voorgesteld met transparante wanden en gewichtloze gordijnen; men ziet er donkere vruchten, zachtaardig gebladerte en voorwerpen die aan herinneringen doen denken. Het zwart is intens en overal is licht: licht stort als een waterval naar binnen, valt in bundels op een vloerkleed, straalt achter half geopende deuren. Verstilde dingen gaan over in de figuren, patronen, contrasten van hun omgeving en muren worden vergezichten, zoals in het wonderlijk continuüm van ons geheugen.
RON AMIR woont en werkt in Rotterdam – Ron Amir maakt grote houtskooltekeningen. Het diepzwarte, in het papier gewreven houtskoolpoeder absorbeert niet alleen het licht, maar ook de blik van de kijker. De forse formaten dragen ertoe bij dat men zich moeiteloos kan verliezen in een universum vol duistere, droomachtige beelden. We zien oorden waar apocalyptische rampen hebben gewoed, roerloos verzonken in nachtelijke stilte. We zien de doden, de zondvloed, een huis in vlammen: het theater van de ondergang.
MARJOLIJN VAN DEN ASSEM woont en werkt in Rotterdam – Marjolijn van den Assem laat werken zien waar veel in gebeurt: men ziet rusteloze lijnen, zwarte velden, kleuren uitgestrooid als een bloemenzee, steentjes, ijzerdraad en talloze fragmenten geschreven tekst, alles op stevig papier dat veelvuldig werd opengesneden, opgekruld, gevouwen en bijeen geniet. In die vloed van visuele tekens lijken de sporen zichtbaar van wat vooraf ging: een langdurig reizen in de diepte van woorden, zinnen, gedachten die werden doordrongen en weer losgelaten. De uiteindelijke beelden rusten niet in zichzelf maar zijn onderdeel van grotere series, als momenten in een onstuitbare stroom van pogingen om te naderen wat ongrijpbaar blijft.
STEVEN BAELEN woont en werkt in Gent – Steven Baelen toont digitale tekeningen gebaseerd op beelden uit zijn krantenarchief. Beelden van vervlogen realiteit, ontbonden, getransformeerd, voortgezet in een virtuele structuur van lijnen en spijkervormige streepjes – ijle elementen die veelvuldig werden herhaald, verdicht, gefilterd en veranderd. Wat rest is een vreemde visuele orde (en wanorde), ver verwijderd van wat fotografisch was vastgelegd. Toch draagt die verwijdering een herinnering met zich mee: er verschijnen nog schimmen van bijna, maar net niet herkenbare gestalten, echo’s van een wereld als in Plato’s grot.
SHARON VAN DEN BERG woont in Amstelveen, werkt in Ouderkerk aan de Amstel – De hier getoonde werken maken deel uit van een grotere serie, waarin Sharon van den Berg herinneringen aan situaties uit haar jeugd verbeeldt. De gekozen vorm is die van een oude beeldencyclopedie en suggereert duidelijkheid, terwijl de tekeningen zelf enigmatisch zijn. We zien ontheemde objecten en stille plaatsen, een toneel zonder personages. Maar juist in wat afwezig is (wat zich onttrekt aan de blik van de kijker) schuilt het onvatbare van een vroeger leven: de geur van kaarsen, een gesloten hek, de stem van een grootmoeder.
INGRID BERGER woont en werkt in Den Haag – In deze reeks aandachtige houtskooltekeningen brengt Ingrid Berger de blik van de kijker dicht bij het gelaat van een slaper, of de plooien van een opengeslagen bed. Steeds is er een zelfde afwezigheid: die van de slapende mens, van wie de geest elders is – losgeraakt van de dagelijkse subjectiviteit. Zoals in onze dromen verschijnen ook in de tekeningen archetypische beelden: het bed (zinnebeeld van het lichaam en plaats van de mysteries van het leven); het dier of de beer (de instincten die ons drijven) en de haas die komt en gaat als de maan: nachtelijk, en zo stil als een schaduw.
EMMY BERGSMA woont en werkt in Zwolle – het werk van Emmy Bergsma begint met terloopse observaties en gedachten omtrent plantaardig leven. Tijdens het tekenen nemen zij de gedaante aan van betekenisvolle beelden, met motieven die zouden kunnen figureren in een oude mythologie. Er is de ontembare kracht van de groei, er is een boom die het donker vasthoudt, er is een oneindig schaduwrijk, een onderwereld vervlochten met al onze wortels. En dan is er nog het verhullen, bedekken, overwoekeren van menselijke ordening, ook waar het gaat om een tuin: aanzwellend kleurveld in duistere aarde met een gesloten, afgekeerd huis.
MARGO VAN BERKUM woont en werkt in Zeist – met hun kleine formaten, zachte grijstinten en evocaties van schemerdonkere ruimten maken deze tekeningen het kijken tot een intieme ervaring. Bijna vergeten sensaties lijken zij op te roepen, herinneringen aan een waarneming in afwezigheid van taal. De zichtbare dingen zijn verbeeld zoals zij verschijnen voordat er woorden of functies aan worden toegekend, voordat zij identiteit aannemen. Het zijn de momenten van verwondering, waarin het denken nog tast in het duister en het licht (is het lamplicht? maanlicht?) naar binnen valt in stille kamers, over lege muren, onzekere tafels, langs de schaduwen van het onbekende.
BERNADETTE BEUNK woont en werkt in Amsterdam – de werkwijze van Bernadette Beunk is langzaam en systematisch. Desondanks, of juist daardoor, lijken haar tekeningen een onmiddellijk appel te doen op de zintuigen. Meer dan om waarnemen gaat het om gewaarworden – een fluistering in het oor, een schittering in het oog, een prikkeling op de huid. Parallelle en steeds van richting veranderende lijntjes doen denken aan rimpelingen in de atmosfeer. Meervoudige kleurvormen en slingerende stippelsporen dansen als nabeelden over het netvlies. In haar laatste tekeningen lijkt iets nieuws te gebeuren: een heldere ruimte, golvende kleurvelden, ruitstructuren, verwondering.
MIMI VAN BINDSBERGEN woont en werkt in Arnhem – haar materiaal is het zachte pastelkrijt: puur pigment, intens van kleur waar het tot dichte vlekken werd gewreven, sluiers vormend waar dun uitgeveegd. Geen fijne details in dit werk: grote, stevige lijnen herinneren aan de kracht en de aarzeling van het tekenend gebaar. Het poederachtige materiaal, de onzuivere vlek, de grillige beweging, de aangetaste vorm maken van elke tekening een landschap, ook wanneer geen landschap is voorgesteld. Zelfs de menselijke figuren hebben lichamen als imaginaire landschappen.
GAM BODENHAUSEN woont in Geldrop, werkt in Eindhoven – Gam Bodenhausen tekent zowel op kleine als op metersgrote formaten steeds met het zelfde veelzijdige materiaal: potlood. In elk werk breidt zich naar alle kanten een fijn net uit van beweeglijke, zachtgrijze structuren. Andere structuren, daarmee verweven, verwijzen naar landschap, steen, aarde, opeengepakt gebladerte, traliewerk, draden, een oude muur. Die herkenbare motieven vertonen op hun beurt weer patronen van natuurlijke dooradering of aantasting door de tijd. En er laat zich nog een dimensie bespeuren, minder zichtbaar op de huid der dingen: een herinnering aan open ruimte, wind, gefilterd licht en de tastbare nabijheid van ruwe materie.
MARCEL BORS woont in Nijmegen, werkt in Groesbeek – De eerste vier tekeningen die Marcel Bors hier presenteert maken deel uit van een langere serie met als thema “De Ander”. Steeds verschijnt daar (vanuit een ondefinieerbaar verre dimensie) een gelaat dat ons vreemd is. Het lijkt een stil appèl te doen op ons, onzekere kijkers, om het in de ogen te zien. De laatste twee werken, van een groter formaat, verbeelden hybride figuren ten voeten uit. Ze zijn uitgevoerd op beschermhoezen die samen een oppervlak vormen met zachte onregelmatigheden, zowel in kleur en glans als in de lijnen van randen en overlappingen. Over de naakte wezens zelf bewegen dan fijnere lineaire motieven: het zouden versieringen kunnen kunnen zijn, of sporen van een persoonlijke identiteit.
GEERTRUI VAN DE CRAATS woont en werkt in Maassluis – Geertrui van de Craats concentreert zich in haar tekeningen op het verbeelden van een wezen wiens lot onverbrekelijk met het onze verbonden is, namelijk het paard. Edele drager van krijgers en keizers, zetel van donkere driften: van oudsher wordt het paard bekleed met attributen en betekenissen die kleven aan zijn paard-zijn als klitten aan zijn vacht. En klitten zijn hier in veelvoud voorgesteld: zij vormen nevels en sterrenstelsels rond stille dieren die zo ragfijn zijn getekend dat zij transparant en bijna afwezig lijken. Wat op het beeldscherm nauwelijks waarneembaar is zijn de subtiele verschillen tussen zacht potloodgrijs en de glans van zilververf, materiaal waarmee bijvoorbeeld skeletdelen zijn weergegeven als waren het diepliggende, tot op het bot doorgevoerde versieringen.
NOËLLE CUPPENS woont en werkt in Amsterdam – de tekeningen tonen fragmenten van situaties die vertrouwd aandoen – een balkon met bloemen, een tuin of park, een kas met planten. De spaarzame vormen, lijnen, motieven en tekens hebben een lichte en bijna terloopse intensiteit, die het resultaat lijkt van wie weet hoeveel voorafgaande transformaties. Veel werd daarbij weg- of achtergelaten, bijvoorbeeld de aanduiding van plaats, context, omgeving. Toch hebben die afgestoten delen van de zichtbare wereld hun sporen nagelaten: ze zijn overal spookachtig aanwezig. Zelden ziet men een leegte die zo veel laat vermoeden.
ANNEMIEKE DANIELS woont en werkt in Arnhem – haar portretten, inktzwart op wit papier, zijn indringend en ingehouden tegelijk. Duidelijk als grafische tekens, maar niet eenduidig: de vormen zijn zacht en asymmetrisch. Sterke, brede lijnen worden soms begeleid door meer beweeglijke of bescheiden lijnen, die een lichter tegenwicht vormen. Op alle bladen heersen uitersten: licht en zwaar, zwart en wit, eenvoud en kracht, volheid en leegte, nadruk en stilte.
RONNY DELRUE woont en werkt in Gent – tekenen neemt in het werk van Ronny Delrue diverse vormen aan: potlood op papier, fotofragmenten op een muur, een verblekend polaroid waarover zwarte lijnen gaan die het beeld zowel vasthouden als doen verdwijnen. Honderden getekende dagboeknotities zijn evenzoveel gedachten die elkaar volgen. Een reis zonder einde: in het werk El camino is de pelgrim aanwezig – zijn ontelbare voetstappen, zijn altijd verschuivende horizon (in tijd en ruimte verstrooid laat zich nog een gestalte vermoeden, het hoofd een versluierde leegte). Steeds ontstaat een spanning tussen verschijnen en verdwijnen: het is de relativiteit van het leven.
SANNE DIJKSTRA woont en werkt in Amsterdam – de tekeningen van Sanne Dijkstra bestaan uit kalligrafische lijnen en vlekken, spatten, tekens, op onmiddellijke wijze neergezet in vloeibare zwarte inkt. Zij staan met onherroepelijke directheid op het witte papier: er is geen plaats voor aarzeling, geen tijd voor herbezinnen, tekenen is hier een zaak van alles of niets. Elk blad toont een nieuw gebaar, een ander ritme, een onvermoede waarneming, een zeldzaam moment in de vlottende gang van dagen en seizoenen.
GERBEN DIRVEN woont en werkt in Zwolle – Gerben Dirven werkt op een improviserende wijze: reagerend op het onvoorziene dat zich aandient tijdens en door de actie van het tekenen. In de beelden die zo ontstaan vermoedt hij een orde of inherente regel (zoals het schema van de jazz of de wetten van de natuur) die gevolgd, doorbroken, genaderd kan worden. Het maken eindigt pas waar het vermoeden zich terugtrekt – de tekeningen die dan achterblijven (en nooit voltooid, altijd in wording zijn) lijken zich buiten de grenzen van hun kleine formaat te begeven, als waren het momenten in een doorgaande beweging.
ADA DISPA woont en werkt in Nijmegen – de tekeningen van Ada Dispa doen denken aan kleine, humoristische verhalen. Maar het zijn verontrustende personages die zij opvoert: wanhopige clowns, obscene duivels, schemerfiguren met lichamen van hout, een gevaarlijk infantiele demiurg. Over kleurexplosies en lijnensluiers dringen soms woorden binnen, geschreven in grote letters – zij roepen iets dat urgent, belangrijk, bezwerend is. En toch voelt men vreugde bij dit werk: wat in het leven angst, huiver, ontzag opwekt, vertoont zich hier (in de vrije ruimte van de kunst) met de lichtvoetigheid van een feestelijke maskerade.
SELMA DRONKERS woont en werkt in Nijmegen – een online presentatie met werk van Selma Dronkers vraagt van de kijker een inspanning. Op het scherm verschijnen beelden van gelijkmatige veranderlijkheid, zonder aanvang of einde. Wat ongezien blijft is het formaat, klein en compact, in een enkele blik te omvatten, en de rand die dikte heeft en kleur, waardoor men eerder een object waarneemt dan een immaterieel beeldvlak. De getekende lijnen maken door hun contrast en kleurintensiteit de indruk fysiek op het oppervlak te liggen in plaats van te naderen vanuit een fictieve diepte. Zij bieden weerstand tegen wat zich door de fijn gesponnen, bijna geledingloze compositie onvermijdelijk aandient: een effect van optische menging, een suggestie van grenzeloze uitbreiding. De resulterende spanning toont zich als onvatbare schoonheid.
ADRIAAN VAN ESVELD woont en werkt in Velp – Adriaan van Esveld behoort tot de eerste deelnemers aan de Galerij van de tekenkunst, aan wie expliciet gevraagd werd tekeningen te tonen die niet waren bestemd om te exposeren, om zo de ‘achterkant’ van de kunst zichtbaar te maken. Hij toont studies die ontstaan als ‘eerste idee’ voor zijn grafisch werk en schilderijen, maar die soms toch als tekening al helemaal ‘af’ blijken te zijn, waardoor zij op een gelukkige manier aan hun doel voorbijschieten.
MARC FABELS woont en werkt in Den Haag – in de tekeningen van Marc Fabels vormen korte, hecht gearceerde potloodstrepen donkere figuren die doen denken aan schaduwen, of nabeelden op het netvlies, of gefilterde herinneringen. De zwarte lijntjes tonen in hun duizendvoudige opeenvolging dat tijd is verstreken, zoals ook het hergebruikte papier getuigt van tijd – verkleuringen, vormfragmenten, vouwlijnen en de grillige contour van opengeklapte dozen brengen (verhevigd of versluierd) geschiedenis in beeld, tekens van verval of destructie die deel worden van wat is voorgesteld: bomen zonder wortels, een stil bombardement, voor altijd smeltende sneeuw.
PIETSJANKE FOKKEMA woont en werkt in Bovenkarspel – Het recente werk van pietsjanke fokkema bestaat uit kleine tekeningen en objecten die uitgestrooid lijken over de wanden van de tentoonstellingsruimte en daar lichte, open constellaties vormen. Lijnen van verschillende orde (in potlood getekend of als tastbare draden in de ruimte, met lineaire schaduwen op de muur) omcirkelen elkaar, strekken zich uit, vertakken en verdichten zich tot figuren: ladders, masten, schepen, touwen, het uitzicht uit een raam. De herhaling, variatie en rijm van motieven (cirkels, openingen, verknopingen en bomen – stamboom, knoop, planeet, bloedmaan) doen betekenisvolle verbanden vermoeden en roepen associaties op die blijven resoneren.
HERMAN FONTEIN woont en werkt in Nijmegen – Herman Fontein tekent lineaire motieven die zich veelvuldig herhalen, patronen vormen, rasters, schermen van in elkaar grijpende, altijd muterende figuren. Variaties en afwijkingen in de heersende regelmaat zorgen voor een geraffineerd spel van visuele spanning. Fysieke en fictieve overlappingen maken lagen zichtbaar van verschillende orde en schaal, die door de wijze waarop ze over of bij elkaar zijn geplaatst verwantschap suggereren, naar elkaar lijken te verwijzen, uit elkaar voort lijken te komen. En hier en daar isoleren zich restvormen waarvan de randen contouren worden van nog mogelijke of denkbare configuraties.
HANNEKE FRANCKEN woont en werkt in Leiden – in het werk van Hanneke Francken opent zich een vreemd universum. Hier en daar lijken organische structuren herkenbaar (vertakkingen, mossen, schorsen, menselijk of dierlijk haar) maar vaker ziet men een beeld van louter worden en vergaan, chaos en groei, explosieve kracht – of juist het tegendeel: ontbinding en gestolde, tot stilstand gekomen materie. Daarbij wordt soms leegte zichtbaar, donkere oneindigheid of dichte nevel. De dynamiek zet zich door tot de randen van elke tekening, alsof we slechts een uitsnede zien (maar ook een evocatie, een visuele metafoor) van een gebeuren zo alomvattend dat de aard ervan zich niet laat definiëren.
ANDRÉ GEERTSE werkt in Tilburg – André Geertse tekent op materialen en voorwerpen die na eenmalig gebruik meestal hun waarde verliezen en worden weggeworpen. Kartonnen dozen, van hun inhoud ontdaan en schijnbaar nutteloos geworden, klapt hij open tot platte vormen met een ruwe symmetrie. Het worden fragmenten van een licht universum: men ziet er kruisende lijnen in alle richtingen door een grenzeloze ruimte gaan. Een ander project is de agenda van het lopende jaar, symbool van voortgaande tijd en eeuwige terugkeer: een onvergelijkbaar boek der dagen, met voor iedere dag een vluchtig visioen, een geheime geometrie, een kleurveld, een mirage.
CATHELIJN VAN GOOR woont en werkt in Amsterdam – in de series Rare Digital Phenomena en My Digital Backyard verbeeldt Cathelijn van Goor de visuele verschijning van een technologische realiteit die zich onherroepelijk lijkt te onttrekken aan menselijke controle. Het werk toont een veelheid van onkenbare fenomenen: geaderde schermen, gestolde stromen, kristallen van buitenaardse schoonheid. De ontketende virtuele fantasmagorieën worden hier zowel opgeroepen als bezworen – hun gevaarlijke, inhumane vreemdheid verdwijnt in de zachte arceringen, de textuur van het materiaal en de warmte van de tekening.
LENNEKE VAN DER GOOT woont en werkt in Amsterdam – het werk van Lenneke van der Goot suggereert ruimten die toegankelijk zijn, begaanbaar zelfs, maar die de kijker geen houvast bieden. Zwart en wit, zoals het landschap van de maan, worden zij bevolkt door veelkantige objecten (van papier? of donker glas? doorzichtig steenkool?), precaire bouwsels, gewichtloze wolkenkrabber-kathedralen. De staande, liggende, hellende en vallende vlakken worden gemarkeerd door rusteloze lijnen die geen perspectief willen worden. Een duistere diamant werpt zijn rode weerschijn over een meervoudige woestijn, een meteoriet met scherpe randen zweeft boven de huid van een vreemde planeet, alles zwijgt, niets wat hier verschijnt is zeker.
INGRID GREIJN woont en werkt in Amsterdam – Documented Tracks noemt Ingrid Greijn haar tekeningen, en het zijn inderdaad lijnen die men ziet – talloze inktlijnen over en door elkaar, als in een oud palimpsest. Zij lijken een eindeloos herhaalde, steeds afgebroken en weer hernomen waarneming te registreren, waarin de blik geen tijd heeft om zich aan objecten te hechten. Soms denkt men fragmenten van een plaats, een wereld te herkennen: boomkruinen bijvoorbeeld, of een weg met aan weerszijden gevels die uiteenvallen in een veelheid van verticalen. De beelden zijn ruimtelijk en cartografisch tegelijk: er verschijnen contouren van archipels en continenten, en duizend trajecten lineair in kaart gebracht.
AAL GÜNTHER woont en werkt in Amsterdam – Aal Günther heeft het vermogen om met enkele lijnen een klein universum op te roepen. Het zijn beelden die soms doen denken aan geïsoleerde tekens of aan oosterse kalligrafie, maar vaker lijken zij fragmenten van iets groters dat vermoed kan worden buiten de grenzen van ons gezichtsveld. Als het om muziek ging dan klonk hier een polyfonie van ongelijksoortige klanken: dunne sporen en krachtige gebaren, zwart pastel en transparante tempera, krijtachtige texturen en zachte glans, hoekige wendingen en cirkelende bewegingen, ondoorgrondelijk duister en open ruimten vol met licht.
HANNA DE HAAN woont en werkt in Den Haag – de stad is in het werk van Hanna de Haan een dynamisch gegeven. Zij tekent locaties en constructies waar een transformatie zichtbaar wordt, waar steigers en kranen het decor zijn van verandering, of waar een overgang plaatsvindt naar water, lucht en leegte. Het ritme van die nooit eindigende metamorfose klinkt door in snelle, rake lijnen die de inerte materie lijken te negeren, elkaar volgend en kruisend zonder ooit in vaste structuren tot stilstand te komen. Dikwijls zijn over eerdere notities nieuwe gekomen die het voorgaande naar de achtergrond dringen, als opeenvolgende gewaarwordingen in de stedelijke chaos. Daar zoekt de tekenaar een onvermoede orde.
BEN HAGGEMAN woont en werkt in Arnhem, behoort tot de eerste deelnemers aan de Galerij van de tekenkunst. Hij presenteert enkele voorbeelden van wat hij wel noemt ‘geschilderde tekeningen’, ofwel getekende schilderijen: zorgvuldig geconstrueerde en met raffinement doorwerkte voorstellingen, die bedoeld zijn om het atelier te verlaten als voltooide kunstwerken.
MIRJAM HAGOORT woont en werkt in Amsterdam. In tekeningen en collages laat Mirjam Hagoort fragmenten zien van gebouwde omgeving en stedelijke ruimte, moderne architectuur en hallen die herinneren aan archeologische sites of aan de kerkers van Piranesi. Doorgaande reeksen van vlakken en lijnen suggereren een ritme van bouw en bebouwing. Er zijn lichte en donkere stemmingen, opgeroepen en versterkt door hevige contrasten en desoriënterende perspectieven. Wat de kijker (en hedendaagse stadsbewoner) ervaart is een vertrouwde verwarring: op deze plaatsen kan men zich tegelijk thuis voelen en ontheemd.
FRANK HALMANS woont in Bilthoven, werkt in Bunnik – deze serie recente tekeningen van Frank Halmans zou afkomstig kunnen zijn van een architect, zo precies en overzichtelijk zijn er gebouwen weergegeven – vanuit hoge standpunten, in fijne potloodlijnen, met schaarse arceringen en soms een ingekleurd detail. Maar gebouwd zullen ze niet meer worden, deze flats: van alles afgezonderd en omgeven door een bodemloze leegte tonen zij zich archeologisch uitgekleed, zoals de huizen van Pompeï. De levenden verblijven elders in de ruimte en de tijd: voor hen werd de flat een zachtgetint meubel met intieme laden, en met zonneweringen als bloembladen.
KATE VAN HARREVELD woont en werkt in Amsterdam. Kate van Harreveld verbeeldt in haar werk verlaten plaatsen met afwerende, kale gebouwen en huizen vol duisternis. Hoewel er geen levend wezen te bekennen is verschijnt soms de enigmatische gestalte van een ranke man met fijne, delicaat getekende trekken en een gezicht zo bleek als de maan. Zijn lichaam, doorschijnend en zonder substantie, lijkt op de steel van een bloem. In een collage met glanzend agaat en berkenbast neemt hij de etherische gedaante aan van een herinnering, een droom, een nabeeld op het netvlies.
TOM HEERSCHOP woont en werkt in Eindhoven – In de serie “oneindige tekeningen” tekent Tom Heerschop kleurrijke motieven die zich naar alle kanten uitbreiden. Dicht aaneengesloten vullen zij het beeld, als een ondoordringbaar scherm van associaties: bladeren, insekten, vogelkoppen, mensengezichten. Witte handen komen tastend het blikveld in en overal zijn ogen, organen, wonderlijke weefsels. In andere werken figureren de grote patroonheiligen: Franciscus in het onbegrijpelijk rijk der dieren, Christoffel die zijn last draagt en met zijn stekels het onheil verjaagt. Dan is er een reeks angstaanjagende portretten – een bloedrood hoofd vol losse schroeven, een afwerend gebaar in een maalstroom van spookachtige furiën.
ROSEMIN HENDRIKS woont en werkt in Arnhem. In het afgelopen najaar nam Rosemin Hendriks deel aan de tentoonstelling Kilroy Was Here. De bezoeker kon er een houten cabine binnengaan, de deur achter zich sluiten en zich omringd zien door tekeningen. Die vormden een intiem ensemble en gingen onverhoedse relaties met elkaar aan. Herkenbare motieven (het gezicht van de tekenaar, haar hond, een kannetje, een zwaan) verwezen naar de wereld dichtbij de kunstenaar, maar keren zich tegelijk van die wereld af. Kalme lijnen, subtiele grijsgradaties en altijd nieuwe vormen tonen de kracht van het tekenen: in het oppervlak van het alledaagse spiegelt zich het sublieme.
CAREN VAN HERWAARDEN woont in ’s Hertogenbosch, werkt in Amsterdam en Den Bosch – Caren van Herwaarden toont menselijke gestalten, paarden, lopende en wachtende figuren, lichamen die elkaar transparant of lineair doorkruisen of verdringen. Handen maken zich los, armen heffen zich in een klacht, klap of gebed. Je ziet gedaanten die handelen, als één lichaam lijken ze op weg te zijn naar een gezamenlijk doel. Ze zijn anoniem maar geladen met betekenis, hun motieven zijn ondoorgrondelijk maar tevens universeel. Een merrie staat bewegingloos, wachtend, wijkend. Ze is doorschijnend: door de ribben heen komt een donker veulen onze ruimte binnen – voelbaar wordt het jong gedragen.
SONJA HILLEN woont en werkt in Nijmegen – Op het beeldscherm is het minder goed zichtbaar, maar wie de tekeningen van Sonja Hillen in werkelijkheid ziet merkt onmiddellijk de spanning op tussen de zachte tinten van kleurpotlood of acrylverf en de tastbare textuur van borduurwerk. Voorgesteld zijn stille situaties, zoals, heel licht en bijna afwezig, een gang die uitloopt op een gesloten deur. Het beeld roept een vergeten verlangen op om daar te zijn, daar binnen te gaan. Verschillende velden borduurwerk lijken zich in de imaginaire ruimte te bevinden maar liggen tegelijk op het beeldvlak, dus in de fysieke wereld van de kijker. Zij maken het tijdrovend handwerk voelbaar en het geduld, het langdurig daar blijven, het trachten wat ver is dichtbij te halen en vast te houden.
MARIEKE HUNZE woont en werkt in Amsterdam – Marieke Hunze tekent wat voorhanden is in haar directe omgeving: het uitzicht vanuit haar keuken, de bomen en veelsoortige bouwsels rond het atelier. Uit die kleine kosmos kiest zij motieven die een compleet universum omvatten: een enkel huis, een bewaarplaats, een broeikas. Fragiele constructies zijn het, vriendelijk of afwerend, onrustig of nachtelijk, elk een gemoedstoestand. De fijne potloodlijnen, lichte silhouetten, abrupte kleurstroken en dansende vormfragmenten zouden gewichtloos wegzweven als zij niet aan de fysieke wereld verankerd waren door de zichtbare structuur van verschillende materialen: het korrelig krijt, de uitgevloeide inkt, over het oppervlak gespannen draden, collages van karton en papier op papier.
INEZ ISHIZAKI woont en werkt tussen Den Bosch en Arnhem – Inez Ishizaki brengt in haar werk motieven samen die afkomstig lijken uit een nog onverteld verhaal. Neem het beeld van een badhuis waar mensen, honden en hybride personages zich in stilte wassen, slechts omringd door natte tegels en vacht, veel vacht. De intieme scène roept een scala aan sensaties op, wat nog versterkt wordt door de sensuele textuur van het gebruikte tekenmateriaal. In de achtergrond wordt diepte gesuggereerd door een opeenvolging van parallelle vlakken, zoals in een oude Ukiyo-e prent. Op vergelijkbare wijze organiseert de kunstenaar de fysieke ruimte van haar installaties: als tussen coulissen beweegt men zich te midden van hangende tekeningen in de vorm van menshoge gezichten – de monden geopend alsof zij zingen, of geluidloos vertellen.
NIELS JANSSEN woont en werkt in Den Haag – Niels Janssen voegt fragmenten van diverse orde en herkomst aaneen tot fijne visuele weefsels. Zijn verbeeldingswijze herinnert aan de manier waarop het begrip imagination ooit werd opgevat: als ars combinatoria ofwel een activiteit van de geest die heterogene, elkaar vreemde elementen samenbrengt en verbindt. Het werk neemt, naarmate de kijker dichter bij komt, wisselende gedaanten aan: een dynamische ordening van hecht vervlochten motieven gaat over in een caleidoscopische compositie boordevol beelden en brokstukken tekst, en dan in een stroom van steeds nieuwe constellaties, wanneer men de blik van detail naar detail laat gaan.
JANTIEN JONGSMA woont en werkt in Amsterdam – Jantien Jongsma schept beelden die tegelijk nostalgisch en utopisch zijn: ze roepen een wereld op die voorbij is maar ook voorstelbaar en dus mogelijk. Verwijzingen naar de architectuur van het Nieuwe Bouwen herinneren aan tijden vol belofte en optimisme. In de gouaches verschijnen lichte ruimten zonder storingen of complicaties, steeds in gelukkige harmonie met de menselijke figuur. De tekeningen in potlood zijn dichter bevolkt en meer verhalend, leiden de blik van detail naar detail. Meermalen keert het spel terug als motief: spelende kinderen, schoolplein, verfdoos – in het spel is men vrij, spelend wordt men vindingrijk.
NINET KAIJSER woont in Haarlem, werkt in Halfweg – de werken in kleurpotlood van Ninet Kaijser getuigen van een langdurig ontstaansproces: ze zijn tot de randen gevuld met landschappelijke motieven die alle met gelijke aandacht en zachtheid zijn weergegeven. Men herkent grassen, schelpen, water, keien, geaderde rotsen – alles dromend in rode en blauwe kleuren, in oker, warme gelen….. hier is geen mens die de betovering komt verbreken. Ook de kijker niet, hoe dicht die ook wil naderen: de intensiteit van het beeld trekt als een sterke magneet de blik naar zich toe en schept tegelijk onpeilbare afstand – men ziet een tijdloze, onaangeroerde, in stilte verzonken wereld.
MARLEEN KAPPE woont en werkt in Amsterdam – Marleen Kappe toont werk dat doet denken aan constructies met latten, stangen, platen en rasters. Zij verkeren in een staat die precair lijkt en alarmerend instabiel. Het effect is nog sterker wanneer men de kunstwerken niet op een beeldscherm, maar in werkelijkheid ziet: de getekende motieven en structuren dringen abrupt de reële ruimte binnen, om zich dan net zo geheimzinnig weer terug te trekken in de witte leegte achter het papieroppervlak. In dit onverhoeds wisselen van visuele orde vindt de blik geen zekerheid – men blijft zoeken naar wat niet in beeld is: vaste grond onder de voeten.
STAN KLAMER woont en werkt in Amsterdam – de tekeningen van Stan Klamer verwijzen naar voorstellingen van de wereld: kaarten, verzamelingen, cirkelvormige stelsels. Men ziet grillige kusten, stippelsporen, topografische details, en de grote catalogus der dingen. Fragiele, fijngetekende schepen roepen het beeld op van water, zee, licht en tegenlicht, een mensheid op reis. Een kalme lineaire orde omsluit vlottende kleurvelden maar verdwijnt achter gele en roodgroene explosies, of een invasie van pulserende dynamiek. Het kijken zelf wordt een ontdekkingsreis – of, zoals Paul Klee ooit schreef: een kleine reis naar het land van dieper inzicht.
HANS KLAVERDIJK woont en werkt in Breda – Aires en Aerodromes – over reizen, rusten en aankomen: met deze woorden omschrijft Hans Klaverdijk zijn nieuwe, nog altijd groeiende serie digitale tekeningen. Hij verbeeldt daarin complexe plantaardige structuren: ragfijne mossen, uitwaaierende palmbladeren, de kogelronde bloem van de distel en de stekelige symmetrie van de cactus. Steeds zijn ze van bovenaf gezien en werpen schaduwen op een bodem die wij van grote hoogte naderen, als luchtreizigers met de landingsbaan in zicht. De blik daalt neer in de myriade vertakkingen, vervlechtingen en geometrische constellaties die zich haarfijn aftekenen op vierkante centimeters heel dichtbij: dit is de plaats van aankomst, of het punt van stilte langs onze snelweg.
JUDITH MARIA KLEINTJES woont en werkt in Amsterdam en Düsseldorf – Er gebeurt iets paradoxaals in deze tekeningen van Judith Kleintjes: zij laten verschijnen wat niet zichtbaar is, of zich alleen manifesteert als schaduw, als een afwezigheid die kleeft aan de rand van het waarneembare. Men herkent de twijg van Ophelia, de arm van Daphne, de handen van het avondmaal, maar de personages zijn gescheiden van hun verhaal, de ledematen losgeraakt van hun organisme. De fragmenten lijken zich te verdichten, te splitsen, te verdubbelen in een stille, permanente metamorfose. En soms ziet men niets dan een zwarte schijn – donker en afgrondelijk, of stralend als licht.
GEER VAN DER KLUGT woont en werkt in Amsterdam -de tekeningen van Geer van der Klugt spreken onmiddellijk tot de zintuigen. Donkere tinten in pastel en gouache, vol van kleur, laten openingen zien naar het nog witte papier waarover lichte lijnen bewegen. Er is een landschap verbeeld dat is doortrokken van de enigmatische aanwezigheid van een gestalte in een solitaire boom. Ook zijn kamers voorgesteld met meubels, kastjes, tafels omringd door vazen, glazen of bekers die (evenals de kasten en de kamers) het afwezige lijken te omvatten. Tussen die voorwerpen ligt de mens, horizontaal, een object onder de objecten. Maar de dingen zelf staan overeind, zij acteren als subjecten in de kamers (het landschap) van het leven.
FRANCIS KONINGS woont en werkt in Arnhem – Francis Konings verbeeldt vormen van vegetatie: de vertakkingen, woekeringen, het gebladerte en het toeval van de natuur onttrekt zij aan het veranderlijke van ruimte en tijd. Stammen en stelen, ontdaan van hun wortels, los van hun grond, worden stille structuren die veelvuldig in elkaar grijpen, zich verdichten en weer openen naar witte oneindigheid. Soms laten de kalme grijstonen van het potlood een ingehouden ritme zien van zwaarder getinte accenten. In de chaos heerst aandacht, samenhang, orde: de rusteloze orde van plantaardig leven gefilterd, getemperd, herschapen door de tekenaar.
MAAIKE KRAMER woont en werkt in Zeist – In het werk van Maaike Kramer wordt de tekening sculpturaal en getuigt sculptuur van het tekenen. In twee “uitzoektekeningen” zijn bijvoorbeeld variaties te zien van een kleine getrapte vorm, met steeds een andere aanduiding van massa en diepte. De vorm keert terug als staande sculptuur in gietsteen en beton – op de huid ervan roepen ijle, getekende lijnen het aarzelend beeld op van een zorgvuldig gemetselde muur. Daardoor verandert de sculptuur in architectuur, maar wordt tegelijk weer een schets – een idee van hoe het zou worden of had kunnen zijn. Zoals het door de kunstenaar veel gebruikte materiaal (het grijze beton) herinnert aan een gebouwde wereld en aan vervlogen utopieën.
GERDA KRUIMER woont en werkt in Amsterdam – Gerda Kruimer tekent afwisselend met de computer en op papier. In de ontelbare “virtuele” mogelijkheden ziet zij onverwachte beelden ontstaan die om uitwerking vragen. Het hier getoonde werk gaat uit van rasters waar zich verschuivingen, verstoringen, verdubbelingen, verdichtingen in voordoen. Er lijken zich ruimten te openen zonder begin en zonder einde, slechts doorsneden door pure lijnen die een verborgen regelmaat zichtbaar maken, als een ritme dat over de wereld ligt of een orde die elk van ons in zich draagt. Soms verschijnen daar nog zwarte vormfragmenten – reminiscenties aan architectuur of stedelijk landschap – donkere schaduwen vrij van substantie, bijna verdwijnend in helder licht.
KAI KUPER woont en werkt in Eijsden – Wanneer werken van Kai Kuper op een beeldscherm worden weergegeven verliezen zij veel van hun unieke karakter. Want de digitale beelden van tablet of telefoon zijn samengesteld uit steriele, altijd eendere pixelkleuren die als lampjes in onze ogen schijnen. Van een volkomen andere orde zijn de pigmentkleuren die de kunstenaar in werkelijkheid gebruikt: zij gloeien en stralen in het aanwezige licht – een licht dat verandert terwijl men kijkt, terwijl men de objecten nadert of er omheen beweegt. De rijke, volle, zacht glanzende kleurpotloodkleuren komen dan binnen zoals Kandinsky het ooit verwoordde: als de tonen van een muziek die de menselijke ziel in trilling brengt.
WILMA LAARAKKER woont en werkt in Amsterdam – Wilma Laarakker toont tekeningen in de vorm van rasters en ruitpatronen ofwel ’tartans’. Enkele hiervan maken deel uit van een grote serie die is geïnspireerd op het beeld van platgeslagen takken en planten na de overstromingen in Limburg. Ruige, zwarte lijnen voegen zich samen tot donkere vervlechtingen met hier en daar een opening naar helder tegenlicht. In andere werken zijn de lijnen dunner en gekleurd, kruisen elkaar loodrecht als doorzichtige architectuur tegen zacht wijkende velden. Altijd laten zij een subtiele ambivalentie zien – als tekens op het vlakke papier en tegelijk als onpeilbare presentie in een denkbeeldige, innerlijke ruimte.
LISANNE LANGENBERG woont en werkt in Amsterdam – haar tekeningen tonen steeds een enkele figuur – het hoofd fijn gearceerd, het overige aangeduid met weinig lijnen of met niets, met leegte. De portret-achtige hoofden (altijd van een jonge vrouw) zijn heel precies en met bijna klassieke schoonheid weergegeven. Maar wie zich laat verleiden om dichter op de huid te komen wacht steevast een weigering. Mond, ogen, trekken blijven onbewogen: er is geen glimlach, geen opening. Soms staren we onverwacht naar een gat in het gelaat, of zien hoe vreemd gekleurde scherven schuiven voor een neus, een oor, de ogen van de slapende.
HANS LEMMEN woont in Waltwilder, werkt in Waltwilder en Maastricht – de hier getoonde tekeningen van Hans Lemmen zijn als een klein theater met een decor in de vorm van zacht golvend landschap. Er gaan lijnen over die doen denken aan voren in akkerland: tekens van oude, eindeloos terugkerende menselijke activiteit. Vanuit de lage heuvels rijzen stelen en stammen de hoogte in, bomen, elektriciteitsmasten, de mens ook die zich opricht in tegenstelling tot het dier – het onafscheidelijk dier dat hij draagt en waarbij hij neerknielt. Zijn doorschijnende, naakte gestalte trekt als een schip door ruimte en tijd. We zien hem rusten onder een rode hemel: een voorouderlijk wezen met broedende blik, mens en dier tegelijk. In zijn hand het artefact dat de eeuwen doorstaat.
SABINE LIEDTKE woont en werkt in Drachten – in het werk van Sabine Liedtke voltrekken zich twee complementaire bewegingen: nadering en verwijdering. Het oog van de kijker wordt heel dicht bij een gebied gebracht dat zich terugtrekt achter de grenzen van het bereikbare. Minutieuze lijnen dringen door tot het uiterste van wat nog zichtbaar is: de schaduw van een vleugelslag, de volheid van een verenkleed, de aderkroon over een hart. Een ruiter, ooit gefotografeerd in het licht van de dag, wijkt weg achter bleke sluiers, waar hij zich zal transformeren in een adelaar (of een engel, of een gevleugelde fenix).
HEIDI LINCK woont en werkt in Ede – bij het tekenen gaat Heidi Linck te werk als een archeoloog op een vindplaats. De veelsoortige objecten waaruit een plek bestaat herleidt zij tot geconcentreerde, abstracte vormen in nuances van zwart. Door de geïsoleerde, silhouet-achtige weergave en gelijkmatige tint wordt elke herinnering aan functie, materiaal of context uitgewist. Toch blijft de fysieke wereld in zijn afwezigheid als vraag aanwezig: de tekenaar (de onderzoeker) legt sporen bloot van een geschiedenis, een logica, een betekenis die tot dusver verborgen bleef.
MARIËTTE LINDERS woont en werkt in Amsterdam – In deze recente werken herneemt Mariëtte Linders elementen van historische voorstellingen, die zij al tekenend ontleedt, verandert en op diverse manieren combineert tot nieuwe beelden. Vijf dwaze maagden worden vier dronken vrouwen; een jachtscène splitst zich in een strijdende kluwen en een lineair schijngevecht. Uit zware plooien van een pronkgewaad maken zich zwevende contouren los. Rubens is hier aanwezig, zoals in zijn kunst ooit Leonardo en Titiaan. Maar het gewicht van de geschiedenis is van de figuren af gevallen: zij zijn transparant, er is donkerblauw licht en in de witte ruimte drijven zachte kleurvelden.
MARIE-HÉLÈNE MARBUS woont en werkt in Arnhem – de eerste drie tekeningen die Marie-Hélène Marbus hier presenteert maken deel uit van een grotere serie met variaties van steeds een zelfde motief: de ronde nestholte van de oeverzwaluw. Door de herhaling hiervan maakt de reeks een indruk van eenheid en van een geconcentreerde blik, die in de marge (als in een ooghoek) het komen en gaan registreert van de kleine, snelle vogels. In de werken die volgen zien we eerst een kwetsbare gestalte schuilend in een hevig spel van contrasten, dan verschijnen grote insect-achtige wezens, gepantserd en transparant tegelijk; zij bewegen door een ruimte die heel dicht bij het oog van de kijker komt.
MIKE MEGENS woont en werkt in Wijchen – De werken van Mike Megens maken in eerste instantie een lichte, poëtische indruk. Maar zodra de kijker naderbij komt tonen zij zich complex en bieden tegenspel: diverse soorten papier van ongelijke tint en grootte, deels met inkt bedrukt, overlappen elkaar en vormen samengestelde velden. Soms zijn stukken weggeschuurd en wordt zichtbaar wat dieper ligt. Daar over en doorheen bewegen zich veelsoortige lijnfragmenten – sporen van gebaren, residuën van structuren of motieven die van elders komen. De titels voegen een dimensie toe, verwijzen naar ervaringen in de wereld (een plek, een moment, een handeling van de maker) of beschrijven wat zich tijdens het tekenen voltrok, bijvoorbeeld: klimmen, met één poot.
EDITH MEIJERING woonde en werkte in Zutphen – het werk van Edith Meijering is niet eenvoudig te classificeren. Ongetwijfeld gaat het om tekeningen: het materiaal is papier, overal bewegen dunne potlood- en inktlijnen en er is veel open gelaten. Maar de subtiel tekenachtige aanduidingen benadert zij vervolgens als schilder: transparante kleurvelden in acryl of aquarel geven de bladen een bij uitstek picturaal karakter. De dunne, vloeibare verf brengt een onvoorspelbaarheid in het werk die maakt dat de getekende figuren, hoe helder en lichtvoetig zij ook mogen lijken, niet zelden verstrikt zijn in een bijna ongemakkelijke grilligheid.
IRENE VAN DE MHEEN woont en werkt in Amsterdam – Irene van de Mheen toont een serie tekeningen waarin delicate, ijle constructies zijn verbeeld. Lineaire elementen van wisselend karakter (denkbeeldige palen, latten, immateriële snijlijnen) lijken elkaar in een voorzichtige balans omhoog te houden. Hoe ze te noemen, deze onvaste structuren? Veelcellige spinsels, transparante schuilplaatsen… Een suggestie van afgezonderde ruimte lokt het oog van de kijker naar binnen, het breekbare raamwerk in, of verder nog: naar de belofte van een stille, open leegte voorbij de wijkende tonen en vervloeiende contouren van het verst verwijderde blauw.
MARIJKE MINK woont en werkt in Arnhem. Het werk van Marijke Mink biedt de kijker een rijkdom aan visuele avonturen. Het bedwelmt de blik met kleuren, krijtstructuren, grillig uitgevloeide waterverf, stille passages van wit papier en fragiele lijnen. En toch is er in deze beelden niets dat te veel is, niets dat er niet moet zijn. Wat slechts terloops lijkt genoteerd valt nergens in chaos uiteen, rust altijd in een ordening – een orde die zich steeds weer sluit in fijn getekende menselijke figuren. Het is hun pose, gebaar of handeling die betekenis verleent aan elk detail, en die het omringende verandert in ruimte – in een landschap dat zich opent, een bloedrood slaapvertrek, een schuilplaats, een droomkamer.
JESSE MULLER woont en werkt in Amsterdam – Jesse Muller tekent simpele voorwerpen: een steentje, een beker, een latje of balk gemaakt door een timmerman. De langwerpige, ietwat onregelmatig gevormde latten lijken te leven: zij groeien en krimpen, vertonen minimale metamorfosen wanneer zij worden herhaald, gestapeld, horizontaal neergelegd of gedeeltelijk opgericht. Andere tekeningen tonen kleurige objecten waarvan de strak geprinte weergave een geometrische regelmaat laat zien. Zij schuiven voorzichtig aan bij zachtgevlekte mossen, sensueel gearceerd in poederachtig grafiet. Elementen van verschillende orde komen samen in een subtiel spel van visuele dubbelzinnigheid.
JANS MUSKEE woont en werkt in Ede – In deze grote werken verbeeldt Jans Muskee mensen in een alledaagse omgeving. Het is niet zeker wat tussen hen gaande is, wat er zal gebeuren of zojuist heeft plaatsgevonden. Soms richt één van hen de blik rechtstreeks naar de kijker, alsof beiden zich in dezelfde ononderbroken ruimte bevonden. De figuren zijn door hun levensgrote formaat bijna voelbaar aanwezig, een suggestie die wordt versterkt door de kracht van de kleur en de overtuigende weergave van realiteit. De fictieve wereld lijkt samen te vallen met het hier en nu van de kijker, die heel even kan geloven dat een opening mogelijk is, een ontmoeting, een thuiskomst in het onbereikbare.
PAUL NASSENSTEIN woont en werkt in Amsterdam – Paul Nassenstein verbeeldt in zijn werk theatrale ruimten: ondiep en open naar de toeschouwer. Het decor bestaat nu eens uit nauwe gangen hangend aan dunne draden tussen dreigende stenen, dan weer uit onbegrijpelijke architectuur waar nietige figuurtjes dwalen als in de kerkers van Piranesi. Ook is een enkele keer een theater voorgesteld, even monumentaal als instabiel, zonder publiek en zonder acteurs: het toneel van het ongewisse. De tekenaar vertelt geen verhalen – de kleine mensfiguren en hun futiele daden zijn als de staffage in het landschap van een oude meester. Niet een handelend personage is protagonist in dit drama, maar de onheilspellende setting.
KEVIN NIEUWENHUIJS woont en werkt in Utrecht en Zeist. In het werk van Kevin Nieuwenhuijs komen visuele tekens van verschillende orde samen in combinaties die nooit eenduidig zijn. Zij roepen een beeld op dat zichzelf onmiddellijk ontkent door de simultane suggestie van een tweede, een derde beeld. Een zwart vlak toont zich onmiskenbaar als materiaal dat is aangebracht op papier, maar is ook een fictieve bodem, een muur, een donkere ruimte of geheimzinnig voorwerp. Lijnen worden armen en benen, een gelaat, een hoek in een kamer, maar tegenover het veld waar ze zich uit losmaken blijven het dunne lijnen. Het is een spel zonder einde, waarin de verwonderde kijker elke keer wordt teruggeworpen op het eigen kijken.
MICHIEL NIJKAMP woont en werkt in Arnhem – Dit ragfijne, raadselachtige werk bevat vreemde kleine objecten, opgeplakt als in een collage: fragmenten van kranten, illustraties en kaartjes met nummers, codes, symbolen. Elk met een geschiedenis, evenzoveel suggesties van verre gebeurtenissen. Hun motieven lijken te resoneren in de tekeningen waar zij deel van zijn, maar daarvan zijn de structuren zo gesloten en de arceringen zo minutieus dat ze een dicht weefsel vormen, een scherm waarachter alle verhalen verborgen blijven.
BART NIJSTAD woont en werkt in Groningen – het werk van Bart Nijstad is vol van vreemde motieven: grijnzende koppen, botten, schedels, een man die zijn bilnaad warmt in de zon, een penis omcirkeld door een aureool (of een ring sigarenrook), een reuzentronie in de blauwe hemel. Soms verschijnt een klassiek personage in gemuteerde vorm: een veelbenige zeegodin, Jesus aan een kruis met wild kronkelende lijnen. Het zijn flarden van mentale beelden zoals die onophoudelijk door het hoofd spelen – herinneringen aan een film, een strip, internet of een toevallig voorval, vermengd met visuele fantasieën waarvan de herkomst duister blijft. De tekenaar noteert wat voorbij komt in zijn geest, organiseert de chaos, bezweert wat niet in woorden te vatten is.
ELMAR NOTEBOOM woont en werkt in Arnhem en behoort tot de eerste deelnemers aan de Galerij van de tekenkunst. Hij laat het achteloze van de doodle, de geschakelde lettervormen van graffiti en de heldere, bondige beeldtaal van strip en illustratie samenkomen op een manier die elk onderscheid tussen popcultuur en kunst als irrelevant laat verschijnen. Elegant als lichte muziek bewegen de dunne lijnen ritmisch over het papier: jazz in zwart en wit, expansief en aanstekelijk.
SEMNA VAN OOY woont en werkt in Amsterdam – de naam “Accidental Drawing” verwijst naar een werkwijze waarin toeval en ongelukken op het papier tot ongedachte beelden leiden. Beelden met virtuele ruimten (vaak in diepte begrensd) waar vlakke, elkaar veelvuldig overlappende velden zich frontaal naar de kijker richten. Lijnen convergeren naar vluchtpunten; met de kijkrichting mee dringen dynamische wolken binnen die overgaan in donkere sterren met harde randen en scherpe punten. Er rollen ontketende, futuristische machines die breken met iedere orde. Er zijn witte gaten, lege vensters die voor het spektakel schuiven, als in een andere dimensie.
ELLEN PALSGRAAF werkt in Groningen en op zee – Ellen Palsgraaf werkt dikwijls op zee, tijdens lange reizen aan boord van een vrachtschip. Het zoute water komt soms letterlijk haar tekeningen binnen. Tekeningen die, gegroepeerd in series, elkaar aanvullen en versterken – de presentatie ervan in meervoud introduceert tijd en ritme, een opeenvolging van momenten en gewaarwordingen, zoals het komen en gaan van de golven. De trefzekere penseelstreken vormen evocaties van water, licht, kabels, masten, kranen, loodsen, of van hellingen in een berglandschap. Zij documenteren de steeds hernomen poging om vast te leggen wat al voorbij is terwijl het zich aandient, onophoudelijk, majestueus, zonder begin of einde.
ARJO PASSCHIER woont en werkt in Groningen – Arjo Passchier toont enkele tekeningen uit de serie On the nature of light. Het zijn werken in de vorm van een vierkant of ruit, die door hun geometrische eenvoud in eerste instantie rust, concentratie lijken te beloven. Fijne, ingekraste lijntjes, opgevuld met houtskool, doen het papieroppervlak verschijnen als een huid waarover een doorzichtig net is aangebracht van ritmisch geschakelde motieven. Er toont zich een zachte, gedempte helderheid en tegengestelde helften gaan als dag en nacht in elkaar over, komen oplichtend naderbij of zinken weg in duisternis. De contrasten houden de blik in beweging en waarnemen wordt een dans, een verspringende sensatie van licht en donker, van zwart dat licht reflecteert en zwart waar licht in verdwijnt.
MARJO POSTMA woont en werkt in Amsterdam – In de tekeningen van Marjo Postma komen tegengestelde bewegingen samen: groei en constructie, droom en observatie, lineaire precisie en een tastende, open voorstellingswijze. Terugkerend thema is de schildpad – een imaginair wezen waarvan de kleding en behuizing onderwerp worden van verbeelding: fragmenten bouwtekening gaan over in de contouren van vreemde organismen, uit dierlijk haar vormen zich zachte omhulsels. Tot een andere serie (met de titel ‘herbarium’) behoren bladen waarop in delicate lijnen plantaardige figuren zijn voorgesteld, als raadselachtige elementen van een ongekende natuur.
MARISA RAPPARD woont en werkt in Utrecht – in de tekeningen van Marisa Rappard opent zich een visueel universum. Veelvuldig verspringende, trillende, cirkelende lijnen suggereren structuren die ontstaan en uiteenvallen, vorm aannemen en weer oplossen. In zachte kleurvelden lijkt licht door te breken, nacht neer te dalen. Men ziet vlottende continenten, zwarte kamers, maskers, scherven, tekens, fragmenten van onbekende verhalen. Er verschijnt een gelaat dat verdubbelt, verschuift, verwart. Wat in schoonheid zichtbaar wordt is een gedachte zo oud als de filosofie zelf, ooit aldus verwoord: alles stroomt, er is niets dat blijft.
MARCEL REIJERMAN woont en werkt in Arnhem. In werken van klein formaat verbeeldt Marcel Reijerman kleurrijke personages die als klassieke allegorieën vergezeld zijn van attributen. Zij suggereren eenduidigheid, een betekenis die voor het grijpen ligt, maar wat zij oproepen laat zich niet vangen. Als acteurs op een ondiep toneel verhouden zij zich anders tot hun omgeving dan de figuren in de grotere tekeningen: die verspreiden zich over de ruimte als episoden in de tijd, bevolken landschappen waar men vanuit hoog standpunt op neerkijkt. In de tekening dan maar die kant op doorkruisen velen het land, de ordening ervan negerend, voortgedreven in een exodus zonder einde.
PAUL DE REUS woont en werkt in Amsterdam – De kleurrijke en op het eerste gezicht wat absurdistische tekeningen van Paul de Reus lijken de kijker uit te nodigen om glimlachend dichterbij te komen. Maar de beelden die zich dan tonen laten de blik niet snel meer los: voorgesteld zijn hulpeloze mensen, tot stilstand gekomen in breekbare pogingen zich niet bloot te stellen aan de omringende wereld (aan het hete zand bij de zee, de blikken van de ander, de schaduw rond het speelveld) – ze zijn eenlingen, maar zouden iedereen kunnen zijn. Schuilend in grote beesten naderen zij elkaar; de ruimte waarin zij verkeren is zonder uitweg, en vanuit het onderhuidse verschijnt lachend de dood.
TRIJN ROMEIN woont en werkt in Ede – Trijn Romein tekent situaties die losgeraakt lijken van ruimte en tijd. Zij bewaren nog de herinnering aan een fotografisch vastgelegd moment, aan het ongrijpbaar ogenblik waarin een kind acrobatisch voorover duikt, of twee voorbijgangers elkaar in tegenovergestelde richting passeren. Maar het vluchtige is verstild en het marginale staat centraal: in de minutieus uitgewerkte voorstellingen, die traag naar hun voltooiing lijken te zijn gegroeid en waaruit alle ruis en alle toeval is weggefilterd, wordt ook het kleinste motief belangrijk – een schaduw, een leesbaar woord, de kleding van een personage. En waar zich plaatselijk een zachte kleur laat zien resoneert deze in het totaal van op elkaar afgestemde grijstonen.
ANNA RUDOLF woont en werkt in Amsterdam en Basel – laat in haar tekeningen wonderlijke, kleine gebeurtenissen en situaties ontstaan. Lijnen en vlekken van verschillende aard suggereren precaire bouwsels, obstakels, zwarte sluiers die elkaar ontmoeten, overlappen en doorsnijden in een poging fragiele figuren te vangen. De figuren – mens of dier, of combinaties van beide – bewegen zich transparant en zonder gewicht door eigen, stille ruimten. Wat in deze beelden wordt opgeroepen raakt aan het sublieme: gestalten die zacht buiten hun begrenzing treden, een oneindig donker aan je bed, strepen door het bestaan …
NANDA RUNGE woont en werkt in Middelburg – in het werk van Nanda Runge zijn gebouwen voorgesteld, soms van een afstand gezien en omgeven door onbepaalde ruimte, soms van binnenuit en beeldvullend. Grillig uitgevloeide vlekken in Chinese inkt suggereren begroeiing, maar ook licht en duister. Lijnen in conté vormen aanvullende contouren en structuren, een hint van een brug, een weg die naar de verte vlucht. Er zijn geen specifieke details, geen vertrouwde voorwerpen, geen herkenbare figuren: we bevinden ons in zwijgende loodsen, onbestemde doorgangen, een trappenhuis waar je slechts terloops passeert en niet blijft. De grond is onzeker – het oog kijkt omhoog naar een overstekend dak, of zijwaarts naar wat in de marge van het blikveld schuilt.
RITA RUTTEN woont en werkt in Amsterdam – Rita Rutten creëert in haar werk beelden die op een raadselachtige manier meerduidig zijn. Rechte stippellijnen lijken soms een richting aan te geven, een mogelijk traject op de kaart van een onbekend gebied, een landkaart die tegelijk een droombeeld kan zijn of de herinnering aan een waarneming. De slingerende loop van een rivier (van grote hoogte gezien) wordt de kromming van een boomtak, takken van bladloze bomen worden silhouetten van kruisende latten of poten van een tafel die tot in de hemel reikt. Door mensen gemaakte dingen, organisch gegroeide vormen en imaginaire plaatsen smelten samen tot een nieuw tekenlandschap.
ERIK-JAN VAN DER SCHUUR woont en werkt in Den Haag – presenteert zowel schetsen op A4 formaat als enkele metersgrote, complexe composities. Met elkaar bevatten ze een diversiteit aan visuele motieven – van deels herkenbare figuren, objecten en symbolen tot abstracte structuren. Toch maken de tekeningen de indruk een samenhangend geheel te vormen: overal ontwaart men verwijzingen naar thema’s als religie, het kwaad en de dood. Tegelijk ziet men ook de glans van het potlood, de fijne lijnen, de subtiele arceringen. Die verschillende niveaus, conceptueel en zintuiglijk, zijn op geraffineerde wijze met elkaar verweven.
LISANNE SLOOTS woont en werkt in Amsterdam – De tekeningen van Lisanne Loots confronteren de kijker met de kracht en de zachtheid van het materiaal houtskool – met in het papier gewreven sluiers van uiterst lichte grijzen, met het verzadigde zwart, de helder witte openingen, donkere lijnen die door schemervelden bewegen en tegenspel geven. De afzonderlijke beelden zijn droomachtige evocaties van licht en ruimte, bomen, takken, verbrand hout, vergankelijkheid. Beeld en materiaal vallen samen in werk dat begint bij het snoeien en verzamelen van verschillende soorten hout en het geduldig ontbasten, drogen, op maat knippen en stoken zonder zuurstof, bij hoge temperatuur.
IKE SMITSKAMP woont en werkt in Bilthoven – in tekeningen van Ike Smitskamp is steeds een sensatie verbeeld van slechts een enkel ogenblik – een nauwkeurig genoteerd moment op die bepaalde dag, op dat precieze uur. Maar tegelijk lijken de werken trage tijd vast te houden, de tijd van langdurig en geconcentreerd tekenen, alsof de tekenaar geprobeerd heeft om zo lang mogelijk de herinnering vast te houden aan een gewaarwording die al voorbij was terwijl ze zich aandiende. De kleine formaten nodigen ook de kijker uit om dichter bij te komen en te blijven kijken, als contemplatie op een herkenbare, nabije wereld die op een onbewaakt moment verschijnt zoals zij was voordat we er woorden voor hadden.
GODELIEVE SMULDERS woont en werkt in Amsterdam – Ze lijken springlevend, de tekeningen in chinese inkt van Godelieve Smulders. Het is alsof ze in één krachtige beweging tot de kern zijn gekomen van wat uitgedrukt wil worden. We zien figuren met de essentiële eenvoud van duidelijke tekens, die soms tegelijk een hybride karakter vertonen: ze zijn dan zowel mens als dier of mens en voorwerp. Ze staan groot in het beeldvlak en reiken bijna tot de randen van het papier, waardoor de zwarte velden en witte tussenruimten evenveel gewicht krijgen en gelijkwaardig in elkaar grijpen. Dat levert beelden op die bijna een lichamelijke vitaliteit voelbaar maken.
ROLAND SOHIER woont en werkt in Utrecht – Roland Sohier laat modellen langzaam bewegen op trage muziek. Tijdens het tekenen volgt hij die ‘slow motion modellen’ steeds in het hier en nu, zodat de lijnen – contouren van figuurdelen die aan en uit elkaar lijken te groeien – een tijdsverloop belichamen. Niet de beweging zelf registreert hij (zoals de futuristen probeerden) maar eerder de in opeenvolgende momenten van waarneming gevangen fragmenten, die zich dan op het papier samenvoegen tot vreemd gestolde configuraties. Later kunnen zij opnieuw in beweging komen, zij het in een andere tijd: niet die van de tekenaar, maar die van de kijker.
KOES STAASSEN woont en werkt in Rotterdam – de tekeningen van Koes Staassen getuigen van een uiterste beheersing. Ze kenmerken zich door een superieure techniek, heldere precisie, koele objectiviteit, klassieke afstandelijkheid en zorgvuldige ensceneringen. Alleen zo kan zichtbaar worden gemaakt wat niet controleerbaar is en verborgen wil blijven. Een geïsoleerd lichaam, van zeer nabij gezien en versierd met verleidelijke of gevaarlijke attributen, richt zich naar de blik (de aanraking) van de kijker, maar het beeld, hoewel direct en confronterend, aarzelt tussen bewegingloos tonen (zoals Bellini’s dode Christus) en wachten op een handeling – een heimelijk spel, of pijnlijk ritueel.
JOEP STERMAN woont en werkt in Arnhem – Joep Sterman maakt veel schetsen en uitgewerkte tekeningen, vaak ter voorbereiding op zijn ruimtelijk werk maar ook als zelfstandige kunstwerken. In sommige ervan ziet men lijnenbundels als pijlen door de ruimte gaan, in andere is de structuur van een reliëf of een driedimensionaal lichaam voorgesteld. Overal lijken krachten te werken: beweging en tegenbeweging, krimp en expansie – de kijker blijft gevangen in een labyrintisch wenden en keren van meanders, cirkels en spiralen die elkaar genereren, omvatten, tegenstreven. Onvermijdelijk dienen zich associaties aan: men denkt aan ingewanden, kolkend water, kosmische nevels, de cyclus van de tijd.
MONIQUE VAN STOKKUM woont en werkt in Boven Leeuwen – Een terugkerend motief in de tekeningen van Monique van Stokkum is het bos, in vele hoedanigheden: dampend na een regenbui of terugwijkend voor open ruimte (waar iets gebeuren kan of heeft plaatsgevonden, waar plotseling een hert verschijnt) – het bos als ervaring, en als plaats van herinnering. In het complexe werk ‘Lente’ staan slanke, zonbeschenen bomen naast grauwe gebouwen: op de drempel naar het licht verzamelen zich zachtgekleurde mensen. Tegengestelde stemmingen komen samen, zoals in het grimmige beeld van vriendelijk getint plastic met zwart verstikte natuur, of ook in het tedere portret van een baby slapend tussen donkere dreiging en bloeiende magnolia.
GUUS SWUSTE
woont en werkt in Driebergen – de schilderijen, installaties en objecten van Guus Swuste kenmerken zich door een tekenachtig gebruik van het materiaal. Het tekenen bekleedt dan ook een sleutelpositie in zijn werk. In elke tekening probeert hij iets volstrekt nieuws te laten gebeuren. Een voorwaarde is het leegmaken van de geest en het toelaten van wat hij een verlies noemt van ruimte en tijd. De ervaring van dat verlies, en het verrassende resultaat ervan, deed zich het eerst voor in zijn studietijd, en wel bij de hier getoonde modeltekening die als een vertrekpunt gezien kan worden voor het latere werk.
ANJA SIJBEN woont en werkt in Amsterdam – de installatie Het oordeel/The verdict van Anja Sijben bestaat uit meer dan 100 tekeningen met evenzoveel variaties op een zelfde van dichtbij weergegeven menselijk gezicht. De honderdvoudige blik is direct gericht op de kijker, die oog in oog lijkt te staan met een zich eindeloos afsplitsend gelaat – een gelaat dat nooit aan zichzelf gelijk blijft. Gedurende de maanden waarin de tekenaar aan dit project werkte (zij nam een foto als model) probeerde ze elke dag opnieuw het reeds gekende op te schorten en met onbevangen blik een stemming, oogopslag of uitdrukking te registreren in de tinten van het moment. Het resultaat is een uitnodiging om te kijken en te blijven kijken zonder automatisch oordeel.
ALINE THOMASSEN woont en werkt afwisselend in Den Haag en Marokko – De hier afgebeelde tekeningen van Aline Thomassen maakten onlangs deel uit van de tentoonstelling Rauw in het Rembrandthuis. In elk ervan is een vrouw voorgesteld die zich zelfbewust naar de kijker keert. De figuren zijn meer dan levensgroot en maken de indruk heel dichtbij te zijn: voeten en benen bevinden zich buiten ons blikveld. De gebruikte aquareltechniek geeft de werken een lichte, bijna immateriële kwaliteit, terwijl plaatselijke concentraties van intens gekleurd pigment associaties oproepen met warmte, bloed, lichamelijkheid. Er verschijnen donkere organen en het papier zelf wordt metafoor van de menselijke huid: bespat, bevlekt, betekend. Wat zich toont is krachtig en intiem, en niet in taal te vangen.
JOSINE TIMMER woont en werkt in Amsterdam – voor Josine Timmer is tekenen een beweeglijk proces waarin iedere streep of lijn, iedere handeling leidt tot een onvoorzien vervolg. Het werk dat zij maakt doet denken aan het veranderlijke van de natuur: meervoudige kleurlijnen laten een stuwend ritme zien en lijken te worden meegevoerd op golven van wind of water. Soms verdichten zij zich tot een vermoeden van substantie, een begin van vorm, maar vallen dan uiteen, lossen op – of veranderen van richting, stotend op tegenstromen. Er openen zich ruimten waar alles volkomen gewichtloos is en voortdurend in wording, waar de blik van de kijker blijft rondgaan en dwalen als een welkome gast.
EGBARTA VEENHUIZEN woont en werkt in Oenkerk en West Cork, Ierland – Egbarta Veenhuizen tekent en maakt vaak getekende collages. Door te knippen isoleert zij figuren en figuurgroepen, door samenvoegen ontstaat gelaagdheid. Verschillende werken verwijzen naar de wereld boven de poolcirkel: we zien de dood en een missionaris als schaduwen oprijzen achter drie sterke Inuit vrouwen. Ook is een met sneeuw bedekt slagveld voorgesteld waar met gebalde vuist een witte soldaat staat. Er zijn motieven ontleend aan literatuur (zoals de ‘vondst in het moeras’) en een steeds terugkerend thema is het portret. Soms figureert een historisch personage: Louise Boyd die Groenland exploreerde, Mary Stuart dromend van de onbekende aan wie zij uitgehuwelijkt werd.
NINA VAN DE VEN woont en werkt in Tilburg – in haar met houtskool en zwarte pastel uitgevoerde tekeningen verbeeldt Nina van de Ven fabelachtige, hybride personages. Ze bestaan uit avontuurlijke combinaties van motieven die afkomstig lijken uit diverse tijden en culturen. De titels verwijzen onder meer naar folklore, mythologie, reality TV. Sommige figuren (geïsoleerd en zonder diepte weergegeven) doen denken aan oosterse marionetten, andere zijn voorgesteld in een minimaal aangeduide narratieve ruimte. Steeds roepen zij de verwachting op van een verhaal: de speler en zijn magisch attribuut, de held en het negenkoppig monster, de wachter en zijn koudbloedige dieren.
ANNECHIEN VERHEY woont en werkt in Amsterdam – Annechien Verhey werkt met contrasten die haar tekeningen een sterke dynamiek geven. Krachtige, hoekige lijnvoering wisselt zij af met fijne arceringen en zacht uitgewreven tonen; tegenover ritmisch verspringende strepen staan verzonken, gesloten kleurvelden. Er is samenspel (of tegenspel) van brede en dunne lijnen die elkaars beweging beantwoorden, completeren, tegendraads volgen. Fotofragmenten met brokstukken natuur of architectuur krijgen een getekend vervolg, verdubbelen en gaan over in fictieve werelden van een ambivalente, onzekere orde. Het leidt tot beelden die dikwijls aan een stedelijk landschap doen denken.
WILMA VISSERS woont en werkt in werkt in Groningen – Tekenen gaat bij Wilma Vissers veelal samen met met reizen, met elders verblijven. Ver van de dagelijkse routine vindt zij tijd en concentratie om nieuwe ideeën op te doen. Maar nu onze bewegingen beperkt zijn komen ruimte en oneindigheid op andere wijze haar werk binnen. Een oude atlas en bewaarde stadsplattegronden dienen als onder- en achtergrond voor beelden waarin warm gekleurde, aaneengesloten vormen direct vanuit vreemde namen, wijkende velden en onnavolgbare contouren naar voren lijken te komen tot in de nabijheid van de kijker – als objecten die bijna fysiek aanraakbaar zijn, maar ook als zacht getinte vensters naar het onbereikbare.
GUY VORDING woont en werkt in Amsterdam – In de serie Black Pages schept Guy Vording een spanning tussen tonen en verhullen. Hij toont zwart gemaakte tijdschriftpagina’s waarop slechts enkele tekst- en beeldfragmenten zijn uitgespaard, en tegelijkertijd toont hij een nadrukkelijk niet-tonen. Donkere arceringen maken een maskerende, verhullende beweging zichtbaar: de actie van de tekenaar, zijn poging om het beeld te controleren. Maar het resultaat is vreemd paradoxaal: het verborgene blijft oncontroleerbaar aanwezig. In de duisternis schuilen heimelijke gebaren, schaduwgestalten, plaatsen van handeling, woorden van betekenis.
WITTE WARTENA woont en werkt in Amsterdam – de serie ‘Brooklyn’ laat zich bekijken als een meditatie over plaats en tijd. Witte Wartena fotografeert situaties die hij al wandelend observeert; een selectie van de foto’s dient later als basis voor tekeningen in potlood, waarop een bewerking volgt in aquarel. Tussen het gefotografeerde ogenblik en het voltooide werk verstrijkt dus tijd; de tekeningen documenteren die tijd en staan zo in een paradoxale verhouding tot het snapshot-achtige onderwerp. Gelijkmatige, kalme lijnen en transparante kleuren scheppen afstand, leggen filters, en dan is er de tijd die zichtbaar wordt als verschil: elke plaats is na tien jaar (tijd van de tekenaar en tijd van de stad) opnieuw verbeeld – identiek, maar niet aan zichzelf gelijk.
MARIA DE WERKER woont en werkt in Groningen – een digitale presentatie als deze doet eigenlijk geen recht aan de tekeningen van Maria de Werker. Pas wanneer men ze in hun fysieke werkelijkheid ziet wordt duidelijk hoe de lijnen (alleen of gebundeld) plotseling loskomen van het papier; hoe zij zich verheffen, opkrullen, golven, wentelen in een stille, nooit eindigende dans. De lineaire bewegingen, elk met een ander ritme, intensiteit, scherpte of zachtheid, elk met rigoureuze eenvoud verbeeld, zijn volmaakt in zichzelf geconcentreerd – zozeer dat men zich met verwondering afvraagt hoe iemand dit heeft kunnen tekenen.
LAURENS WESSELINGH woont en werkt in Arnhem – behoort tot de eerste deelnemers aan de Galerij van de tekenkunst, aan wie expliciet gevraagd werd tekeningen te tonen die niet waren bestemd om te exposeren, om zo de ‘achterkant’ van de kunst zichtbaar te maken. Hij laat een serie bladen uit schetsboeken zien, waarin hij met een beweeglijke, open en steeds van ritme wisselende lijnvoering zijn observaties noteert. De studies in kleur dienen als voorbereiding voor pastels of aquarellen.
ROZEMARIJN WESTERINK woont en werkt in Rhenen – De pentekeningen van Rozemarijn Westerink lijken doortrokken van een vibrerende dynamiek. Inktzwarte arceringen gaan in golvende banen over het beeldvlak, vormen bewogen velden en verdichten zich tot herkenbare motieven: bomen, grassen, een horizon. Soms komen daar sluiers overheen, transparant of ondoorgrondelijk, waar elementen in verschijnen van andere orde, vreemde eilanden, helderwitte gaten. Aanvankelijke voorstellingen zinken weg als verre herinneringen, worden overschreven door nieuwe lijnen, opgenomen in meer omvattende beelden – een proces dat zich op sublieme wijze voltrekt in een recent gemaakte animatiefilm.
CINDY VAN WOUDENBERG woont en werkt in Eindhoven – Cindy van Woudenberg verbeeldt menselijke figuren die in geen enkele categorie te vangen zijn. Ze hebben geen gezicht en dragen geen kleding, zijn niet omhuld met betekenis. Het zijn instabiele gestalten, in wording of ontbinding, vallend in duisternis, vervagend in licht. Maar in voetzolen, tenen, vingers of een schouderblad kan zich contrast concentreren, kracht, aanwezigheid. Wat zich lineair losmaakt is steeds een gebaar: een omarming, een beschermende hand – de hoofden zijn gebogen, verdwijnend houdt men elkaar vast.
SIGRID VAN WOUDENBERG woont en werkt in IJsselstein, Utrecht – in het werk van Sigrid van Woudenberg keren dikwijls elementen terug uit eerdere tekeningen: florale motieven die een setting suggereren van weelderige natuur, lineaire woekeringen die doen denken aan menselijk haar of tropisch oerwoud. Soms verschijnen op regelmatige afstand van elkaar kleine openingen: stralende hemellichamen, verre lichten of verlichte vensters, papierwitte wonden. In dit geheimzinnig universum vol belofte en gevaar hebben menselijke figuren zowel immense als minuscule dimensies – zij zijn klein en fragiel, gevangen in een onvatbaar moment tussen nu en wat gebeuren gaat, of rusten als een gebergte, omgeven door een eigen kosmos.
HETTY VAN DE ZANDE woont en werkt in Oosterbeek – Hetty van de Zande tekent in pure lijn, en vanuit directe waarneming, over tevoren geschilderde kleurvelden waarin de sporen van het brede penseel en de druipende verf duidelijk zichtbaar zijn. Aan deze gedurfde ontmoeting voegt zij vreemde elementen toe: afdrukken van letters, patronen, decoratieve motieven, handen. Het resultaat wordt dan rigoureus in stukken geknipt, dikwijls dwars door de getekende figuren heen, waarna de fragmenten in nieuwe combinaties aan elkaar worden geschakeld – niet in gesloten composities maar in meterslange, uitvouwbare leporello’s.
MARTHE ZINK woont in Tilburg, werkt in ‘s-Hertogenbosch – de kleurrijke tekeningen van Marthe Zink komen wonderlijke zaken voor. De manier van verbeelden herinnert aan de oude betekenis van het woord ‘fantasie’ of ‘imagination’: een kracht die verbindt wat eerder alleen apart bestond, die fragmenten van wat ooit gedacht, gehoord of gezien is samenbrengt tot iets volkomen nieuws. Het gaat niet alleen om onverwachte combinaties van beeldmotieven, maar ook van realiteitsniveau’s, ruimten, wijzen van weergeven. Waar voorwerpen of personages zijn voorgesteld dringen elementen van vreemde orde binnen, openingen naar een andere dimensie zoals in de schilderijen van Raveel. Het vertrouwde verband der dingen heeft plaats gemaakt voor het vrije spel van de fantasie.
terug
startpagina (info & contact)
galerij van de tekenkunst
DEELNEMENDE TEKENAARS
alle presentaties tot dusver
MARIJN AKKERMANS woont en werkt in Amsterdam – Marijn Akkermans tekent menselijke figuren die zich niet snel prijsgeven aan de blik van de kijker. Vanuit witte ruimten lijken zij langzaam vorm aan te nemen: hun contouren verdubbelen, herhalen zich, veranderen en begrenzen schaduwvelden waarvan de transparante tonen nabijheid en diepte suggereren. Zelfs het beeldvlak lijkt daar aanwezig: een scherm, een gordijn dat vóór een tweede, een derde scherm schuift en er zijn schaduw op werpt. Abrupte openingen (in welk oppervlak? Welke huid?) onthullen roodgekleurde fragmenten – een heimelijk oor, het oog van een voyeur. Alsof de waarneming zowel van binnen als van buitenaf gericht is op een gat dat terugkijkt …
AGATHA VAN AMÉE woont in Wageningen en werkt in Arnhem – Deze grote tekeningen in houtskool en siberisch krijt nodigen de kijker uit met de blik langzaam door het beeld te dwalen. Er zijn kamers voorgesteld met transparante wanden en gewichtloze gordijnen; men ziet er donkere vruchten, zachtaardig gebladerte en voorwerpen die aan herinneringen doen denken. Het zwart is intens en overal is licht: licht stort als een waterval naar binnen, valt in bundels op een vloerkleed, straalt achter half geopende deuren. Verstilde dingen gaan over in de figuren, patronen, contrasten van hun omgeving en muren worden vergezichten, zoals in het wonderlijk continuüm van ons geheugen.
RON AMIR woont en werkt in Rotterdam – Ron Amir maakt grote houtskooltekeningen. Het diepzwarte, in het papier gewreven houtskoolpoeder absorbeert niet alleen het licht, maar ook de blik van de kijker. De forse formaten dragen ertoe bij dat men zich moeiteloos kan verliezen in een universum vol duistere, droomachtige beelden. We zien oorden waar apocalyptische rampen hebben gewoed, roerloos verzonken in nachtelijke stilte. We zien de doden, de zondvloed, een huis in vlammen: het theater van de ondergang.
MARJOLIJN VAN DEN ASSEM woont en werkt in Rotterdam – Marjolijn van den Assem laat werken zien waar veel in gebeurt: men ziet rusteloze lijnen, zwarte velden, kleuren uitgestrooid als een bloemenzee, steentjes, ijzerdraad en talloze fragmenten geschreven tekst, alles op stevig papier dat veelvuldig werd opengesneden, opgekruld, gevouwen en bijeen geniet. In die vloed van visuele tekens lijken de sporen zichtbaar van wat vooraf ging: een langdurig reizen in de diepte van woorden, zinnen, gedachten die werden doordrongen en weer losgelaten. De uiteindelijke beelden rusten niet in zichzelf maar zijn onderdeel van grotere series, als momenten in een onstuitbare stroom van pogingen om te naderen wat ongrijpbaar blijft.
STEVEN BAELEN woont en werkt in Gent – Steven Baelen toont digitale tekeningen gebaseerd op beelden uit zijn krantenarchief. Beelden van vervlogen realiteit, ontbonden, getransformeerd, voortgezet in een virtuele structuur van lijnen en spijkervormige streepjes – ijle elementen die veelvuldig werden herhaald, verdicht, gefilterd en veranderd. Wat rest is een vreemde visuele orde (en wanorde), ver verwijderd van wat fotografisch was vastgelegd. Toch draagt die verwijdering een herinnering met zich mee: er verschijnen nog schimmen van bijna, maar net niet herkenbare gestalten, echo’s van een wereld als in Plato’s grot.
SHARON VAN DEN BERG woont in Amstelveen, werkt in Ouderkerk aan de Amstel – De hier getoonde werken maken deel uit van een grotere serie, waarin Sharon van den Berg herinneringen aan situaties uit haar jeugd verbeeldt. De gekozen vorm is die van een oude beeldencyclopedie en suggereert duidelijkheid, terwijl de tekeningen zelf enigmatisch zijn. We zien ontheemde objecten en stille plaatsen, een toneel zonder personages. Maar juist in wat afwezig is (wat zich onttrekt aan de blik van de kijker) schuilt het onvatbare van een vroeger leven: de geur van kaarsen, een gesloten hek, de stem van een grootmoeder.
INGRID BERGER woont en werkt in Den Haag – In deze reeks aandachtige houtskooltekeningen brengt Ingrid Berger de blik van de kijker dicht bij het gelaat van een slaper, of de plooien van een opengeslagen bed. Steeds is er een zelfde afwezigheid: die van de slapende mens, van wie de geest elders is – losgeraakt van de dagelijkse subjectiviteit. Zoals in onze dromen verschijnen ook in de tekeningen archetypische beelden: het bed (zinnebeeld van het lichaam en plaats van de mysteries van het leven); het dier of de beer (de instincten die ons drijven) en de haas die komt en gaat als de maan: nachtelijk, en zo stil als een schaduw.
EMMY BERGSMA woont en werkt in Zwolle – het werk van Emmy Bergsma begint met terloopse observaties en gedachten omtrent plantaardig leven. Tijdens het tekenen nemen zij de gedaante aan van betekenisvolle beelden, met motieven die zouden kunnen figureren in een oude mythologie. Er is de ontembare kracht van de groei, er is een boom die het donker vasthoudt, er is een oneindig schaduwrijk, een onderwereld vervlochten met al onze wortels. En dan is er nog het verhullen, bedekken, overwoekeren van menselijke ordening, ook waar het gaat om een tuin: aanzwellend kleurveld in duistere aarde met een gesloten, afgekeerd huis.
MARGO VAN BERKUM woont en werkt in Zeist – met hun kleine formaten, zachte grijstinten en evocaties van schemerdonkere ruimten maken deze tekeningen het kijken tot een intieme ervaring. Bijna vergeten sensaties lijken zij op te roepen, herinneringen aan een waarneming in afwezigheid van taal. De zichtbare dingen zijn verbeeld zoals zij verschijnen voordat er woorden of functies aan worden toegekend, voordat zij identiteit aannemen. Het zijn de momenten van verwondering, waarin het denken nog tast in het duister en het licht (is het lamplicht? maanlicht?) naar binnen valt in stille kamers, over lege muren, onzekere tafels, langs de schaduwen van het onbekende.
BERNADETTE BEUNK woont en werkt in Amsterdam – de werkwijze van Bernadette Beunk is langzaam en systematisch. Desondanks, of juist daardoor, lijken haar tekeningen een onmiddellijk appel te doen op de zintuigen. Meer dan om waarnemen gaat het om gewaarworden – een fluistering in het oor, een schittering in het oog, een prikkeling op de huid. Parallelle en steeds van richting veranderende lijntjes doen denken aan rimpelingen in de atmosfeer. Meervoudige kleurvormen en slingerende stippelsporen dansen als nabeelden over het netvlies. In haar laatste tekeningen lijkt iets nieuws te gebeuren: een heldere ruimte, golvende kleurvelden, ruitstructuren, verwondering.
MIMI VAN BINDSBERGEN woont en werkt in Arnhem – haar materiaal is het zachte pastelkrijt: puur pigment, intens van kleur waar het tot dichte vlekken werd gewreven, sluiers vormend waar dun uitgeveegd. Geen fijne details in dit werk: grote, stevige lijnen herinneren aan de kracht en de aarzeling van het tekenend gebaar. Het poederachtige materiaal, de onzuivere vlek, de grillige beweging, de aangetaste vorm maken van elke tekening een landschap, ook wanneer geen landschap is voorgesteld. Zelfs de menselijke figuren hebben lichamen als imaginaire landschappen.
GAM BODENHAUSEN woont in Geldrop, werkt in Eindhoven – Gam Bodenhausen tekent zowel op kleine als op metersgrote formaten steeds met het zelfde veelzijdige materiaal: potlood. In elk werk breidt zich naar alle kanten een fijn net uit van beweeglijke, zachtgrijze structuren. Andere structuren, daarmee verweven, verwijzen naar landschap, steen, aarde, opeengepakt gebladerte, traliewerk, draden, een oude muur. Die herkenbare motieven vertonen op hun beurt weer patronen van natuurlijke dooradering of aantasting door de tijd. En er laat zich nog een dimensie bespeuren, minder zichtbaar op de huid der dingen: een herinnering aan open ruimte, wind, gefilterd licht en de tastbare nabijheid van ruwe materie.
MARCEL BORS woont in Nijmegen, werkt in Groesbeek – De eerste vier tekeningen die Marcel Bors hier presenteert maken deel uit van een langere serie met als thema “De Ander”. Steeds verschijnt daar (vanuit een ondefinieerbaar verre dimensie) een gelaat dat ons vreemd is. Het lijkt een stil appèl te doen op ons, onzekere kijkers, om het in de ogen te zien. De laatste twee werken, van een groter formaat, verbeelden hybride figuren ten voeten uit. Ze zijn uitgevoerd op beschermhoezen die samen een oppervlak vormen met zachte onregelmatigheden, zowel in kleur en glans als in de lijnen van randen en overlappingen. Over de naakte wezens zelf bewegen dan fijnere lineaire motieven: het zouden versieringen kunnen kunnen zijn, of sporen van een persoonlijke identiteit.
GEERTRUI VAN DE CRAATS woont en werkt in Maassluis – Geertrui van de Craats concentreert zich in haar tekeningen op het verbeelden van een wezen wiens lot onverbrekelijk met het onze verbonden is, namelijk het paard. Edele drager van krijgers en keizers, zetel van donkere driften: van oudsher wordt het paard bekleed met attributen en betekenissen die kleven aan zijn paard-zijn als klitten aan zijn vacht. En klitten zijn hier in veelvoud voorgesteld: zij vormen nevels en sterrenstelsels rond stille dieren die zo ragfijn zijn getekend dat zij transparant en bijna afwezig lijken. Wat op het beeldscherm nauwelijks waarneembaar is zijn de subtiele verschillen tussen zacht potloodgrijs en de glans van zilververf, materiaal waarmee bijvoorbeeld skeletdelen zijn weergegeven als waren het diepliggende, tot op het bot doorgevoerde versieringen.
NOËLLE CUPPENS woont en werkt in Amsterdam – de tekeningen tonen fragmenten van situaties die vertrouwd aandoen – een balkon met bloemen, een tuin of park, een kas met planten. De spaarzame vormen, lijnen, motieven en tekens hebben een lichte en bijna terloopse intensiteit, die het resultaat lijkt van wie weet hoeveel voorafgaande transformaties. Veel werd daarbij weg- of achtergelaten, bijvoorbeeld de aanduiding van plaats, context, omgeving. Toch hebben die afgestoten delen van de zichtbare wereld hun sporen nagelaten: ze zijn overal spookachtig aanwezig. Zelden ziet men een leegte die zo veel laat vermoeden.
ANNEMIEKE DANIELS woont en werkt in Arnhem – haar portretten, inktzwart op wit papier, zijn indringend en ingehouden tegelijk. Duidelijk als grafische tekens, maar niet eenduidig: de vormen zijn zacht en asymmetrisch. Sterke, brede lijnen worden soms begeleid door meer beweeglijke of bescheiden lijnen, die een lichter tegenwicht vormen. Op alle bladen heersen uitersten: licht en zwaar, zwart en wit, eenvoud en kracht, volheid en leegte, nadruk en stilte.
RONNY DELRUE woont en werkt in Gent – tekenen neemt in het werk van Ronny Delrue diverse vormen aan: potlood op papier, fotofragmenten op een muur, een verblekend polaroid waarover zwarte lijnen gaan die het beeld zowel vasthouden als doen verdwijnen. Honderden getekende dagboeknotities zijn evenzoveel gedachten die elkaar volgen. Een reis zonder einde: in het werk El camino is de pelgrim aanwezig – zijn ontelbare voetstappen, zijn altijd verschuivende horizon (in tijd en ruimte verstrooid laat zich nog een gestalte vermoeden, het hoofd een versluierde leegte). Steeds ontstaat een spanning tussen verschijnen en verdwijnen: het is de relativiteit van het leven.
SANNE DIJKSTRA woont en werkt in Amsterdam – de tekeningen van Sanne Dijkstra bestaan uit kalligrafische lijnen en vlekken, spatten, tekens, op onmiddellijke wijze neergezet in vloeibare zwarte inkt. Zij staan met onherroepelijke directheid op het witte papier: er is geen plaats voor aarzeling, geen tijd voor herbezinnen, tekenen is hier een zaak van alles of niets. Elk blad toont een nieuw gebaar, een ander ritme, een onvermoede waarneming, een zeldzaam moment in de vlottende gang van dagen en seizoenen.
GERBEN DIRVEN woont en werkt in Zwolle – Gerben Dirven werkt op een improviserende wijze: reagerend op het onvoorziene dat zich aandient tijdens en door de actie van het tekenen. In de beelden die zo ontstaan vermoedt hij een orde of inherente regel (zoals het schema van de jazz of de wetten van de natuur) die gevolgd, doorbroken, genaderd kan worden. Het maken eindigt pas waar het vermoeden zich terugtrekt – de tekeningen die dan achterblijven (en nooit voltooid, altijd in wording zijn) lijken zich buiten de grenzen van hun kleine formaat te begeven, als waren het momenten in een doorgaande beweging.
ADA DISPA woont en werkt in Nijmegen – de tekeningen van Ada Dispa doen denken aan kleine, humoristische verhalen. Maar het zijn verontrustende personages die zij opvoert: wanhopige clowns, obscene duivels, schemerfiguren met lichamen van hout, een gevaarlijk infantiele demiurg. Over kleurexplosies en lijnensluiers dringen soms woorden binnen, geschreven in grote letters – zij roepen iets dat urgent, belangrijk, bezwerend is. En toch voelt men vreugde bij dit werk: wat in het leven angst, huiver, ontzag opwekt, vertoont zich hier (in de vrije ruimte van de kunst) met de lichtvoetigheid van een feestelijke maskerade.
SELMA DRONKERS woont en werkt in Nijmegen – een online presentatie met werk van Selma Dronkers vraagt van de kijker een inspanning. Op het scherm verschijnen beelden van gelijkmatige veranderlijkheid, zonder aanvang of einde. Wat ongezien blijft is het formaat, klein en compact, in een enkele blik te omvatten, en de rand die dikte heeft en kleur, waardoor men eerder een object waarneemt dan een immaterieel beeldvlak. De getekende lijnen maken door hun contrast en kleurintensiteit de indruk fysiek op het oppervlak te liggen in plaats van te naderen vanuit een fictieve diepte. Zij bieden weerstand tegen wat zich door de fijn gesponnen, bijna geledingloze compositie onvermijdelijk aandient: een effect van optische menging, een suggestie van grenzeloze uitbreiding. De resulterende spanning toont zich als onvatbare schoonheid.
ADRIAAN VAN ESVELD woont en werkt in Velp – Adriaan van Esveld behoort tot de eerste deelnemers aan de Galerij van de tekenkunst, aan wie expliciet gevraagd werd tekeningen te tonen die niet waren bestemd om te exposeren, om zo de ‘achterkant’ van de kunst zichtbaar te maken. Hij toont studies die ontstaan als ‘eerste idee’ voor zijn grafisch werk en schilderijen, maar die soms toch als tekening al helemaal ‘af’ blijken te zijn, waardoor zij op een gelukkige manier aan hun doel voorbijschieten.
MARC FABELS woont en werkt in Den Haag – in de tekeningen van Marc Fabels vormen korte, hecht gearceerde potloodstrepen donkere figuren die doen denken aan schaduwen, of nabeelden op het netvlies, of gefilterde herinneringen. De zwarte lijntjes tonen in hun duizendvoudige opeenvolging dat tijd is verstreken, zoals ook het hergebruikte papier getuigt van tijd – verkleuringen, vormfragmenten, vouwlijnen en de grillige contour van opengeklapte dozen brengen (verhevigd of versluierd) geschiedenis in beeld, tekens van verval of destructie die deel worden van wat is voorgesteld: bomen zonder wortels, een stil bombardement, voor altijd smeltende sneeuw.
PIETSJANKE FOKKEMA woont en werkt in Bovenkarspel – Het recente werk van pietsjanke fokkema bestaat uit kleine tekeningen en objecten die uitgestrooid lijken over de wanden van de tentoonstellingsruimte en daar lichte, open constellaties vormen. Lijnen van verschillende orde (in potlood getekend of als tastbare draden in de ruimte, met lineaire schaduwen op de muur) omcirkelen elkaar, strekken zich uit, vertakken en verdichten zich tot figuren: ladders, masten, schepen, touwen, het uitzicht uit een raam. De herhaling, variatie en rijm van motieven (cirkels, openingen, verknopingen en bomen – stamboom, knoop, planeet, bloedmaan) doen betekenisvolle verbanden vermoeden en roepen associaties op die blijven resoneren.
HERMAN FONTEIN woont en werkt in Nijmegen – Herman Fontein tekent lineaire motieven die zich veelvuldig herhalen, patronen vormen, rasters, schermen van in elkaar grijpende, altijd muterende figuren. Variaties en afwijkingen in de heersende regelmaat zorgen voor een geraffineerd spel van visuele spanning. Fysieke en fictieve overlappingen maken lagen zichtbaar van verschillende orde en schaal, die door de wijze waarop ze over of bij elkaar zijn geplaatst verwantschap suggereren, naar elkaar lijken te verwijzen, uit elkaar voort lijken te komen. En hier en daar isoleren zich restvormen waarvan de randen contouren worden van nog mogelijke of denkbare configuraties.
HANNEKE FRANCKEN woont en werkt in Leiden – in het werk van Hanneke Francken opent zich een vreemd universum. Hier en daar lijken organische structuren herkenbaar (vertakkingen, mossen, schorsen, menselijk of dierlijk haar) maar vaker ziet men een beeld van louter worden en vergaan, chaos en groei, explosieve kracht – of juist het tegendeel: ontbinding en gestolde, tot stilstand gekomen materie. Daarbij wordt soms leegte zichtbaar, donkere oneindigheid of dichte nevel. De dynamiek zet zich door tot de randen van elke tekening, alsof we slechts een uitsnede zien (maar ook een evocatie, een visuele metafoor) van een gebeuren zo alomvattend dat de aard ervan zich niet laat definiëren.
ANDRÉ GEERTSE werkt in Tilburg – André Geertse tekent op materialen en voorwerpen die na eenmalig gebruik meestal hun waarde verliezen en worden weggeworpen. Kartonnen dozen, van hun inhoud ontdaan en schijnbaar nutteloos geworden, klapt hij open tot platte vormen met een ruwe symmetrie. Het worden fragmenten van een licht universum: men ziet er kruisende lijnen in alle richtingen door een grenzeloze ruimte gaan. Een ander project is de agenda van het lopende jaar, symbool van voortgaande tijd en eeuwige terugkeer: een onvergelijkbaar boek der dagen, met voor iedere dag een vluchtig visioen, een geheime geometrie, een kleurveld, een mirage.
CATHELIJN VAN GOOR woont en werkt in Amsterdam – in de series Rare Digital Phenomena en My Digital Backyard verbeeldt Cathelijn van Goor de visuele verschijning van een technologische realiteit die zich onherroepelijk lijkt te onttrekken aan menselijke controle. Het werk toont een veelheid van onkenbare fenomenen: geaderde schermen, gestolde stromen, kristallen van buitenaardse schoonheid. De ontketende virtuele fantasmagorieën worden hier zowel opgeroepen als bezworen – hun gevaarlijke, inhumane vreemdheid verdwijnt in de zachte arceringen, de textuur van het materiaal en de warmte van de tekening.
LENNEKE VAN DER GOOT woont en werkt in Amsterdam – het werk van Lenneke van der Goot suggereert ruimten die toegankelijk zijn, begaanbaar zelfs, maar die de kijker geen houvast bieden. Zwart en wit, zoals het landschap van de maan, worden zij bevolkt door veelkantige objecten (van papier? of donker glas? doorzichtig steenkool?), precaire bouwsels, gewichtloze wolkenkrabber-kathedralen. De staande, liggende, hellende en vallende vlakken worden gemarkeerd door rusteloze lijnen die geen perspectief willen worden. Een duistere diamant werpt zijn rode weerschijn over een meervoudige woestijn, een meteoriet met scherpe randen zweeft boven de huid van een vreemde planeet, alles zwijgt, niets wat hier verschijnt is zeker.
INGRID GREIJN woont en werkt in Amsterdam – Documented Tracks noemt Ingrid Greijn haar tekeningen, en het zijn inderdaad lijnen die men ziet – talloze inktlijnen over en door elkaar, als in een oud palimpsest. Zij lijken een eindeloos herhaalde, steeds afgebroken en weer hernomen waarneming te registreren, waarin de blik geen tijd heeft om zich aan objecten te hechten. Soms denkt men fragmenten van een plaats, een wereld te herkennen: boomkruinen bijvoorbeeld, of een weg met aan weerszijden gevels die uiteenvallen in een veelheid van verticalen. De beelden zijn ruimtelijk en cartografisch tegelijk: er verschijnen contouren van archipels en continenten, en duizend trajecten lineair in kaart gebracht.
AAL GÜNTHER woont en werkt in Amsterdam – Aal Günther heeft het vermogen om met enkele lijnen een klein universum op te roepen. Het zijn beelden die soms doen denken aan geïsoleerde tekens of aan oosterse kalligrafie, maar vaker lijken zij fragmenten van iets groters dat vermoed kan worden buiten de grenzen van ons gezichtsveld. Als het om muziek ging dan klonk hier een polyfonie van ongelijksoortige klanken: dunne sporen en krachtige gebaren, zwart pastel en transparante tempera, krijtachtige texturen en zachte glans, hoekige wendingen en cirkelende bewegingen, ondoorgrondelijk duister en open ruimten vol met licht.
HANNA DE HAAN woont en werkt in Den Haag – de stad is in het werk van Hanna de Haan een dynamisch gegeven. Zij tekent locaties en constructies waar een transformatie zichtbaar wordt, waar steigers en kranen het decor zijn van verandering, of waar een overgang plaatsvindt naar water, lucht en leegte. Het ritme van die nooit eindigende metamorfose klinkt door in snelle, rake lijnen die de inerte materie lijken te negeren, elkaar volgend en kruisend zonder ooit in vaste structuren tot stilstand te komen. Dikwijls zijn over eerdere notities nieuwe gekomen die het voorgaande naar de achtergrond dringen, als opeenvolgende gewaarwordingen in de stedelijke chaos. Daar zoekt de tekenaar een onvermoede orde.
BEN HAGGEMAN woont en werkt in Arnhem, behoort tot de eerste deelnemers aan de Galerij van de tekenkunst. Hij presenteert enkele voorbeelden van wat hij wel noemt ‘geschilderde tekeningen’, ofwel getekende schilderijen: zorgvuldig geconstrueerde en met raffinement doorwerkte voorstellingen, die bedoeld zijn om het atelier te verlaten als voltooide kunstwerken.
FRANK HALMANS woont in Bilthoven, werkt in Bunnik – deze serie recente tekeningen van Frank Halmans zou afkomstig kunnen zijn van een architect, zo precies en overzichtelijk zijn er gebouwen weergegeven – vanuit hoge standpunten, in fijne potloodlijnen, met schaarse arceringen en soms een ingekleurd detail. Maar gebouwd zullen ze niet meer worden, deze flats: van alles afgezonderd en omgeven door een bodemloze leegte tonen zij zich archeologisch uitgekleed, zoals de huizen van Pompeï. De levenden verblijven elders in de ruimte en de tijd: voor hen werd de flat een zachtgetint meubel met intieme laden, en met zonneweringen als bloembladen.
KATE VAN HARREVELD woont en werkt in Amsterdam. Kate van Harreveld verbeeldt in haar werk verlaten plaatsen met afwerende, kale gebouwen en huizen vol duisternis. Hoewel er geen levend wezen te bekennen is verschijnt soms de enigmatische gestalte van een ranke man met fijne, delicaat getekende trekken en een gezicht zo bleek als de maan. Zijn lichaam, doorschijnend en zonder substantie, lijkt op de steel van een bloem. In een collage met glanzend agaat en berkenbast neemt hij de etherische gedaante aan van een herinnering, een droom, een nabeeld op het netvlies.
TOM HEERSCHOP woont en werkt in Eindhoven – In de serie “oneindige tekeningen” tekent Tom Heerschop kleurrijke motieven die zich naar alle kanten uitbreiden. Dicht aaneengesloten vullen zij het beeld, als een ondoordringbaar scherm van associaties: bladeren, insekten, vogelkoppen, mensengezichten. Witte handen komen tastend het blikveld in en overal zijn ogen, organen, wonderlijke weefsels. In andere werken figureren de grote patroonheiligen: Franciscus in het onbegrijpelijk rijk der dieren, Christoffel die zijn last draagt en met zijn stekels het onheil verjaagt. Dan is er een reeks angstaanjagende portretten – een bloedrood hoofd vol losse schroeven, een afwerend gebaar in een maalstroom van spookachtige furiën.
ROSEMIN HENDRIKS woont en werkt in Arnhem. In het afgelopen najaar nam Rosemin Hendriks deel aan de tentoonstelling Kilroy Was Here. De bezoeker kon er een houten cabine binnengaan, de deur achter zich sluiten en zich omringd zien door tekeningen. Die vormden een intiem ensemble en gingen onverhoedse relaties met elkaar aan. Herkenbare motieven (het gezicht van de tekenaar, haar hond, een kannetje, een zwaan) verwezen naar de wereld dichtbij de kunstenaar, maar keren zich tegelijk van die wereld af. Kalme lijnen, subtiele grijsgradaties en altijd nieuwe vormen tonen de kracht van het tekenen: in het oppervlak van het alledaagse spiegelt zich het sublieme.
CAREN VAN HERWAARDEN woont in ’s Hertogenbosch, werkt in Amsterdam en Den Bosch – Caren van Herwaarden toont menselijke gestalten, paarden, lopende en wachtende figuren, lichamen die elkaar transparant of lineair doorkruisen of verdringen. Handen maken zich los, armen heffen zich in een klacht, klap of gebed. Je ziet gedaanten die handelen, als één lichaam lijken ze op weg te zijn naar een gezamenlijk doel. Ze zijn anoniem maar geladen met betekenis, hun motieven zijn ondoorgrondelijk maar tevens universeel. Een merrie staat bewegingloos, wachtend, wijkend. Ze is doorschijnend: door de ribben heen komt een donker veulen onze ruimte binnen – voelbaar wordt het jong gedragen.
SONJA HILLEN woont en werkt in Nijmegen – Op het beeldscherm is het minder goed zichtbaar, maar wie de tekeningen van Sonja Hillen in werkelijkheid ziet merkt onmiddellijk de spanning op tussen de zachte tinten van kleurpotlood of acrylverf en de tastbare textuur van borduurwerk. Voorgesteld zijn stille situaties, zoals, heel licht en bijna afwezig, een gang die uitloopt op een gesloten deur. Het beeld roept een vergeten verlangen op om daar te zijn, daar binnen te gaan. Verschillende velden borduurwerk lijken zich in de imaginaire ruimte te bevinden maar liggen tegelijk op het beeldvlak, dus in de fysieke wereld van de kijker. Zij maken het tijdrovend handwerk voelbaar en het geduld, het langdurig daar blijven, het trachten wat ver is dichtbij te halen en vast te houden.
MARIEKE HUNZE woont en werkt in Amsterdam – Marieke Hunze tekent wat voorhanden is in haar directe omgeving: het uitzicht vanuit haar keuken, de bomen en veelsoortige bouwsels rond het atelier. Uit die kleine kosmos kiest zij motieven die een compleet universum omvatten: een enkel huis, een bewaarplaats, een broeikas. Fragiele constructies zijn het, vriendelijk of afwerend, onrustig of nachtelijk, elk een gemoedstoestand. De fijne potloodlijnen, lichte silhouetten, abrupte kleurstroken en dansende vormfragmenten zouden gewichtloos wegzweven als zij niet aan de fysieke wereld verankerd waren door de zichtbare structuur van verschillende materialen: het korrelig krijt, de uitgevloeide inkt, over het oppervlak gespannen draden, collages van karton en papier op papier.
INEZ ISHIZAKI woont en werkt tussen Den Bosch en Arnhem – Inez Ishizaki brengt in haar werk motieven samen die afkomstig lijken uit een nog onverteld verhaal. Neem het beeld van een badhuis waar mensen, honden en hybride personages zich in stilte wassen, slechts omringd door natte tegels en vacht, veel vacht. De intieme scène roept een scala aan sensaties op, wat nog versterkt wordt door de sensuele textuur van het gebruikte tekenmateriaal. In de achtergrond wordt diepte gesuggereerd door een opeenvolging van parallelle vlakken, zoals in een oude Ukiyo-e prent. Op vergelijkbare wijze organiseert de kunstenaar de fysieke ruimte van haar installaties: als tussen coulissen beweegt men zich te midden van hangende tekeningen in de vorm van menshoge gezichten – de monden geopend alsof zij zingen, of geluidloos vertellen.
NIELS JANSSEN woont en werkt in Den Haag – Niels Janssen voegt fragmenten van diverse orde en herkomst aaneen tot fijne visuele weefsels. Zijn verbeeldingswijze herinnert aan de manier waarop het begrip imagination ooit werd opgevat: als ars combinatoria ofwel een activiteit van de geest die heterogene, elkaar vreemde elementen samenbrengt en verbindt. Het werk neemt, naarmate de kijker dichter bij komt, wisselende gedaanten aan: een dynamische ordening van hecht vervlochten motieven gaat over in een caleidoscopische compositie boordevol beelden en brokstukken tekst, en dan in een stroom van steeds nieuwe constellaties, wanneer men de blik van detail naar detail laat gaan.
JANTIEN JONGSMA woont en werkt in Amsterdam – Jantien Jongsma schept beelden die tegelijk nostalgisch en utopisch zijn: ze roepen een wereld op die voorbij is maar ook voorstelbaar en dus mogelijk. Verwijzingen naar de architectuur van het Nieuwe Bouwen herinneren aan tijden vol belofte en optimisme. In de gouaches verschijnen lichte ruimten zonder storingen of complicaties, steeds in gelukkige harmonie met de menselijke figuur. De tekeningen in potlood zijn dichter bevolkt en meer verhalend, leiden de blik van detail naar detail. Meermalen keert het spel terug als motief: spelende kinderen, schoolplein, verfdoos – in het spel is men vrij, spelend wordt men vindingrijk.
NINET KAIJSER woont in Haarlem, werkt in Halfweg – de werken in kleurpotlood van Ninet Kaijser getuigen van een langdurig ontstaansproces: ze zijn tot de randen gevuld met landschappelijke motieven die alle met gelijke aandacht en zachtheid zijn weergegeven. Men herkent grassen, schelpen, water, keien, geaderde rotsen – alles dromend in rode en blauwe kleuren, in oker, warme gelen….. hier is geen mens die de betovering komt verbreken. Ook de kijker niet, hoe dicht die ook wil naderen: de intensiteit van het beeld trekt als een sterke magneet de blik naar zich toe en schept tegelijk onpeilbare afstand – men ziet een tijdloze, onaangeroerde, in stilte verzonken wereld.
MARLEEN KAPPE woont en werkt in Amsterdam – Marleen Kappe toont werk dat doet denken aan constructies met latten, stangen, platen en rasters. Zij verkeren in een staat die precair lijkt en alarmerend instabiel. Het effect is nog sterker wanneer men de kunstwerken niet op een beeldscherm, maar in werkelijkheid ziet: de getekende motieven en structuren dringen abrupt de reële ruimte binnen, om zich dan net zo geheimzinnig weer terug te trekken in de witte leegte achter het papieroppervlak. In dit onverhoeds wisselen van visuele orde vindt de blik geen zekerheid – men blijft zoeken naar wat niet in beeld is: vaste grond onder de voeten.
STAN KLAMER woont en werkt in Amsterdam – de tekeningen van Stan Klamer verwijzen naar voorstellingen van de wereld: kaarten, verzamelingen, cirkelvormige stelsels. Men ziet grillige kusten, stippelsporen, topografische details, en de grote catalogus der dingen. Fragiele, fijngetekende schepen roepen het beeld op van water, zee, licht en tegenlicht, een mensheid op reis. Een kalme lineaire orde omsluit vlottende kleurvelden maar verdwijnt achter gele en roodgroene explosies, of een invasie van pulserende dynamiek. Het kijken zelf wordt een ontdekkingsreis – of, zoals Paul Klee ooit schreef: een kleine reis naar het land van dieper inzicht.
HANS KLAVERDIJK woont en werkt in Breda – Aires en Aerodromes – over reizen, rusten en aankomen: met deze woorden omschrijft Hans Klaverdijk zijn nieuwe, nog altijd groeiende serie digitale tekeningen. Hij verbeeldt daarin complexe plantaardige structuren: ragfijne mossen, uitwaaierende palmbladeren, de kogelronde bloem van de distel en de stekelige symmetrie van de cactus. Steeds zijn ze van bovenaf gezien en werpen schaduwen op een bodem die wij van grote hoogte naderen, als luchtreizigers met de landingsbaan in zicht. De blik daalt neer in de myriade vertakkingen, vervlechtingen en geometrische constellaties die zich haarfijn aftekenen op vierkante centimeters heel dichtbij: dit is de plaats van aankomst, of het punt van stilte langs onze snelweg.
JUDITH MARIA KLEINTJES woont en werkt in Amsterdam en Düsseldorf – Er gebeurt iets paradoxaals in deze tekeningen van Judith Kleintjes: zij laten verschijnen wat niet zichtbaar is, of zich alleen manifesteert als schaduw, als een afwezigheid die kleeft aan de rand van het waarneembare. Men herkent de twijg van Ophelia, de arm van Daphne, de handen van het avondmaal, maar de personages zijn gescheiden van hun verhaal, de ledematen losgeraakt van hun organisme. De fragmenten lijken zich te verdichten, te splitsen, te verdubbelen in een stille, permanente metamorfose. En soms ziet men niets dan een zwarte schijn – donker en afgrondelijk, of stralend als licht.
GEER VAN DER KLUGT woont en werkt in Amsterdam -de tekeningen van Geer van der Klugt spreken onmiddellijk tot de zintuigen. Donkere tinten in pastel en gouache, vol van kleur, laten openingen zien naar het nog witte papier waarover lichte lijnen bewegen. Er is een landschap verbeeld dat is doortrokken van de enigmatische aanwezigheid van een gestalte in een solitaire boom. Ook zijn kamers voorgesteld met meubels, kastjes, tafels omringd door vazen, glazen of bekers die (evenals de kasten en de kamers) het afwezige lijken te omvatten. Tussen die voorwerpen ligt de mens, horizontaal, een object onder de objecten. Maar de dingen zelf staan overeind, zij acteren als subjecten in de kamers (het landschap) van het leven.
FRANCIS KONINGS woont en werkt in Arnhem – Francis Konings verbeeldt vormen van vegetatie: de vertakkingen, woekeringen, het gebladerte en het toeval van de natuur onttrekt zij aan het veranderlijke van ruimte en tijd. Stammen en stelen, ontdaan van hun wortels, los van hun grond, worden stille structuren die veelvuldig in elkaar grijpen, zich verdichten en weer openen naar witte oneindigheid. Soms laten de kalme grijstonen van het potlood een ingehouden ritme zien van zwaarder getinte accenten. In de chaos heerst aandacht, samenhang, orde: de rusteloze orde van plantaardig leven gefilterd, getemperd, herschapen door de tekenaar.
MAAIKE KRAMER woont en werkt in Zeist – In het werk van Maaike Kramer wordt de tekening sculpturaal en getuigt sculptuur van het tekenen. In twee “uitzoektekeningen” zijn bijvoorbeeld variaties te zien van een kleine getrapte vorm, met steeds een andere aanduiding van massa en diepte. De vorm keert terug als staande sculptuur in gietsteen en beton – op de huid ervan roepen ijle, getekende lijnen het aarzelend beeld op van een zorgvuldig gemetselde muur. Daardoor verandert de sculptuur in architectuur, maar wordt tegelijk weer een schets – een idee van hoe het zou worden of had kunnen zijn. Zoals het door de kunstenaar veel gebruikte materiaal (het grijze beton) herinnert aan een gebouwde wereld en aan vervlogen utopieën.
GERDA KRUIMER woont en werkt in Amsterdam – Gerda Kruimer tekent afwisselend met de computer en op papier. In de ontelbare “virtuele” mogelijkheden ziet zij onverwachte beelden ontstaan die om uitwerking vragen. Het hier getoonde werk gaat uit van rasters waar zich verschuivingen, verstoringen, verdubbelingen, verdichtingen in voordoen. Er lijken zich ruimten te openen zonder begin en zonder einde, slechts doorsneden door pure lijnen die een verborgen regelmaat zichtbaar maken, als een ritme dat over de wereld ligt of een orde die elk van ons in zich draagt. Soms verschijnen daar nog zwarte vormfragmenten – reminiscenties aan architectuur of stedelijk landschap – donkere schaduwen vrij van substantie, bijna verdwijnend in helder licht.
KAI KUPER woont en werkt in Eijsden – Wanneer werken van Kai Kuper op een beeldscherm worden weergegeven verliezen zij veel van hun unieke karakter. Want de digitale beelden van tablet of telefoon zijn samengesteld uit steriele, altijd eendere pixelkleuren die als lampjes in onze ogen schijnen. Van een volkomen andere orde zijn de pigmentkleuren die de kunstenaar in werkelijkheid gebruikt: zij gloeien en stralen in het aanwezige licht – een licht dat verandert terwijl men kijkt, terwijl men de objecten nadert of er omheen beweegt. De rijke, volle, zacht glanzende kleurpotloodkleuren komen dan binnen zoals Kandinsky het ooit verwoordde: als de tonen van een muziek die de menselijke ziel in trilling brengt.
WILMA LAARAKKER woont en werkt in Amsterdam – Wilma Laarakker toont tekeningen in de vorm van rasters en ruitpatronen ofwel ’tartans’. Enkele hiervan maken deel uit van een grote serie die is geïnspireerd op het beeld van platgeslagen takken en planten na de overstromingen in Limburg. Ruige, zwarte lijnen voegen zich samen tot donkere vervlechtingen met hier en daar een opening naar helder tegenlicht. In andere werken zijn de lijnen dunner en gekleurd, kruisen elkaar loodrecht als doorzichtige architectuur tegen zacht wijkende velden. Altijd laten zij een subtiele ambivalentie zien – als tekens op het vlakke papier en tegelijk als onpeilbare presentie in een denkbeeldige, innerlijke ruimte.
LISANNE LANGENBERG woont en werkt in Amsterdam – haar tekeningen tonen steeds een enkele figuur – het hoofd fijn gearceerd, het overige aangeduid met weinig lijnen of met niets, met leegte. De portret-achtige hoofden (altijd van een jonge vrouw) zijn heel precies en met bijna klassieke schoonheid weergegeven. Maar wie zich laat verleiden om dichter op de huid te komen wacht steevast een weigering. Mond, ogen, trekken blijven onbewogen: er is geen glimlach, geen opening. Soms staren we onverwacht naar een gat in het gelaat, of zien hoe vreemd gekleurde scherven schuiven voor een neus, een oor, de ogen van de slapende.
HANS LEMMEN woont in Waltwilder, werkt in Waltwilder en Maastricht – de hier getoonde tekeningen van Hans Lemmen zijn als een klein theater met een decor in de vorm van zacht golvend landschap. Er gaan lijnen over die doen denken aan voren in akkerland: tekens van oude, eindeloos terugkerende menselijke activiteit. Vanuit de lage heuvels rijzen stelen en stammen de hoogte in, bomen, elektriciteitsmasten, de mens ook die zich opricht in tegenstelling tot het dier – het onafscheidelijk dier dat hij draagt en waarbij hij neerknielt. Zijn doorschijnende, naakte gestalte trekt als een schip door ruimte en tijd. We zien hem rusten onder een rode hemel: een voorouderlijk wezen met broedende blik, mens en dier tegelijk. In zijn hand het artefact dat de eeuwen doorstaat.
SABINE LIEDTKE woont en werkt in Drachten – in het werk van Sabine Liedtke voltrekken zich twee complementaire bewegingen: nadering en verwijdering. Het oog van de kijker wordt heel dicht bij een gebied gebracht dat zich terugtrekt achter de grenzen van het bereikbare. Minutieuze lijnen dringen door tot het uiterste van wat nog zichtbaar is: de schaduw van een vleugelslag, de volheid van een verenkleed, de aderkroon over een hart. Een ruiter, ooit gefotografeerd in het licht van de dag, wijkt weg achter bleke sluiers, waar hij zich zal transformeren in een adelaar (of een engel, of een gevleugelde fenix).
HEIDI LINCK woont en werkt in Ede – bij het tekenen gaat Heidi Linck te werk als een archeoloog op een vindplaats. De veelsoortige objecten waaruit een plek bestaat herleidt zij tot geconcentreerde, abstracte vormen in nuances van zwart. Door de geïsoleerde, silhouet-achtige weergave en gelijkmatige tint wordt elke herinnering aan functie, materiaal of context uitgewist. Toch blijft de fysieke wereld in zijn afwezigheid als vraag aanwezig: de tekenaar (de onderzoeker) legt sporen bloot van een geschiedenis, een logica, een betekenis die tot dusver verborgen bleef.
MARIËTTE LINDERS woont en werkt in Amsterdam – In deze recente werken herneemt Mariëtte Linders elementen van historische voorstellingen, die zij al tekenend ontleedt, verandert en op diverse manieren combineert tot nieuwe beelden. Vijf dwaze maagden worden vier dronken vrouwen; een jachtscène splitst zich in een strijdende kluwen en een lineair schijngevecht. Uit zware plooien van een pronkgewaad maken zich zwevende contouren los. Rubens is hier aanwezig, zoals in zijn kunst ooit Leonardo en Titiaan. Maar het gewicht van de geschiedenis is van de figuren af gevallen: zij zijn transparant, er is donkerblauw licht en in de witte ruimte drijven zachte kleurvelden.
MARIE-HÉLÈNE MARBUS woont en werkt in Arnhem – de eerste drie tekeningen die Marie-Hélène Marbus hier presenteert maken deel uit van een grotere serie met variaties van steeds een zelfde motief: de ronde nestholte van de oeverzwaluw. Door de herhaling hiervan maakt de reeks een indruk van eenheid en van een geconcentreerde blik, die in de marge (als in een ooghoek) het komen en gaan registreert van de kleine, snelle vogels. In de werken die volgen zien we eerst een kwetsbare gestalte schuilend in een hevig spel van contrasten, dan verschijnen grote insect-achtige wezens, gepantserd en transparant tegelijk; zij bewegen door een ruimte die heel dicht bij het oog van de kijker komt.
MIKE MEGENS woont en werkt in Wijchen – De werken van Mike Megens maken in eerste instantie een lichte, poëtische indruk. Maar zodra de kijker naderbij komt tonen zij zich complex en bieden tegenspel: diverse soorten papier van ongelijke tint en grootte, deels met inkt bedrukt, overlappen elkaar en vormen samengestelde velden. Soms zijn stukken weggeschuurd en wordt zichtbaar wat dieper ligt. Daar over en doorheen bewegen zich veelsoortige lijnfragmenten – sporen van gebaren, residuën van structuren of motieven die van elders komen. De titels voegen een dimensie toe, verwijzen naar ervaringen in de wereld (een plek, een moment, een handeling van de maker) of beschrijven wat zich tijdens het tekenen voltrok, bijvoorbeeld: klimmen, met één poot.
IRENE VAN DE MHEEN woont en werkt in Amsterdam – Irene van de Mheen toont een serie tekeningen waarin delicate, ijle constructies zijn verbeeld. Lineaire elementen van wisselend karakter (denkbeeldige palen, latten, immateriële snijlijnen) lijken elkaar in een voorzichtige balans omhoog te houden. Hoe ze te noemen, deze onvaste structuren? Veelcellige spinsels, transparante schuilplaatsen… Een suggestie van afgezonderde ruimte lokt het oog van de kijker naar binnen, het breekbare raamwerk in, of verder nog: naar de belofte van een stille, open leegte voorbij de wijkende tonen en vervloeiende contouren van het verst verwijderde blauw.
EDITH MEIJERING woonde en werkte in Zutphen – het werk van Edith Meijering is niet eenvoudig te classificeren. Ongetwijfeld gaat het om tekeningen: het materiaal is papier, overal bewegen dunne potlood- en inktlijnen en er is veel open gelaten. Maar de subtiel tekenachtige aanduidingen benadert zij vervolgens als schilder: transparante kleurvelden in acryl of aquarel geven de bladen een bij uitstek picturaal karakter. De dunne, vloeibare verf brengt een onvoorspelbaarheid in het werk die maakt dat de getekende figuren, hoe helder en lichtvoetig zij ook mogen lijken, niet zelden verstrikt zijn in een bijna ongemakkelijke grilligheid.
MARIJKE MINK woont en werkt in Arnhem. Het werk van Marijke Mink biedt de kijker een rijkdom aan visuele avonturen. Het bedwelmt de blik met kleuren, krijtstructuren, grillig uitgevloeide waterverf, stille passages van wit papier en fragiele lijnen. En toch is er in deze beelden niets dat te veel is, niets dat er niet moet zijn. Wat slechts terloops lijkt genoteerd valt nergens in chaos uiteen, rust altijd in een ordening – een orde die zich steeds weer sluit in fijn getekende menselijke figuren. Het is hun pose, gebaar of handeling die betekenis verleent aan elk detail, en die het omringende verandert in ruimte – in een landschap dat zich opent, een bloedrood slaapvertrek, een schuilplaats, een droomkamer.
JESSE MULLER woont en werkt in Amsterdam – Jesse Muller tekent simpele voorwerpen: een steentje, een beker, een latje of balk gemaakt door een timmerman. De langwerpige, ietwat onregelmatig gevormde latten lijken te leven: zij groeien en krimpen, vertonen minimale metamorfosen wanneer zij worden herhaald, gestapeld, horizontaal neergelegd of gedeeltelijk opgericht. Andere tekeningen tonen kleurige objecten waarvan de strak geprinte weergave een geometrische regelmaat laat zien. Zij schuiven voorzichtig aan bij zachtgevlekte mossen, sensueel gearceerd in poederachtig grafiet. Elementen van verschillende orde komen samen in een subtiel spel van visuele dubbelzinnigheid.
JANS MUSKEE woont en werkt in Ede – In deze grote werken verbeeldt Jans Muskee mensen in een alledaagse omgeving. Het is niet zeker wat tussen hen gaande is, wat er zal gebeuren of zojuist heeft plaatsgevonden. Soms richt één van hen de blik rechtstreeks naar de kijker, alsof beiden zich in dezelfde ononderbroken ruimte bevonden. De figuren zijn door hun levensgrote formaat bijna voelbaar aanwezig, een suggestie die wordt versterkt door de kracht van de kleur en de overtuigende weergave van realiteit. De fictieve wereld lijkt samen te vallen met het hier en nu van de kijker, die heel even kan geloven dat een opening mogelijk is, een ontmoeting, een thuiskomst in het onbereikbare.
PAUL NASSENSTEIN woont en werkt in Amsterdam – Paul Nassenstein verbeeldt in zijn werk theatrale ruimten: ondiep en open naar de toeschouwer. Het decor bestaat nu eens uit nauwe gangen hangend aan dunne draden tussen dreigende stenen, dan weer uit onbegrijpelijke architectuur waar nietige figuurtjes dwalen als in de kerkers van Piranesi. Ook is een enkele keer een theater voorgesteld, even monumentaal als instabiel, zonder publiek en zonder acteurs: het toneel van het ongewisse. De tekenaar vertelt geen verhalen – de kleine mensfiguren en hun futiele daden zijn als de staffage in het landschap van een oude meester. Niet een handelend personage is protagonist in dit drama, maar de onheilspellende setting.
KEVIN NIEUWENHUIJS woont en werkt in Utrecht en Zeist. In het werk van Kevin Nieuwenhuijs komen visuele tekens van verschillende orde samen in combinaties die nooit eenduidig zijn. Zij roepen een beeld op dat zichzelf onmiddellijk ontkent door de simultane suggestie van een tweede, een derde beeld. Een zwart vlak toont zich onmiskenbaar als materiaal dat is aangebracht op papier, maar is ook een fictieve bodem, een muur, een donkere ruimte of geheimzinnig voorwerp. Lijnen worden armen en benen, een gelaat, een hoek in een kamer, maar tegenover het veld waar ze zich uit losmaken blijven het dunne lijnen. Het is een spel zonder einde, waarin de verwonderde kijker elke keer wordt teruggeworpen op het eigen kijken.
MICHIEL NIJKAMP woont en werkt in Arnhem – Dit ragfijne, raadselachtige werk bevat vreemde kleine objecten, opgeplakt als in een collage: fragmenten van kranten, illustraties en kaartjes met nummers, codes, symbolen. Elk met een geschiedenis, evenzoveel suggesties van verre gebeurtenissen. Hun motieven lijken te resoneren in de tekeningen waar zij deel van zijn, maar daarvan zijn de structuren zo gesloten en de arceringen zo minutieus dat ze een dicht weefsel vormen, een scherm waarachter alle verhalen verborgen blijven.
BART NIJSTAD woont en werkt in Groningen – het werk van Bart Nijstad is vol van vreemde motieven: grijnzende koppen, botten, schedels, een man die zijn bilnaad warmt in de zon, een penis omcirkeld door een aureool (of een ring sigarenrook), een reuzentronie in de blauwe hemel. Soms verschijnt een klassiek personage in gemuteerde vorm: een veelbenige zeegodin, Jesus aan een kruis met wild kronkelende lijnen. Het zijn flarden van mentale beelden zoals die onophoudelijk door het hoofd spelen – herinneringen aan een film, een strip, internet of een toevallig voorval, vermengd met visuele fantasieën waarvan de herkomst duister blijft. De tekenaar noteert wat voorbij komt in zijn geest, organiseert de chaos, bezweert wat niet in woorden te vatten is.
ELMAR NOTEBOOM woont en werkt in Arnhem en behoort tot de eerste deelnemers aan de Galerij van de tekenkunst. Hij laat het achteloze van de doodle, de geschakelde lettervormen van graffiti en de heldere, bondige beeldtaal van strip en illustratie samenkomen op een manier die elk onderscheid tussen popcultuur en kunst als irrelevant laat verschijnen. Elegant als lichte muziek bewegen de dunne lijnen ritmisch over het papier: jazz in zwart en wit, expansief en aanstekelijk.
SEMNA VAN OOY woont en werkt in Amsterdam – de naam “Accidental Drawing” verwijst naar een werkwijze waarin toeval en ongelukken op het papier tot ongedachte beelden leiden. Beelden met virtuele ruimten (vaak in diepte begrensd) waar vlakke, elkaar veelvuldig overlappende velden zich frontaal naar de kijker richten. Lijnen convergeren naar vluchtpunten; met de kijkrichting mee dringen dynamische wolken binnen die overgaan in donkere sterren met harde randen en scherpe punten. Er rollen ontketende, futuristische machines die breken met iedere orde. Er zijn witte gaten, lege vensters die voor het spektakel schuiven, als in een andere dimensie.
ELLEN PALSGRAAF werkt in Groningen en op zee – Ellen Palsgraaf werkt dikwijls op zee, tijdens lange reizen aan boord van een vrachtschip. Het zoute water komt soms letterlijk haar tekeningen binnen. Tekeningen die, gegroepeerd in series, elkaar aanvullen en versterken – de presentatie ervan in meervoud introduceert tijd en ritme, een opeenvolging van momenten en gewaarwordingen, zoals het komen en gaan van de golven. De trefzekere penseelstreken vormen evocaties van water, licht, kabels, masten, kranen, loodsen, of van hellingen in een berglandschap. Zij documenteren de steeds hernomen poging om vast te leggen wat al voorbij is terwijl het zich aandient, onophoudelijk, majestueus, zonder begin of einde.
ARJO PASSCHIER woont en werkt in Groningen – Arjo Passchier toont enkele tekeningen uit de serie On the nature of light. Het zijn werken in de vorm van een vierkant of ruit, die door hun geometrische eenvoud in eerste instantie rust, concentratie lijken te beloven. Fijne, ingekraste lijntjes, opgevuld met houtskool, doen het papieroppervlak verschijnen als een huid waarover een doorzichtig net is aangebracht van ritmisch geschakelde motieven. Er toont zich een zachte, gedempte helderheid en tegengestelde helften gaan als dag en nacht in elkaar over, komen oplichtend naderbij of zinken weg in duisternis. De contrasten houden de blik in beweging en waarnemen wordt een dans, een verspringende sensatie van licht en donker, van zwart dat licht reflecteert en zwart waar licht in verdwijnt.
MARJO POSTMA woont en werkt in Amsterdam – In de tekeningen van Marjo Postma komen tegengestelde bewegingen samen: groei en constructie, droom en observatie, lineaire precisie en een tastende, open voorstellingswijze. Terugkerend thema is de schildpad – een imaginair wezen waarvan de kleding en behuizing onderwerp worden van verbeelding: fragmenten bouwtekening gaan over in de contouren van vreemde organismen, uit dierlijk haar vormen zich zachte omhulsels. Tot een andere serie (met de titel ‘herbarium’) behoren bladen waarop in delicate lijnen plantaardige figuren zijn voorgesteld, als raadselachtige elementen van een ongekende natuur.
MARISA RAPPARD woont en werkt in Utrecht – in de tekeningen van Marisa Rappard opent zich een visueel universum. Veelvuldig verspringende, trillende, cirkelende lijnen suggereren structuren die ontstaan en uiteenvallen, vorm aannemen en weer oplossen. In zachte kleurvelden lijkt licht door te breken, nacht neer te dalen. Men ziet vlottende continenten, zwarte kamers, maskers, scherven, tekens, fragmenten van onbekende verhalen. Er verschijnt een gelaat dat verdubbelt, verschuift, verwart. Wat in schoonheid zichtbaar wordt is een gedachte zo oud als de filosofie zelf, ooit aldus verwoord: alles stroomt, er is niets dat blijft.
MARCEL REIJERMAN woont en werkt in Arnhem. In werken van klein formaat verbeeldt Marcel Reijerman kleurrijke personages die als klassieke allegorieën vergezeld zijn van attributen. Zij suggereren eenduidigheid, een betekenis die voor het grijpen ligt, maar wat zij oproepen laat zich niet vangen. Als acteurs op een ondiep toneel verhouden zij zich anders tot hun omgeving dan de figuren in de grotere tekeningen: die verspreiden zich over de ruimte als episoden in de tijd, bevolken landschappen waar men vanuit hoog standpunt op neerkijkt. In de tekening dan maar die kant op doorkruisen velen het land, de ordening ervan negerend, voortgedreven in een exodus zonder einde.
PAUL DE REUS woont en werkt in Amsterdam – De kleurrijke en op het eerste gezicht wat absurdistische tekeningen van Paul de Reus lijken de kijker uit te nodigen om glimlachend dichterbij te komen. Maar de beelden die zich dan tonen laten de blik niet snel meer los: voorgesteld zijn hulpeloze mensen, tot stilstand gekomen in breekbare pogingen zich niet bloot te stellen aan de omringende wereld (aan het hete zand bij de zee, de blikken van de ander, de schaduw rond het speelveld) – ze zijn eenlingen, maar zouden iedereen kunnen zijn. Schuilend in grote beesten naderen zij elkaar; de ruimte waarin zij verkeren is zonder uitweg, en vanuit het onderhuidse verschijnt lachend de dood.
TRIJN ROMEIN woont en werkt in Ede – Trijn Romein tekent situaties die losgeraakt lijken van ruimte en tijd. Zij bewaren nog de herinnering aan een fotografisch vastgelegd moment, aan het ongrijpbaar ogenblik waarin een kind acrobatisch voorover duikt, of twee voorbijgangers elkaar in tegenovergestelde richting passeren. Maar het vluchtige is verstild en het marginale staat centraal: in de minutieus uitgewerkte voorstellingen, die traag naar hun voltooiing lijken te zijn gegroeid en waaruit alle ruis en alle toeval is weggefilterd, wordt ook het kleinste motief belangrijk – een schaduw, een leesbaar woord, de kleding van een personage. En waar zich plaatselijk een zachte kleur laat zien resoneert deze in het totaal van op elkaar afgestemde grijstonen.
ANNA RUDOLF woont en werkt in Amsterdam en Basel – laat in haar tekeningen wonderlijke, kleine gebeurtenissen en situaties ontstaan. Lijnen en vlekken van verschillende aard suggereren precaire bouwsels, obstakels, zwarte sluiers die elkaar ontmoeten, overlappen en doorsnijden in een poging fragiele figuren te vangen. De figuren – mens of dier, of combinaties van beide – bewegen zich transparant en zonder gewicht door eigen, stille ruimten. Wat in deze beelden wordt opgeroepen raakt aan het sublieme: gestalten die zacht buiten hun begrenzing treden, een oneindig donker aan je bed, strepen door het bestaan …
NANDA RUNGE woont en werkt in Middelburg – in het werk van Nanda Runge zijn gebouwen voorgesteld, soms van een afstand gezien en omgeven door onbepaalde ruimte, soms van binnenuit en beeldvullend. Grillig uitgevloeide vlekken in Chinese inkt suggereren begroeiing, maar ook licht en duister. Lijnen in conté vormen aanvullende contouren en structuren, een hint van een brug, een weg die naar de verte vlucht. Er zijn geen specifieke details, geen vertrouwde voorwerpen, geen herkenbare figuren: we bevinden ons in zwijgende loodsen, onbestemde doorgangen, een trappenhuis waar je slechts terloops passeert en niet blijft. De grond is onzeker – het oog kijkt omhoog naar een overstekend dak, of zijwaarts naar wat in de marge van het blikveld schuilt.
RITA RUTTEN woont en werkt in Amsterdam – Rita Rutten creëert in haar werk beelden die op een raadselachtige manier meerduidig zijn. Rechte stippellijnen lijken soms een richting aan te geven, een mogelijk traject op de kaart van een onbekend gebied, een landkaart die tegelijk een droombeeld kan zijn of de herinnering aan een waarneming. De slingerende loop van een rivier (van grote hoogte gezien) wordt de kromming van een boomtak, takken van bladloze bomen worden silhouetten van kruisende latten of poten van een tafel die tot in de hemel reikt. Door mensen gemaakte dingen, organisch gegroeide vormen en imaginaire plaatsen smelten samen tot een nieuw tekenlandschap.
ERIK-JAN VAN DER SCHUUR woont en werkt in Den Haag – presenteert zowel schetsen op A4 formaat als enkele metersgrote, complexe composities. Met elkaar bevatten ze een diversiteit aan visuele motieven – van deels herkenbare figuren, objecten en symbolen tot abstracte structuren. Toch maken de tekeningen de indruk een samenhangend geheel te vormen: overal ontwaart men verwijzingen naar thema’s als religie, het kwaad en de dood. Tegelijk ziet men ook de glans van het potlood, de fijne lijnen, de subtiele arceringen. Die verschillende niveaus, conceptueel en zintuiglijk, zijn op geraffineerde wijze met elkaar verweven.
LISANNE SLOOTS woont en werkt in Amsterdam – De tekeningen van Lisanne Loots confronteren de kijker met de kracht en de zachtheid van het materiaal houtskool – met in het papier gewreven sluiers van uiterst lichte grijzen, met het verzadigde zwart, de helder witte openingen, donkere lijnen die door schemervelden bewegen en tegenspel geven. De afzonderlijke beelden zijn droomachtige evocaties van licht en ruimte, bomen, takken, verbrand hout, vergankelijkheid. Beeld en materiaal vallen samen in werk dat begint bij het snoeien en verzamelen van verschillende soorten hout en het geduldig ontbasten, drogen, op maat knippen en stoken zonder zuurstof, bij hoge temperatuur.
IKE SMITSKAMP woont en werkt in Bilthoven – in tekeningen van Ike Smitskamp is steeds een sensatie verbeeld van slechts een enkel ogenblik – een nauwkeurig genoteerd moment op die bepaalde dag, op dat precieze uur. Maar tegelijk lijken de werken trage tijd vast te houden, de tijd van langdurig en geconcentreerd tekenen, alsof de tekenaar geprobeerd heeft om zo lang mogelijk de herinnering vast te houden aan een gewaarwording die al voorbij was terwijl ze zich aandiende. De kleine formaten nodigen ook de kijker uit om dichter bij te komen en te blijven kijken, als contemplatie op een herkenbare, nabije wereld die op een onbewaakt moment verschijnt zoals zij was voordat we er woorden voor hadden.
GODELIEVE SMULDERS woont en werkt in Amsterdam – Ze lijken springlevend, de tekeningen in chinese inkt van Godelieve Smulders. Het is alsof ze in één krachtige beweging tot de kern zijn gekomen van wat uitgedrukt wil worden. We zien figuren met de essentiële eenvoud van duidelijke tekens, die soms tegelijk een hybride karakter vertonen: ze zijn dan zowel mens als dier of mens en voorwerp. Ze staan groot in het beeldvlak en reiken bijna tot de randen van het papier, waardoor de zwarte velden en witte tussenruimten evenveel gewicht krijgen en gelijkwaardig in elkaar grijpen. Dat levert beelden op die bijna een lichamelijke vitaliteit voelbaar maken.
ROLAND SOHIER woont en werkt in Utrecht – Roland Sohier laat modellen langzaam bewegen op trage muziek. Tijdens het tekenen volgt hij die ‘slow motion modellen’ steeds in het hier en nu, zodat de lijnen – contouren van figuurdelen die aan en uit elkaar lijken te groeien – een tijdsverloop belichamen. Niet de beweging zelf registreert hij (zoals de futuristen probeerden) maar eerder de in opeenvolgende momenten van waarneming gevangen fragmenten, die zich dan op het papier samenvoegen tot vreemd gestolde configuraties. Later kunnen zij opnieuw in beweging komen, zij het in een andere tijd: niet die van de tekenaar, maar die van de kijker.
KOES STAASSEN woont en werkt in Rotterdam – de tekeningen van Koes Staassen getuigen van een uiterste beheersing. Ze kenmerken zich door een superieure techniek, heldere precisie, koele objectiviteit, klassieke afstandelijkheid en zorgvuldige ensceneringen. Alleen zo kan zichtbaar worden gemaakt wat niet controleerbaar is en verborgen wil blijven. Een geïsoleerd lichaam, van zeer nabij gezien en versierd met verleidelijke of gevaarlijke attributen, richt zich naar de blik (de aanraking) van de kijker, maar het beeld, hoewel direct en confronterend, aarzelt tussen bewegingloos tonen (zoals Bellini’s dode Christus) en wachten op een handeling – een heimelijk spel, of pijnlijk ritueel.
JOEP STERMAN woont en werkt in Arnhem – Joep Sterman maakt veel schetsen en uitgewerkte tekeningen, vaak ter voorbereiding op zijn ruimtelijk werk maar ook als zelfstandige kunstwerken. In sommige ervan ziet men lijnenbundels als pijlen door de ruimte gaan, in andere is de structuur van een reliëf of een driedimensionaal lichaam voorgesteld. Overal lijken krachten te werken: beweging en tegenbeweging, krimp en expansie – de kijker blijft gevangen in een labyrintisch wenden en keren van meanders, cirkels en spiralen die elkaar genereren, omvatten, tegenstreven. Onvermijdelijk dienen zich associaties aan: men denkt aan ingewanden, kolkend water, kosmische nevels, de cyclus van de tijd.
GUUS SWUSTE woont en werkt in Driebergen – de schilderijen, installaties en objecten van Guus Swuste kenmerken zich door een tekenachtig gebruik van het materiaal. Het tekenen bekleedt dan ook een sleutelpositie in zijn werk. In elke tekening probeert hij iets volstrekt nieuws te laten gebeuren. Een voorwaarde is het leegmaken van de geest en het toelaten van wat hij een verlies noemt van ruimte en tijd. De ervaring van dat verlies, en het verrassende resultaat ervan, deed zich het eerst voor in zijn studietijd, en wel bij de hier getoonde modeltekening die als een vertrekpunt gezien kan worden voor het latere werk.
ANJA SIJBEN woont en werkt in Amsterdam – de installatie Het oordeel/The verdict van Anja Sijben bestaat uit meer dan 100 tekeningen met evenzoveel variaties op een zelfde van dichtbij weergegeven menselijk gezicht. De honderdvoudige blik is direct gericht op de kijker, die oog in oog lijkt te staan met een zich eindeloos afsplitsend gelaat – een gelaat dat nooit aan zichzelf gelijk blijft. Gedurende de maanden waarin de tekenaar aan dit project werkte (zij nam een foto als model) probeerde ze elke dag opnieuw het reeds gekende op te schorten en met onbevangen blik een stemming, oogopslag of uitdrukking te registreren in de tinten van het moment. Het resultaat is een uitnodiging om te kijken en te blijven kijken zonder automatisch oordeel.
MONIQUE VAN STOKKUM woont en werkt in Boven Leeuwen – Een terugkerend motief in de tekeningen van Monique van Stokkum is het bos, in vele hoedanigheden: dampend na een regenbui of terugwijkend voor open ruimte (waar iets gebeuren kan of heeft plaatsgevonden, waar plotseling een hert verschijnt) – het bos als ervaring, en als plaats van herinnering. In het complexe werk ‘Lente’ staan slanke, zonbeschenen bomen naast grauwe gebouwen: op de drempel naar het licht verzamelen zich zachtgekleurde mensen. Tegengestelde stemmingen komen samen, zoals in het grimmige beeld van vriendelijk getint plastic met zwart verstikte natuur, of ook in het tedere portret van een baby slapend tussen donkere dreiging en bloeiende magnolia.
ALINE THOMASSEN woont en werkt afwisselend in Den Haag en Marokko – De hier afgebeelde tekeningen van Aline Thomassen maakten onlangs deel uit van de tentoonstelling Rauw in het Rembrandthuis. In elk ervan is een vrouw voorgesteld die zich zelfbewust naar de kijker keert. De figuren zijn meer dan levensgroot en maken de indruk heel dichtbij te zijn: voeten en benen bevinden zich buiten ons blikveld. De gebruikte aquareltechniek geeft de werken een lichte, bijna immateriële kwaliteit, terwijl plaatselijke concentraties van intens gekleurd pigment associaties oproepen met warmte, bloed, lichamelijkheid. Er verschijnen donkere organen en het papier zelf wordt metafoor van de menselijke huid: bespat, bevlekt, betekend. Wat zich toont is krachtig en intiem, en niet in taal te vangen.
JOSINE TIMMER woont en werkt in Amsterdam – voor Josine Timmer is tekenen een beweeglijk proces waarin iedere streep of lijn, iedere handeling leidt tot een onvoorzien vervolg. Het werk dat zij maakt doet denken aan het veranderlijke van de natuur: meervoudige kleurlijnen laten een stuwend ritme zien en lijken te worden meegevoerd op golven van wind of water. Soms verdichten zij zich tot een vermoeden van substantie, een begin van vorm, maar vallen dan uiteen, lossen op – of veranderen van richting, stotend op tegenstromen. Er openen zich ruimten waar alles volkomen gewichtloos is en voortdurend in wording, waar de blik van de kijker blijft rondgaan en dwalen als een welkome gast.
EGBARTA VEENHUIZEN woont en werkt in Oenkerk en West Cork, Ierland – Egbarta Veenhuizen tekent en maakt vaak getekende collages. Door te knippen isoleert zij figuren en figuurgroepen, door samenvoegen ontstaat gelaagdheid. Verschillende werken verwijzen naar de wereld boven de poolcirkel: we zien de dood en een missionaris als schaduwen oprijzen achter drie sterke Inuit vrouwen. Ook is een met sneeuw bedekt slagveld voorgesteld waar met gebalde vuist een witte soldaat staat. Er zijn motieven ontleend aan literatuur (zoals de ‘vondst in het moeras’) en een steeds terugkerend thema is het portret. Soms figureert een historisch personage: Louise Boyd die Groenland exploreerde, Mary Stuart dromend van de onbekende aan wie zij uitgehuwelijkt werd.
NINA VAN DE VEN woont en werkt in Tilburg – in haar met houtskool en zwarte pastel uitgevoerde tekeningen verbeeldt Nina van de Ven fabelachtige, hybride personages. Ze bestaan uit avontuurlijke combinaties van motieven die afkomstig lijken uit diverse tijden en culturen. De titels verwijzen onder meer naar folklore, mythologie, reality TV. Sommige figuren (geïsoleerd en zonder diepte weergegeven) doen denken aan oosterse marionetten, andere zijn voorgesteld in een minimaal aangeduide narratieve ruimte. Steeds roepen zij de verwachting op van een verhaal: de speler en zijn magisch attribuut, de held en het negenkoppig monster, de wachter en zijn koudbloedige dieren.
ANNECHIEN VERHEY woont en werkt in Amsterdam – Annechien Verhey werkt met contrasten die haar tekeningen een sterke dynamiek geven. Krachtige, hoekige lijnvoering wisselt zij af met fijne arceringen en zacht uitgewreven tonen; tegenover ritmisch verspringende strepen staan verzonken, gesloten kleurvelden. Er is samenspel (of tegenspel) van brede en dunne lijnen die elkaars beweging beantwoorden, completeren, tegendraads volgen. Fotofragmenten met brokstukken natuur of architectuur krijgen een getekend vervolg, verdubbelen en gaan over in fictieve werelden van een ambivalente, onzekere orde. Het leidt tot beelden die dikwijls aan een stedelijk landschap doen denken.
WILMA VISSERS woont en werkt in werkt in Groningen – Tekenen gaat bij Wilma Vissers veelal samen met met reizen, met elders verblijven. Ver van de dagelijkse routine vindt zij tijd en concentratie om nieuwe ideeën op te doen. Maar nu onze bewegingen beperkt zijn komen ruimte en oneindigheid op andere wijze haar werk binnen. Een oude atlas en bewaarde stadsplattegronden dienen als onder- en achtergrond voor beelden waarin warm gekleurde, aaneengesloten vormen direct vanuit vreemde namen, wijkende velden en onnavolgbare contouren naar voren lijken te komen tot in de nabijheid van de kijker – als objecten die bijna fysiek aanraakbaar zijn, maar ook als zacht getinte vensters naar het onbereikbare.
GUY VORDING woont en werkt in Amsterdam – In de serie Black Pages schept Guy Vording een spanning tussen tonen en verhullen. Hij toont zwart gemaakte tijdschriftpagina’s waarop slechts enkele tekst- en beeldfragmenten zijn uitgespaard, en tegelijkertijd toont hij een nadrukkelijk niet-tonen. Donkere arceringen maken een maskerende, verhullende beweging zichtbaar: de actie van de tekenaar, zijn poging om het beeld te controleren. Maar het resultaat is vreemd paradoxaal: het verborgene blijft oncontroleerbaar aanwezig. In de duisternis schuilen heimelijke gebaren, schaduwgestalten, plaatsen van handeling, woorden van betekenis.
WITTE WARTENA woont en werkt in Amsterdam – de serie ‘Brooklyn’ laat zich bekijken als een meditatie over plaats en tijd. Witte Wartena fotografeert situaties die hij al wandelend observeert; een selectie van de foto’s dient later als basis voor tekeningen in potlood, waarop een bewerking volgt in aquarel. Tussen het gefotografeerde ogenblik en het voltooide werk verstrijkt dus tijd; de tekeningen documenteren die tijd en staan zo in een paradoxale verhouding tot het snapshot-achtige onderwerp. Gelijkmatige, kalme lijnen en transparante kleuren scheppen afstand, leggen filters, en dan is er de tijd die zichtbaar wordt als verschil: elke plaats is na tien jaar (tijd van de tekenaar en tijd van de stad) opnieuw verbeeld – identiek, maar niet aan zichzelf gelijk.
MARIA DE WERKER woont en werkt in Groningen – een digitale presentatie als deze doet eigenlijk geen recht aan de tekeningen van Maria de Werker. Pas wanneer men ze in hun fysieke werkelijkheid ziet wordt duidelijk hoe de lijnen (alleen of gebundeld) plotseling loskomen van het papier; hoe zij zich verheffen, opkrullen, golven, wentelen in een stille, nooit eindigende dans. De lineaire bewegingen, elk met een ander ritme, intensiteit, scherpte of zachtheid, elk met rigoureuze eenvoud verbeeld, zijn volmaakt in zichzelf geconcentreerd – zozeer dat men zich met verwondering afvraagt hoe iemand dit heeft kunnen tekenen.
ROZEMARIJN WESTERINK woont en werkt in Rhenen – De pentekeningen van Rozemarijn Westerink lijken doortrokken van een vibrerende dynamiek. Inktzwarte arceringen gaan in golvende banen over het beeldvlak, vormen bewogen velden en verdichten zich tot herkenbare motieven: bomen, grassen, een horizon. Soms komen daar sluiers overheen, transparant of ondoorgrondelijk, waar elementen in verschijnen van andere orde, vreemde eilanden, helderwitte gaten. Aanvankelijke voorstellingen zinken weg als verre herinneringen, worden overschreven door nieuwe lijnen, opgenomen in meer omvattende beelden – een proces dat zich op sublieme wijze voltrekt in een recent gemaakte animatiefilm.
LAURENS WESSELINGH woont en werkt in Arnhem – behoort tot de eerste deelnemers aan de Galerij van de tekenkunst, aan wie expliciet gevraagd werd tekeningen te tonen die niet waren bestemd om te exposeren, om zo de ‘achterkant’ van de kunst zichtbaar te maken. Hij laat een serie bladen uit schetsboeken zien, waarin hij met een beweeglijke, open en steeds van ritme wisselende lijnvoering zijn observaties noteert. De studies in kleur dienen als voorbereiding voor pastels of aquarellen.
CINDY VAN WOUDENBERG woont en werkt in Eindhoven – Cindy van Woudenberg verbeeldt menselijke figuren die in geen enkele categorie te vangen zijn. Ze hebben geen gezicht en dragen geen kleding, zijn niet omhuld met betekenis. Het zijn instabiele gestalten, in wording of ontbinding, vallend in duisternis, vervagend in licht. Maar in voetzolen, tenen, vingers of een schouderblad kan zich contrast concentreren, kracht, aanwezigheid. Wat zich lineair losmaakt is steeds een gebaar: een omarming, een beschermende hand – de hoofden zijn gebogen, verdwijnend houdt men elkaar vast.
SIGRID VAN WOUDENBERG woont en werkt in IJsselstein, Utrecht – in het werk van Sigrid van Woudenberg keren dikwijls elementen terug uit eerdere tekeningen: florale motieven die een setting suggereren van weelderige natuur, lineaire woekeringen die doen denken aan menselijk haar of tropisch oerwoud. Soms verschijnen op regelmatige afstand van elkaar kleine openingen: stralende hemellichamen, verre lichten of verlichte vensters, papierwitte wonden. In dit geheimzinnig universum vol belofte en gevaar hebben menselijke figuren zowel immense als minuscule dimensies – zij zijn klein en fragiel, gevangen in een onvatbaar moment tussen nu en wat gebeuren gaat, of rusten als een gebergte, omgeven door een eigen kosmos.
HETTY VAN DE ZANDE woont en werkt in Oosterbeek – Hetty van de Zande tekent in pure lijn, en vanuit directe waarneming, over tevoren geschilderde kleurvelden waarin de sporen van het brede penseel en de druipende verf duidelijk zichtbaar zijn. Aan deze gedurfde ontmoeting voegt zij vreemde elementen toe: afdrukken van letters, patronen, decoratieve motieven, handen. Het resultaat wordt dan rigoureus in stukken geknipt, dikwijls dwars door de getekende figuren heen, waarna de fragmenten in nieuwe combinaties aan elkaar worden geschakeld – niet in gesloten composities maar in meterslange, uitvouwbare leporello’s.
MARTHE ZINK woont in Tilburg, werkt in ‘s-Hertogenbosch – de kleurrijke tekeningen van Marthe Zink komen wonderlijke zaken voor. De manier van verbeelden herinnert aan de oude betekenis van het woord ‘fantasie’ of ‘imagination’: een kracht die verbindt wat eerder alleen apart bestond, die fragmenten van wat ooit gedacht, gehoord of gezien is samenbrengt tot iets volkomen nieuws. Het gaat niet alleen om onverwachte combinaties van beeldmotieven, maar ook van realiteitsniveau’s, ruimten, wijzen van weergeven. Waar voorwerpen of personages zijn voorgesteld dringen elementen van vreemde orde binnen, openingen naar een andere dimensie zoals in de schilderijen van Raveel. Het vertrouwde verband der dingen heeft plaats gemaakt voor het vrije spel van de fantasie.
galerij van de tekenkunst
galerij
startpagina (info & contact)
DEELNEMENDE TEKENAARS
alle presentaties tot dusver
MARIJN AKKERMANS woont en werkt in Amsterdam – Marijn Akkermans tekent menselijke figuren die zich niet snel prijsgeven aan de blik van de kijker. Vanuit witte ruimten lijken zij langzaam vorm aan te nemen: hun contouren verdubbelen, herhalen zich, veranderen en begrenzen schaduwvelden waarvan de transparante tonen nabijheid en diepte suggereren. Zelfs het beeldvlak lijkt daar aanwezig: een scherm, een gordijn dat vóór een tweede, een derde scherm schuift en er zijn schaduw op werpt. Abrupte openingen (in welk oppervlak? Welke huid?) onthullen roodgekleurde fragmenten – een heimelijk oor, het oog van een voyeur. Alsof de waarneming zowel van binnen als van buitenaf gericht is op een gat dat terugkijkt …
AGATHA VAN AMÉE woont in Wageningen en werkt in Arnhem – Deze grote tekeningen in houtskool en siberisch krijt nodigen de kijker uit met de blik langzaam door het beeld te dwalen. Er zijn kamers voorgesteld met transparante wanden en gewichtloze gordijnen; men ziet er donkere vruchten, zachtaardig gebladerte en voorwerpen die aan herinneringen doen denken. Het zwart is intens en overal is licht: licht stort als een waterval naar binnen, valt in bundels op een vloerkleed, straalt achter half geopende deuren. Verstilde dingen gaan over in de figuren, patronen, contrasten van hun omgeving en muren worden vergezichten, zoals in het wonderlijk continuüm van ons geheugen.
RON AMIR woont en werkt in Rotterdam – Ron Amir maakt grote houtskooltekeningen. Het diepzwarte, in het papier gewreven houtskoolpoeder absorbeert niet alleen het licht, maar ook de blik van de kijker. De forse formaten dragen ertoe bij dat men zich moeiteloos kan verliezen in een universum vol duistere, droomachtige beelden. We zien oorden waar apocalyptische rampen hebben gewoed, roerloos verzonken in nachtelijke stilte. We zien de doden, de zondvloed, een huis in vlammen: het theater van de ondergang.
MARJOLIJN VAN DEN ASSEM woont en werkt in Rotterdam – Marjolijn van den Assem laat werken zien waar veel in gebeurt: men ziet rusteloze lijnen, zwarte velden, kleuren uitgestrooid als een bloemenzee, steentjes, ijzerdraad en talloze fragmenten geschreven tekst, alles op stevig papier dat veelvuldig werd opengesneden, opgekruld, gevouwen en bijeen geniet. In die vloed van visuele tekens lijken de sporen zichtbaar van wat vooraf ging: een langdurig reizen in de diepte van woorden, zinnen, gedachten die werden doordrongen en weer losgelaten. De uiteindelijke beelden rusten niet in zichzelf maar zijn onderdeel van grotere series, als momenten in een onstuitbare stroom van pogingen om te naderen wat ongrijpbaar blijft.
STEVEN BAELEN woont en werkt in Gent – Steven Baelen toont digitale tekeningen gebaseerd op beelden uit zijn krantenarchief. Beelden van vervlogen realiteit, ontbonden, getransformeerd, voortgezet in een virtuele structuur van lijnen en spijkervormige streepjes – ijle elementen die veelvuldig werden herhaald, verdicht, gefilterd en veranderd. Wat rest is een vreemde visuele orde (en wanorde), ver verwijderd van wat fotografisch was vastgelegd. Toch draagt die verwijdering een herinnering met zich mee: er verschijnen nog schimmen van bijna, maar net niet herkenbare gestalten, echo’s van een wereld als in Plato’s grot.
SHARON VAN DEN BERG woont in Amstelveen, werkt in Ouderkerk aan de Amstel – De hier getoonde werken maken deel uit van een grotere serie, waarin Sharon van den Berg herinneringen aan situaties uit haar jeugd verbeeldt. De gekozen vorm is die van een oude beeldencyclopedie en suggereert duidelijkheid, terwijl de tekeningen zelf enigmatisch zijn. We zien ontheemde objecten en stille plaatsen, een toneel zonder personages. Maar juist in wat afwezig is (wat zich onttrekt aan de blik van de kijker) schuilt het onvatbare van een vroeger leven: de geur van kaarsen, een gesloten hek, de stem van een grootmoeder.
INGRID BERGER woont en werkt in Den Haag – In deze reeks aandachtige houtskooltekeningen brengt Ingrid Berger de blik van de kijker dicht bij het gelaat van een slaper, of de plooien van een opengeslagen bed. Steeds is er een zelfde afwezigheid: die van de slapende mens, van wie de geest elders is – losgeraakt van de dagelijkse subjectiviteit. Zoals in onze dromen verschijnen ook in de tekeningen archetypische beelden: het bed (zinnebeeld van het lichaam en plaats van de mysteries van het leven); het dier of de beer (de instincten die ons drijven) en de haas die komt en gaat als de maan: nachtelijk, en zo stil als een schaduw.
EMMY BERGSMA woont en werkt in Zwolle – het werk van Emmy Bergsma begint met terloopse observaties en gedachten omtrent plantaardig leven. Tijdens het tekenen nemen zij de gedaante aan van betekenisvolle beelden, met motieven die zouden kunnen figureren in een oude mythologie. Er is de ontembare kracht van de groei, er is een boom die het donker vasthoudt, er is een oneindig schaduwrijk, een onderwereld vervlochten met al onze wortels. En dan is er nog het verhullen, bedekken, overwoekeren van menselijke ordening, ook waar het gaat om een tuin: aanzwellend kleurveld in duistere aarde met een gesloten, afgekeerd huis.
MARGO VAN BERKUM woont en werkt in Zeist – met hun kleine formaten, zachte grijstinten en evocaties van schemerdonkere ruimten maken deze tekeningen het kijken tot een intieme ervaring. Bijna vergeten sensaties lijken zij op te roepen, herinneringen aan een waarneming in afwezigheid van taal. De zichtbare dingen zijn verbeeld zoals zij verschijnen voordat er woorden of functies aan worden toegekend, voordat zij identiteit aannemen. Het zijn de momenten van verwondering, waarin het denken nog tast in het duister en het licht (is het lamplicht? maanlicht?) naar binnen valt in stille kamers, over lege muren, onzekere tafels, langs de schaduwen van het onbekende.
BERNADETTE BEUNK woont en werkt in Amsterdam – de werkwijze van Bernadette Beunk is langzaam en systematisch. Desondanks, of juist daardoor, lijken haar tekeningen een onmiddellijk appel te doen op de zintuigen. Meer dan om waarnemen gaat het om gewaarworden – een fluistering in het oor, een schittering in het oog, een prikkeling op de huid. Parallelle en steeds van richting veranderende lijntjes doen denken aan rimpelingen in de atmosfeer. Meervoudige kleurvormen en slingerende stippelsporen dansen als nabeelden over het netvlies. In haar laatste tekeningen lijkt iets nieuws te gebeuren: een heldere ruimte, golvende kleurvelden, ruitstructuren, verwondering.
MIMI VAN BINDSBERGEN woont en werkt in Arnhem – haar materiaal is het zachte pastelkrijt: puur pigment, intens van kleur waar het tot dichte vlekken werd gewreven, sluiers vormend waar dun uitgeveegd. Geen fijne details in dit werk: grote, stevige lijnen herinneren aan de kracht en de aarzeling van het tekenend gebaar. Het poederachtige materiaal, de onzuivere vlek, de grillige beweging, de aangetaste vorm maken van elke tekening een landschap, ook wanneer geen landschap is voorgesteld. Zelfs de menselijke figuren hebben lichamen als imaginaire landschappen.
GAM BODENHAUSEN woont in Geldrop, werkt in Eindhoven – Gam Bodenhausen tekent zowel op kleine als op metersgrote formaten steeds met het zelfde veelzijdige materiaal: potlood. In elk werk breidt zich naar alle kanten een fijn net uit van beweeglijke, zachtgrijze structuren. Andere structuren, daarmee verweven, verwijzen naar landschap, steen, aarde, opeengepakt gebladerte, traliewerk, draden, een oude muur. Die herkenbare motieven vertonen op hun beurt weer patronen van natuurlijke dooradering of aantasting door de tijd. En er laat zich nog een dimensie bespeuren, minder zichtbaar op de huid der dingen: een herinnering aan open ruimte, wind, gefilterd licht en de tastbare nabijheid van ruwe materie.
MARCEL BORS woont in Nijmegen, werkt in Groesbeek – De eerste vier tekeningen die Marcel Bors hier presenteert maken deel uit van een langere serie met als thema “De Ander”. Steeds verschijnt daar (vanuit een ondefinieerbaar verre dimensie) een gelaat dat ons vreemd is. Het lijkt een stil appèl te doen op ons, onzekere kijkers, om het in de ogen te zien. De laatste twee werken, van een groter formaat, verbeelden hybride figuren ten voeten uit. Ze zijn uitgevoerd op beschermhoezen die samen een oppervlak vormen met zachte onregelmatigheden, zowel in kleur en glans als in de lijnen van randen en overlappingen. Over de naakte wezens zelf bewegen dan fijnere lineaire motieven: het zouden versieringen kunnen kunnen zijn, of sporen van een persoonlijke identiteit.
GEERTRUI VAN DE CRAATS woont en werkt in Maassluis – Geertrui van de Craats concentreert zich in haar tekeningen op het verbeelden van een wezen wiens lot onverbrekelijk met het onze verbonden is, namelijk het paard. Edele drager van krijgers en keizers, zetel van donkere driften: van oudsher wordt het paard bekleed met attributen en betekenissen die kleven aan zijn paard-zijn als klitten aan zijn vacht. En klitten zijn hier in veelvoud voorgesteld: zij vormen nevels en sterrenstelsels rond stille dieren die zo ragfijn zijn getekend dat zij transparant en bijna afwezig lijken. Wat op het beeldscherm nauwelijks waarneembaar is zijn de subtiele verschillen tussen zacht potloodgrijs en de glans van zilververf, materiaal waarmee bijvoorbeeld skeletdelen zijn weergegeven als waren het diepliggende, tot op het bot doorgevoerde versieringen.
NOËLLE CUPPENS woont en werkt in Amsterdam – de tekeningen tonen fragmenten van situaties die vertrouwd aandoen – een balkon met bloemen, een tuin of park, een kas met planten. De spaarzame vormen, lijnen, motieven en tekens hebben een lichte en bijna terloopse intensiteit, die het resultaat lijkt van wie weet hoeveel voorafgaande transformaties. Veel werd daarbij weg- of achtergelaten, bijvoorbeeld de aanduiding van plaats, context, omgeving. Toch hebben die afgestoten delen van de zichtbare wereld hun sporen nagelaten: ze zijn overal spookachtig aanwezig. Zelden ziet men een leegte die zo veel laat vermoeden.
ANNEMIEKE DANIELS woont en werkt in Arnhem – haar portretten, inktzwart op wit papier, zijn indringend en ingehouden tegelijk. Duidelijk als grafische tekens, maar niet eenduidig: de vormen zijn zacht en asymmetrisch. Sterke, brede lijnen worden soms begeleid door meer beweeglijke of bescheiden lijnen, die een lichter tegenwicht vormen. Op alle bladen heersen uitersten: licht en zwaar, zwart en wit, eenvoud en kracht, volheid en leegte, nadruk en stilte.
RONNY DELRUE woont en werkt in Gent – tekenen neemt in het werk van Ronny Delrue diverse vormen aan: potlood op papier, fotofragmenten op een muur, een verblekend polaroid waarover zwarte lijnen gaan die het beeld zowel vasthouden als doen verdwijnen. Honderden getekende dagboeknotities zijn evenzoveel gedachten die elkaar volgen. Een reis zonder einde: in het werk El camino is de pelgrim aanwezig – zijn ontelbare voetstappen, zijn altijd verschuivende horizon (in tijd en ruimte verstrooid laat zich nog een gestalte vermoeden, het hoofd een versluierde leegte). Steeds ontstaat een spanning tussen verschijnen en verdwijnen: het is de relativiteit van het leven.
SANNE DIJKSTRA woont en werkt in Amsterdam – de tekeningen van Sanne Dijkstra bestaan uit kalligrafische lijnen en vlekken, spatten, tekens, op onmiddellijke wijze neergezet in vloeibare zwarte inkt. Zij staan met onherroepelijke directheid op het witte papier: er is geen plaats voor aarzeling, geen tijd voor herbezinnen, tekenen is hier een zaak van alles of niets. Elk blad toont een nieuw gebaar, een ander ritme, een onvermoede waarneming, een zeldzaam moment in de vlottende gang van dagen en seizoenen.
GERBEN DIRVEN woont en werkt in Zwolle – Gerben Dirven werkt op een improviserende wijze: reagerend op het onvoorziene dat zich aandient tijdens en door de actie van het tekenen. In de beelden die zo ontstaan vermoedt hij een orde of inherente regel (zoals het schema van de jazz of de wetten van de natuur) die gevolgd, doorbroken, genaderd kan worden. Het maken eindigt pas waar het vermoeden zich terugtrekt – de tekeningen die dan achterblijven (en nooit voltooid, altijd in wording zijn) lijken zich buiten de grenzen van hun kleine formaat te begeven, als waren het momenten in een doorgaande beweging.
ADA DISPA woont en werkt in Nijmegen – de tekeningen van Ada Dispa doen denken aan kleine, humoristische verhalen. Maar het zijn verontrustende personages die zij opvoert: wanhopige clowns, obscene duivels, schemerfiguren met lichamen van hout, een gevaarlijk infantiele demiurg. Over kleurexplosies en lijnensluiers dringen soms woorden binnen, geschreven in grote letters – zij roepen iets dat urgent, belangrijk, bezwerend is. En toch voelt men vreugde bij dit werk: wat in het leven angst, huiver, ontzag opwekt, vertoont zich hier (in de vrije ruimte van de kunst) met de lichtvoetigheid van een feestelijke maskerade.
SELMA DRONKERS woont en werkt in Nijmegen – een online presentatie met werk van Selma Dronkers vraagt van de kijker een inspanning. Op het scherm verschijnen beelden van gelijkmatige veranderlijkheid, zonder aanvang of einde. Wat ongezien blijft is het formaat, klein en compact, in een enkele blik te omvatten, en de rand die dikte heeft en kleur, waardoor men eerder een object waarneemt dan een immaterieel beeldvlak. De getekende lijnen maken door hun contrast en kleurintensiteit de indruk fysiek op het oppervlak te liggen in plaats van te naderen vanuit een fictieve diepte. Zij bieden weerstand tegen wat zich door de fijn gesponnen, bijna geledingloze compositie onvermijdelijk aandient: een effect van optische menging, een suggestie van grenzeloze uitbreiding. De resulterende spanning toont zich als onvatbare schoonheid.
ADRIAAN VAN ESVELD woont en werkt in Velp – Adriaan van Esveld behoort tot de eerste deelnemers aan de Galerij van de tekenkunst, aan wie expliciet gevraagd werd tekeningen te tonen die niet waren bestemd om te exposeren, om zo de ‘achterkant’ van de kunst zichtbaar te maken. Hij toont studies die ontstaan als ‘eerste idee’ voor zijn grafisch werk en schilderijen, maar die soms toch als tekening al helemaal ‘af’ blijken te zijn, waardoor zij op een gelukkige manier aan hun doel voorbijschieten.
MARC FABELS woont en werkt in Den Haag – in de tekeningen van Marc Fabels vormen korte, hecht gearceerde potloodstrepen donkere figuren die doen denken aan schaduwen, of nabeelden op het netvlies, of gefilterde herinneringen. De zwarte lijntjes tonen in hun duizendvoudige opeenvolging dat tijd is verstreken, zoals ook het hergebruikte papier getuigt van tijd – verkleuringen, vormfragmenten, vouwlijnen en de grillige contour van opengeklapte dozen brengen (verhevigd of versluierd) geschiedenis in beeld, tekens van verval of destructie die deel worden van wat is voorgesteld: bomen zonder wortels, een stil bombardement, voor altijd smeltende sneeuw.
PIETSJANKE FOKKEMA woont en werkt in Bovenkarspel – Het recente werk van pietsjanke fokkema bestaat uit kleine tekeningen en objecten die uitgestrooid lijken over de wanden van de tentoonstellingsruimte en daar lichte, open constellaties vormen. Lijnen van verschillende orde (in potlood getekend of als tastbare draden in de ruimte, met lineaire schaduwen op de muur) omcirkelen elkaar, strekken zich uit, vertakken en verdichten zich tot figuren: ladders, masten, schepen, touwen, het uitzicht uit een raam. De herhaling, variatie en rijm van motieven (cirkels, openingen, verknopingen en bomen – stamboom, knoop, planeet, bloedmaan) doen betekenisvolle verbanden vermoeden en roepen associaties op die blijven resoneren.
HERMAN FONTEIN woont en werkt in Nijmegen – Herman Fontein tekent lineaire motieven die zich veelvuldig herhalen, patronen vormen, rasters, schermen van in elkaar grijpende, altijd muterende figuren. Variaties en afwijkingen in de heersende regelmaat zorgen voor een geraffineerd spel van visuele spanning. Fysieke en fictieve overlappingen maken lagen zichtbaar van verschillende orde en schaal, die door de wijze waarop ze over of bij elkaar zijn geplaatst verwantschap suggereren, naar elkaar lijken te verwijzen, uit elkaar voort lijken te komen. En hier en daar isoleren zich restvormen waarvan de randen contouren worden van nog mogelijke of denkbare configuraties.
HANNEKE FRANCKEN woont en werkt in Leiden – in het werk van Hanneke Francken opent zich een vreemd universum. Hier en daar lijken organische structuren herkenbaar (vertakkingen, mossen, schorsen, menselijk of dierlijk haar) maar vaker ziet men een beeld van louter worden en vergaan, chaos en groei, explosieve kracht – of juist het tegendeel: ontbinding en gestolde, tot stilstand gekomen materie. Daarbij wordt soms leegte zichtbaar, donkere oneindigheid of dichte nevel. De dynamiek zet zich door tot de randen van elke tekening, alsof we slechts een uitsnede zien (maar ook een evocatie, een visuele metafoor) van een gebeuren zo alomvattend dat de aard ervan zich niet laat definiëren.
ANDRÉ GEERTSE werkt in Tilburg – André Geertse tekent op materialen en voorwerpen die na eenmalig gebruik meestal hun waarde verliezen en worden weggeworpen. Kartonnen dozen, van hun inhoud ontdaan en schijnbaar nutteloos geworden, klapt hij open tot platte vormen met een ruwe symmetrie. Het worden fragmenten van een licht universum: men ziet er kruisende lijnen in alle richtingen door een grenzeloze ruimte gaan. Een ander project is de agenda van het lopende jaar, symbool van voortgaande tijd en eeuwige terugkeer: een onvergelijkbaar boek der dagen, met voor iedere dag een vluchtig visioen, een geheime geometrie, een kleurveld, een mirage.
CATHELIJN VAN GOOR woont en werkt in Amsterdam – in de series Rare Digital Phenomena en My Digital Backyard verbeeldt Cathelijn van Goor de visuele verschijning van een technologische realiteit die zich onherroepelijk lijkt te onttrekken aan menselijke controle. Het werk toont een veelheid van onkenbare fenomenen: geaderde schermen, gestolde stromen, kristallen van buitenaardse schoonheid. De ontketende virtuele fantasmagorieën worden hier zowel opgeroepen als bezworen – hun gevaarlijke, inhumane vreemdheid verdwijnt in de zachte arceringen, de textuur van het materiaal en de warmte van de tekening.
LENNEKE VAN DER GOOT woont en werkt in Amsterdam – het werk van Lenneke van der Goot suggereert ruimten die toegankelijk zijn, begaanbaar zelfs, maar die de kijker geen houvast bieden. Zwart en wit, zoals het landschap van de maan, worden zij bevolkt door veelkantige objecten (van papier? of donker glas? doorzichtig steenkool?), precaire bouwsels, gewichtloze wolkenkrabber-kathedralen. De staande, liggende, hellende en vallende vlakken worden gemarkeerd door rusteloze lijnen die geen perspectief willen worden. Een duistere diamant werpt zijn rode weerschijn over een meervoudige woestijn, een meteoriet met scherpe randen zweeft boven de huid van een vreemde planeet, alles zwijgt, niets wat hier verschijnt is zeker.
INGRID GREIJN woont en werkt in Amsterdam – Documented Tracks noemt Ingrid Greijn haar tekeningen, en het zijn inderdaad lijnen die men ziet – talloze inktlijnen over en door elkaar, als in een oud palimpsest. Zij lijken een eindeloos herhaalde, steeds afgebroken en weer hernomen waarneming te registreren, waarin de blik geen tijd heeft om zich aan objecten te hechten. Soms denkt men fragmenten van een plaats, een wereld te herkennen: boomkruinen bijvoorbeeld, of een weg met aan weerszijden gevels die uiteenvallen in een veelheid van verticalen. De beelden zijn ruimtelijk en cartografisch tegelijk: er verschijnen contouren van archipels en continenten, en duizend trajecten lineair in kaart gebracht.
AAL GÜNTHER woont en werkt in Amsterdam – Aal Günther heeft het vermogen om met enkele lijnen een klein universum op te roepen. Het zijn beelden die soms doen denken aan geïsoleerde tekens of aan oosterse kalligrafie, maar vaker lijken zij fragmenten van iets groters dat vermoed kan worden buiten de grenzen van ons gezichtsveld. Als het om muziek ging dan klonk hier een polyfonie van ongelijksoortige klanken: dunne sporen en krachtige gebaren, zwart pastel en transparante tempera, krijtachtige texturen en zachte glans, hoekige wendingen en cirkelende bewegingen, ondoorgrondelijk duister en open ruimten vol met licht.
HANNA DE HAAN woont en werkt in Den Haag – de stad is in het werk van Hanna de Haan een dynamisch gegeven. Zij tekent locaties en constructies waar een transformatie zichtbaar wordt, waar steigers en kranen het decor zijn van verandering, of waar een overgang plaatsvindt naar water, lucht en leegte. Het ritme van die nooit eindigende metamorfose klinkt door in snelle, rake lijnen die de inerte materie lijken te negeren, elkaar volgend en kruisend zonder ooit in vaste structuren tot stilstand te komen. Dikwijls zijn over eerdere notities nieuwe gekomen die het voorgaande naar de achtergrond dringen, als opeenvolgende gewaarwordingen in de stedelijke chaos. Daar zoekt de tekenaar een onvermoede orde.
BEN HAGGEMAN woont en werkt in Arnhem, behoort tot de eerste deelnemers aan de Galerij van de tekenkunst. Hij presenteert enkele voorbeelden van wat hij wel noemt ‘geschilderde tekeningen’, ofwel getekende schilderijen: zorgvuldig geconstrueerde en met raffinement doorwerkte voorstellingen, die bedoeld zijn om het atelier te verlaten als voltooide kunstwerken.
FRANK HALMANS woont in Bilthoven, werkt in Bunnik – deze serie recente tekeningen van Frank Halmans zou afkomstig kunnen zijn van een architect, zo precies en overzichtelijk zijn er gebouwen weergegeven – vanuit hoge standpunten, in fijne potloodlijnen, met schaarse arceringen en soms een ingekleurd detail. Maar gebouwd zullen ze niet meer worden, deze flats: van alles afgezonderd en omgeven door een bodemloze leegte tonen zij zich archeologisch uitgekleed, zoals de huizen van Pompeï. De levenden verblijven elders in de ruimte en de tijd: voor hen werd de flat een zachtgetint meubel met intieme laden, en met zonneweringen als bloembladen.
KATE VAN HARREVELD woont en werkt in Amsterdam. Kate van Harreveld verbeeldt in haar werk verlaten plaatsen met afwerende, kale gebouwen en huizen vol duisternis. Hoewel er geen levend wezen te bekennen is verschijnt soms de enigmatische gestalte van een ranke man met fijne, delicaat getekende trekken en een gezicht zo bleek als de maan. Zijn lichaam, doorschijnend en zonder substantie, lijkt op de steel van een bloem. In een collage met glanzend agaat en berkenbast neemt hij de etherische gedaante aan van een herinnering, een droom, een nabeeld op het netvlies.
TOM HEERSCHOP woont en werkt in Eindhoven – In de serie “oneindige tekeningen” tekent Tom Heerschop kleurrijke motieven die zich naar alle kanten uitbreiden. Dicht aaneengesloten vullen zij het beeld, als een ondoordringbaar scherm van associaties: bladeren, insekten, vogelkoppen, mensengezichten. Witte handen komen tastend het blikveld in en overal zijn ogen, organen, wonderlijke weefsels. In andere werken figureren de grote patroonheiligen: Franciscus in het onbegrijpelijk rijk der dieren, Christoffel die zijn last draagt en met zijn stekels het onheil verjaagt. Dan is er een reeks angstaanjagende portretten – een bloedrood hoofd vol losse schroeven, een afwerend gebaar in een maalstroom van spookachtige furiën.
ROSEMIN HENDRIKS woont en werkt in Arnhem. In het afgelopen najaar nam Rosemin Hendriks deel aan de tentoonstelling Kilroy Was Here. De bezoeker kon er een houten cabine binnengaan, de deur achter zich sluiten en zich omringd zien door tekeningen. Die vormden een intiem ensemble en gingen onverhoedse relaties met elkaar aan. Herkenbare motieven (het gezicht van de tekenaar, haar hond, een kannetje, een zwaan) verwezen naar de wereld dichtbij de kunstenaar, maar keren zich tegelijk van die wereld af. Kalme lijnen, subtiele grijsgradaties en altijd nieuwe vormen tonen de kracht van het tekenen: in het oppervlak van het alledaagse spiegelt zich het sublieme.
CAREN VAN HERWAARDEN woont in ’s Hertogenbosch, werkt in Amsterdam en Den Bosch – Caren van Herwaarden toont menselijke gestalten, paarden, lopende en wachtende figuren, lichamen die elkaar transparant of lineair doorkruisen of verdringen. Handen maken zich los, armen heffen zich in een klacht, klap of gebed. Je ziet gedaanten die handelen, als één lichaam lijken ze op weg te zijn naar een gezamenlijk doel. Ze zijn anoniem maar geladen met betekenis, hun motieven zijn ondoorgrondelijk maar tevens universeel. Een merrie staat bewegingloos, wachtend, wijkend. Ze is doorschijnend: door de ribben heen komt een donker veulen onze ruimte binnen – voelbaar wordt het jong gedragen.
SONJA HILLEN woont en werkt in Nijmegen – Op het beeldscherm is het minder goed zichtbaar, maar wie de tekeningen van Sonja Hillen in werkelijkheid ziet merkt onmiddellijk de spanning op tussen de zachte tinten van kleurpotlood of acrylverf en de tastbare textuur van borduurwerk. Voorgesteld zijn stille situaties, zoals, heel licht en bijna afwezig, een gang die uitloopt op een gesloten deur. Het beeld roept een vergeten verlangen op om daar te zijn, daar binnen te gaan. Verschillende velden borduurwerk lijken zich in de imaginaire ruimte te bevinden maar liggen tegelijk op het beeldvlak, dus in de fysieke wereld van de kijker. Zij maken het tijdrovend handwerk voelbaar en het geduld, het langdurig daar blijven, het trachten wat ver is dichtbij te halen en vast te houden.
MARIEKE HUNZE woont en werkt in Amsterdam – Marieke Hunze tekent wat voorhanden is in haar directe omgeving: het uitzicht vanuit haar keuken, de bomen en veelsoortige bouwsels rond het atelier. Uit die kleine kosmos kiest zij motieven die een compleet universum omvatten: een enkel huis, een bewaarplaats, een broeikas. Fragiele constructies zijn het, vriendelijk of afwerend, onrustig of nachtelijk, elk een gemoedstoestand. De fijne potloodlijnen, lichte silhouetten, abrupte kleurstroken en dansende vormfragmenten zouden gewichtloos wegzweven als zij niet aan de fysieke wereld verankerd waren door de zichtbare structuur van verschillende materialen: het korrelig krijt, de uitgevloeide inkt, over het oppervlak gespannen draden, collages van karton en papier op papier.
INEZ ISHIZAKI woont en werkt tussen Den Bosch en Arnhem – Inez Ishizaki brengt in haar werk motieven samen die afkomstig lijken uit een nog onverteld verhaal. Neem het beeld van een badhuis waar mensen, honden en hybride personages zich in stilte wassen, slechts omringd door natte tegels en vacht, veel vacht. De intieme scène roept een scala aan sensaties op, wat nog versterkt wordt door de sensuele textuur van het gebruikte tekenmateriaal. In de achtergrond wordt diepte gesuggereerd door een opeenvolging van parallelle vlakken, zoals in een oude Ukiyo-e prent. Op vergelijkbare wijze organiseert de kunstenaar de fysieke ruimte van haar installaties: als tussen coulissen beweegt men zich te midden van hangende tekeningen in de vorm van menshoge gezichten – de monden geopend alsof zij zingen, of geluidloos vertellen.
NIELS JANSSEN woont en werkt in Den Haag – Niels Janssen voegt fragmenten van diverse orde en herkomst aaneen tot fijne visuele weefsels. Zijn verbeeldingswijze herinnert aan de manier waarop het begrip imagination ooit werd opgevat: als ars combinatoria ofwel een activiteit van de geest die heterogene, elkaar vreemde elementen samenbrengt en verbindt. Het werk neemt, naarmate de kijker dichter bij komt, wisselende gedaanten aan: een dynamische ordening van hecht vervlochten motieven gaat over in een caleidoscopische compositie boordevol beelden en brokstukken tekst, en dan in een stroom van steeds nieuwe constellaties, wanneer men de blik van detail naar detail laat gaan.
JANTIEN JONGSMA woont en werkt in Amsterdam – Jantien Jongsma schept beelden die tegelijk nostalgisch en utopisch zijn: ze roepen een wereld op die voorbij is maar ook voorstelbaar en dus mogelijk. Verwijzingen naar de architectuur van het Nieuwe Bouwen herinneren aan tijden vol belofte en optimisme. In de gouaches verschijnen lichte ruimten zonder storingen of complicaties, steeds in gelukkige harmonie met de menselijke figuur. De tekeningen in potlood zijn dichter bevolkt en meer verhalend, leiden de blik van detail naar detail. Meermalen keert het spel terug als motief: spelende kinderen, schoolplein, verfdoos – in het spel is men vrij, spelend wordt men vindingrijk.
NINET KAIJSER woont in Haarlem, werkt in Halfweg – de werken in kleurpotlood van Ninet Kaijser getuigen van een langdurig ontstaansproces: ze zijn tot de randen gevuld met landschappelijke motieven die alle met gelijke aandacht en zachtheid zijn weergegeven. Men herkent grassen, schelpen, water, keien, geaderde rotsen – alles dromend in rode en blauwe kleuren, in oker, warme gelen….. hier is geen mens die de betovering komt verbreken. Ook de kijker niet, hoe dicht die ook wil naderen: de intensiteit van het beeld trekt als een sterke magneet de blik naar zich toe en schept tegelijk onpeilbare afstand – men ziet een tijdloze, onaangeroerde, in stilte verzonken wereld.
MARLEEN KAPPE woont en werkt in Amsterdam – Marleen Kappe toont werk dat doet denken aan constructies met latten, stangen, platen en rasters. Zij verkeren in een staat die precair lijkt en alarmerend instabiel. Het effect is nog sterker wanneer men de kunstwerken niet op een beeldscherm, maar in werkelijkheid ziet: de getekende motieven en structuren dringen abrupt de reële ruimte binnen, om zich dan net zo geheimzinnig weer terug te trekken in de witte leegte achter het papieroppervlak. In dit onverhoeds wisselen van visuele orde vindt de blik geen zekerheid – men blijft zoeken naar wat niet in beeld is: vaste grond onder de voeten.
STAN KLAMER woont en werkt in Amsterdam – de tekeningen van Stan Klamer verwijzen naar voorstellingen van de wereld: kaarten, verzamelingen, cirkelvormige stelsels. Men ziet grillige kusten, stippelsporen, topografische details, en de grote catalogus der dingen. Fragiele, fijngetekende schepen roepen het beeld op van water, zee, licht en tegenlicht, een mensheid op reis. Een kalme lineaire orde omsluit vlottende kleurvelden maar verdwijnt achter gele en roodgroene explosies, of een invasie van pulserende dynamiek. Het kijken zelf wordt een ontdekkingsreis – of, zoals Paul Klee ooit schreef: een kleine reis naar het land van dieper inzicht.
HANS KLAVERDIJK woont en werkt in Breda – Aires en Aerodromes – over reizen, rusten en aankomen: met deze woorden omschrijft Hans Klaverdijk zijn nieuwe, nog altijd groeiende serie digitale tekeningen. Hij verbeeldt daarin complexe plantaardige structuren: ragfijne mossen, uitwaaierende palmbladeren, de kogelronde bloem van de distel en de stekelige symmetrie van de cactus. Steeds zijn ze van bovenaf gezien en werpen schaduwen op een bodem die wij van grote hoogte naderen, als luchtreizigers met de landingsbaan in zicht. De blik daalt neer in de myriade vertakkingen, vervlechtingen en geometrische constellaties die zich haarfijn aftekenen op vierkante centimeters heel dichtbij: dit is de plaats van aankomst, of het punt van stilte langs onze snelweg.
JUDITH MARIA KLEINTJES woont en werkt in Amsterdam en Düsseldorf – Er gebeurt iets paradoxaals in deze tekeningen van Judith Kleintjes: zij laten verschijnen wat niet zichtbaar is, of zich alleen manifesteert als schaduw, als een afwezigheid die kleeft aan de rand van het waarneembare. Men herkent de twijg van Ophelia, de arm van Daphne, de handen van het avondmaal, maar de personages zijn gescheiden van hun verhaal, de ledematen losgeraakt van hun organisme. De fragmenten lijken zich te verdichten, te splitsen, te verdubbelen in een stille, permanente metamorfose. En soms ziet men niets dan een zwarte schijn – donker en afgrondelijk, of stralend als licht.
GEER VAN DER KLUGT woont en werkt in Amsterdam -de tekeningen van Geer van der Klugt spreken onmiddellijk tot de zintuigen. Donkere tinten in pastel en gouache, vol van kleur, laten openingen zien naar het nog witte papier waarover lichte lijnen bewegen. Er is een landschap verbeeld dat is doortrokken van de enigmatische aanwezigheid van een gestalte in een solitaire boom. Ook zijn kamers voorgesteld met meubels, kastjes, tafels omringd door vazen, glazen of bekers die (evenals de kasten en de kamers) het afwezige lijken te omvatten. Tussen die voorwerpen ligt de mens, horizontaal, een object onder de objecten. Maar de dingen zelf staan overeind, zij acteren als subjecten in de kamers (het landschap) van het leven.
FRANCIS KONINGS woont en werkt in Arnhem – Francis Konings verbeeldt vormen van vegetatie: de vertakkingen, woekeringen, het gebladerte en het toeval van de natuur onttrekt zij aan het veranderlijke van ruimte en tijd. Stammen en stelen, ontdaan van hun wortels, los van hun grond, worden stille structuren die veelvuldig in elkaar grijpen, zich verdichten en weer openen naar witte oneindigheid. Soms laten de kalme grijstonen van het potlood een ingehouden ritme zien van zwaarder getinte accenten. In de chaos heerst aandacht, samenhang, orde: de rusteloze orde van plantaardig leven gefilterd, getemperd, herschapen door de tekenaar.
MAAIKE KRAMER woont en werkt in Zeist – In het werk van Maaike Kramer wordt de tekening sculpturaal en getuigt sculptuur van het tekenen. In twee “uitzoektekeningen” zijn bijvoorbeeld variaties te zien van een kleine getrapte vorm, met steeds een andere aanduiding van massa en diepte. De vorm keert terug als staande sculptuur in gietsteen en beton – op de huid ervan roepen ijle, getekende lijnen het aarzelend beeld op van een zorgvuldig gemetselde muur. Daardoor verandert de sculptuur in architectuur, maar wordt tegelijk weer een schets – een idee van hoe het zou worden of had kunnen zijn. Zoals het door de kunstenaar veel gebruikte materiaal (het grijze beton) herinnert aan een gebouwde wereld en aan vervlogen utopieën.
GERDA KRUIMER woont en werkt in Amsterdam – Gerda Kruimer tekent afwisselend met de computer en op papier. In de ontelbare “virtuele” mogelijkheden ziet zij onverwachte beelden ontstaan die om uitwerking vragen. Het hier getoonde werk gaat uit van rasters waar zich verschuivingen, verstoringen, verdubbelingen, verdichtingen in voordoen. Er lijken zich ruimten te openen zonder begin en zonder einde, slechts doorsneden door pure lijnen die een verborgen regelmaat zichtbaar maken, als een ritme dat over de wereld ligt of een orde die elk van ons in zich draagt. Soms verschijnen daar nog zwarte vormfragmenten – reminiscenties aan architectuur of stedelijk landschap – donkere schaduwen vrij van substantie, bijna verdwijnend in helder licht.
KAI KUPER woont en werkt in Eijsden – Wanneer werken van Kai Kuper op een beeldscherm worden weergegeven verliezen zij veel van hun unieke karakter. Want de digitale beelden van tablet of telefoon zijn samengesteld uit steriele, altijd eendere pixelkleuren die als lampjes in onze ogen schijnen. Van een volkomen andere orde zijn de pigmentkleuren die de kunstenaar in werkelijkheid gebruikt: zij gloeien en stralen in het aanwezige licht – een licht dat verandert terwijl men kijkt, terwijl men de objecten nadert of er omheen beweegt. De rijke, volle, zacht glanzende kleurpotloodkleuren komen dan binnen zoals Kandinsky het ooit verwoordde: als de tonen van een muziek die de menselijke ziel in trilling brengt.
WILMA LAARAKKER woont en werkt in Amsterdam – Wilma Laarakker toont tekeningen in de vorm van rasters en ruitpatronen ofwel ’tartans’. Enkele hiervan maken deel uit van een grote serie die is geïnspireerd op het beeld van platgeslagen takken en planten na de overstromingen in Limburg. Ruige, zwarte lijnen voegen zich samen tot donkere vervlechtingen met hier en daar een opening naar helder tegenlicht. In andere werken zijn de lijnen dunner en gekleurd, kruisen elkaar loodrecht als doorzichtige architectuur tegen zacht wijkende velden. Altijd laten zij een subtiele ambivalentie zien – als tekens op het vlakke papier en tegelijk als onpeilbare presentie in een denkbeeldige, innerlijke ruimte.
LISANNE LANGENBERG woont en werkt in Amsterdam – haar tekeningen tonen steeds een enkele figuur – het hoofd fijn gearceerd, het overige aangeduid met weinig lijnen of met niets, met leegte. De portret-achtige hoofden (altijd van een jonge vrouw) zijn heel precies en met bijna klassieke schoonheid weergegeven. Maar wie zich laat verleiden om dichter op de huid te komen wacht steevast een weigering. Mond, ogen, trekken blijven onbewogen: er is geen glimlach, geen opening. Soms staren we onverwacht naar een gat in het gelaat, of zien hoe vreemd gekleurde scherven schuiven voor een neus, een oor, de ogen van de slapende.
HANS LEMMEN woont in Waltwilder, werkt in Waltwilder en Maastricht – de hier getoonde tekeningen van Hans Lemmen zijn als een klein theater met een decor in de vorm van zacht golvend landschap. Er gaan lijnen over die doen denken aan voren in akkerland: tekens van oude, eindeloos terugkerende menselijke activiteit. Vanuit de lage heuvels rijzen stelen en stammen de hoogte in, bomen, elektriciteitsmasten, de mens ook die zich opricht in tegenstelling tot het dier – het onafscheidelijk dier dat hij draagt en waarbij hij neerknielt. Zijn doorschijnende, naakte gestalte trekt als een schip door ruimte en tijd. We zien hem rusten onder een rode hemel: een voorouderlijk wezen met broedende blik, mens en dier tegelijk. In zijn hand het artefact dat de eeuwen doorstaat.
SABINE LIEDTKE woont en werkt in Drachten – in het werk van Sabine Liedtke voltrekken zich twee complementaire bewegingen: nadering en verwijdering. Het oog van de kijker wordt heel dicht bij een gebied gebracht dat zich terugtrekt achter de grenzen van het bereikbare. Minutieuze lijnen dringen door tot het uiterste van wat nog zichtbaar is: de schaduw van een vleugelslag, de volheid van een verenkleed, de aderkroon over een hart. Een ruiter, ooit gefotografeerd in het licht van de dag, wijkt weg achter bleke sluiers, waar hij zich zal transformeren in een adelaar (of een engel, of een gevleugelde fenix).
HEIDI LINCK woont en werkt in Ede – bij het tekenen gaat Heidi Linck te werk als een archeoloog op een vindplaats. De veelsoortige objecten waaruit een plek bestaat herleidt zij tot geconcentreerde, abstracte vormen in nuances van zwart. Door de geïsoleerde, silhouet-achtige weergave en gelijkmatige tint wordt elke herinnering aan functie, materiaal of context uitgewist. Toch blijft de fysieke wereld in zijn afwezigheid als vraag aanwezig: de tekenaar (de onderzoeker) legt sporen bloot van een geschiedenis, een logica, een betekenis die tot dusver verborgen bleef.
MARIËTTE LINDERS woont en werkt in Amsterdam – In deze recente werken herneemt Mariëtte Linders elementen van historische voorstellingen, die zij al tekenend ontleedt, verandert en op diverse manieren combineert tot nieuwe beelden. Vijf dwaze maagden worden vier dronken vrouwen; een jachtscène splitst zich in een strijdende kluwen en een lineair schijngevecht. Uit zware plooien van een pronkgewaad maken zich zwevende contouren los. Rubens is hier aanwezig, zoals in zijn kunst ooit Leonardo en Titiaan. Maar het gewicht van de geschiedenis is van de figuren af gevallen: zij zijn transparant, er is donkerblauw licht en in de witte ruimte drijven zachte kleurvelden.
MARIE-HÉLÈNE MARBUS woont en werkt in Arnhem – de eerste drie tekeningen die Marie-Hélène Marbus hier presenteert maken deel uit van een grotere serie met variaties van steeds een zelfde motief: de ronde nestholte van de oeverzwaluw. Door de herhaling hiervan maakt de reeks een indruk van eenheid en van een geconcentreerde blik, die in de marge (als in een ooghoek) het komen en gaan registreert van de kleine, snelle vogels. In de werken die volgen zien we eerst een kwetsbare gestalte schuilend in een hevig spel van contrasten, dan verschijnen grote insect-achtige wezens, gepantserd en transparant tegelijk; zij bewegen door een ruimte die heel dicht bij het oog van de kijker komt.
MIKE MEGENS woont en werkt in Wijchen – De werken van Mike Megens maken in eerste instantie een lichte, poëtische indruk. Maar zodra de kijker naderbij komt tonen zij zich complex en bieden tegenspel: diverse soorten papier van ongelijke tint en grootte, deels met inkt bedrukt, overlappen elkaar en vormen samengestelde velden. Soms zijn stukken weggeschuurd en wordt zichtbaar wat dieper ligt. Daar over en doorheen bewegen zich veelsoortige lijnfragmenten – sporen van gebaren, residuën van structuren of motieven die van elders komen. De titels voegen een dimensie toe, verwijzen naar ervaringen in de wereld (een plek, een moment, een handeling van de maker) of beschrijven wat zich tijdens het tekenen voltrok, bijvoorbeeld: klimmen, met één poot.
EDITH MEIJERING woonde en werkte in Zutphen – het werk van Edith Meijering is niet eenvoudig te classificeren. Ongetwijfeld gaat het om tekeningen: het materiaal is papier, overal bewegen dunne potlood- en inktlijnen en er is veel open gelaten. Maar de subtiel tekenachtige aanduidingen benadert zij vervolgens als schilder: transparante kleurvelden in acryl of aquarel geven de bladen een bij uitstek picturaal karakter. De dunne, vloeibare verf brengt een onvoorspelbaarheid in het werk die maakt dat de getekende figuren, hoe helder en lichtvoetig zij ook mogen lijken, niet zelden verstrikt zijn in een bijna ongemakkelijke grilligheid.
MARIJKE MINK woont en werkt in Arnhem. Het werk van Marijke Mink biedt de kijker een rijkdom aan visuele avonturen. Het bedwelmt de blik met kleuren, krijtstructuren, grillig uitgevloeide waterverf, stille passages van wit papier en fragiele lijnen. En toch is er in deze beelden niets dat te veel is, niets dat er niet moet zijn. Wat slechts terloops lijkt genoteerd valt nergens in chaos uiteen, rust altijd in een ordening – een orde die zich steeds weer sluit in fijn getekende menselijke figuren. Het is hun pose, gebaar of handeling die betekenis verleent aan elk detail, en die het omringende verandert in ruimte – in een landschap dat zich opent, een bloedrood slaapvertrek, een schuilplaats, een droomkamer.
JESSE MULLER woont en werkt in Amsterdam – Jesse Muller tekent simpele voorwerpen: een steentje, een beker, een latje of balk gemaakt door een timmerman. De langwerpige, ietwat onregelmatig gevormde latten lijken te leven: zij groeien en krimpen, vertonen minimale metamorfosen wanneer zij worden herhaald, gestapeld, horizontaal neergelegd of gedeeltelijk opgericht. Andere tekeningen tonen kleurige objecten waarvan de strak geprinte weergave een geometrische regelmaat laat zien. Zij schuiven voorzichtig aan bij zachtgevlekte mossen, sensueel gearceerd in poederachtig grafiet. Elementen van verschillende orde komen samen in een subtiel spel van visuele dubbelzinnigheid.
JANS MUSKEE woont en werkt in Ede – In deze grote werken verbeeldt Jans Muskee mensen in een alledaagse omgeving. Het is niet zeker wat tussen hen gaande is, wat er zal gebeuren of zojuist heeft plaatsgevonden. Soms richt één van hen de blik rechtstreeks naar de kijker, alsof beiden zich in dezelfde ononderbroken ruimte bevonden. De figuren zijn door hun levensgrote formaat bijna voelbaar aanwezig, een suggestie die wordt versterkt door de kracht van de kleur en de overtuigende weergave van realiteit. De fictieve wereld lijkt samen te vallen met het hier en nu van de kijker, die heel even kan geloven dat een opening mogelijk is, een ontmoeting, een thuiskomst in het onbereikbare.
PAUL NASSENSTEIN woont en werkt in Amsterdam – Paul Nassenstein verbeeldt in zijn werk theatrale ruimten: ondiep en open naar de toeschouwer. Het decor bestaat nu eens uit nauwe gangen hangend aan dunne draden tussen dreigende stenen, dan weer uit onbegrijpelijke architectuur waar nietige figuurtjes dwalen als in de kerkers van Piranesi. Ook is een enkele keer een theater voorgesteld, even monumentaal als instabiel, zonder publiek en zonder acteurs: het toneel van het ongewisse. De tekenaar vertelt geen verhalen – de kleine mensfiguren en hun futiele daden zijn als de staffage in het landschap van een oude meester. Niet een handelend personage is protagonist in dit drama, maar de onheilspellende setting.
KEVIN NIEUWENHUIJS woont en werkt in Utrecht en Zeist. In het werk van Kevin Nieuwenhuijs komen visuele tekens van verschillende orde samen in combinaties die nooit eenduidig zijn. Zij roepen een beeld op dat zichzelf onmiddellijk ontkent door de simultane suggestie van een tweede, een derde beeld. Een zwart vlak toont zich onmiskenbaar als materiaal dat is aangebracht op papier, maar is ook een fictieve bodem, een muur, een donkere ruimte of geheimzinnig voorwerp. Lijnen worden armen en benen, een gelaat, een hoek in een kamer, maar tegenover het veld waar ze zich uit losmaken blijven het dunne lijnen. Het is een spel zonder einde, waarin de verwonderde kijker elke keer wordt teruggeworpen op het eigen kijken.
MICHIEL NIJKAMP woont en werkt in Arnhem – Dit ragfijne, raadselachtige werk bevat vreemde kleine objecten, opgeplakt als in een collage: fragmenten van kranten, illustraties en kaartjes met nummers, codes, symbolen. Elk met een geschiedenis, evenzoveel suggesties van verre gebeurtenissen. Hun motieven lijken te resoneren in de tekeningen waar zij deel van zijn, maar daarvan zijn de structuren zo gesloten en de arceringen zo minutieus dat ze een dicht weefsel vormen, een scherm waarachter alle verhalen verborgen blijven.
BART NIJSTAD woont en werkt in Groningen – het werk van Bart Nijstad is vol van vreemde motieven: grijnzende koppen, botten, schedels, een man die zijn bilnaad warmt in de zon, een penis omcirkeld door een aureool (of een ring sigarenrook), een reuzentronie in de blauwe hemel. Soms verschijnt een klassiek personage in gemuteerde vorm: een veelbenige zeegodin, Jesus aan een kruis met wild kronkelende lijnen. Het zijn flarden van mentale beelden zoals die onophoudelijk door het hoofd spelen – herinneringen aan een film, een strip, internet of een toevallig voorval, vermengd met visuele fantasieën waarvan de herkomst duister blijft. De tekenaar noteert wat voorbij komt in zijn geest, organiseert de chaos, bezweert wat niet in woorden te vatten is.
ELMAR NOTEBOOM woont en werkt in Arnhem en behoort tot de eerste deelnemers aan de Galerij van de tekenkunst. Hij laat het achteloze van de doodle, de geschakelde lettervormen van graffiti en de heldere, bondige beeldtaal van strip en illustratie samenkomen op een manier die elk onderscheid tussen popcultuur en kunst als irrelevant laat verschijnen. Elegant als lichte muziek bewegen de dunne lijnen ritmisch over het papier: jazz in zwart en wit, expansief en aanstekelijk.
SEMNA VAN OOY woont en werkt in Amsterdam – de naam “Accidental Drawing” verwijst naar een werkwijze waarin toeval en ongelukken op het papier tot ongedachte beelden leiden. Beelden met virtuele ruimten (vaak in diepte begrensd) waar vlakke, elkaar veelvuldig overlappende velden zich frontaal naar de kijker richten. Lijnen convergeren naar vluchtpunten; met de kijkrichting mee dringen dynamische wolken binnen die overgaan in donkere sterren met harde randen en scherpe punten. Er rollen ontketende, futuristische machines die breken met iedere orde. Er zijn witte gaten, lege vensters die voor het spektakel schuiven, als in een andere dimensie.
ELLEN PALSGRAAF werkt in Groningen en op zee – Ellen Palsgraaf werkt dikwijls op zee, tijdens lange reizen aan boord van een vrachtschip. Het zoute water komt soms letterlijk haar tekeningen binnen. Tekeningen die, gegroepeerd in series, elkaar aanvullen en versterken – de presentatie ervan in meervoud introduceert tijd en ritme, een opeenvolging van momenten en gewaarwordingen, zoals het komen en gaan van de golven. De trefzekere penseelstreken vormen evocaties van water, licht, kabels, masten, kranen, loodsen, of van hellingen in een berglandschap. Zij documenteren de steeds hernomen poging om vast te leggen wat al voorbij is terwijl het zich aandient, onophoudelijk, majestueus, zonder begin of einde.
ARJO PASSCHIER woont en werkt in Groningen – Arjo Passchier toont enkele tekeningen uit de serie On the nature of light. Het zijn werken in de vorm van een vierkant of ruit, die door hun geometrische eenvoud in eerste instantie rust, concentratie lijken te beloven. Fijne, ingekraste lijntjes, opgevuld met houtskool, doen het papieroppervlak verschijnen als een huid waarover een doorzichtig net is aangebracht van ritmisch geschakelde motieven. Er toont zich een zachte, gedempte helderheid en tegengestelde helften gaan als dag en nacht in elkaar over, komen oplichtend naderbij of zinken weg in duisternis. De contrasten houden de blik in beweging en waarnemen wordt een dans, een verspringende sensatie van licht en donker, van zwart dat licht reflecteert en zwart waar licht in verdwijnt.
MARJO POSTMA woont en werkt in Amsterdam – In de tekeningen van Marjo Postma komen tegengestelde bewegingen samen: groei en constructie, droom en observatie, lineaire precisie en een tastende, open voorstellingswijze. Terugkerend thema is de schildpad – een imaginair wezen waarvan de kleding en behuizing onderwerp worden van verbeelding: fragmenten bouwtekening gaan over in de contouren van vreemde organismen, uit dierlijk haar vormen zich zachte omhulsels. Tot een andere serie (met de titel ‘herbarium’) behoren bladen waarop in delicate lijnen plantaardige figuren zijn voorgesteld, als raadselachtige elementen van een ongekende natuur.
MARISA RAPPARD woont en werkt in Utrecht – in de tekeningen van Marisa Rappard opent zich een visueel universum. Veelvuldig verspringende, trillende, cirkelende lijnen suggereren structuren die ontstaan en uiteenvallen, vorm aannemen en weer oplossen. In zachte kleurvelden lijkt licht door te breken, nacht neer te dalen. Men ziet vlottende continenten, zwarte kamers, maskers, scherven, tekens, fragmenten van onbekende verhalen. Er verschijnt een gelaat dat verdubbelt, verschuift, verwart. Wat in schoonheid zichtbaar wordt is een gedachte zo oud als de filosofie zelf, ooit aldus verwoord: alles stroomt, er is niets dat blijft.
MARCEL REIJERMAN woont en werkt in Arnhem. In werken van klein formaat verbeeldt Marcel Reijerman kleurrijke personages die als klassieke allegorieën vergezeld zijn van attributen. Zij suggereren eenduidigheid, een betekenis die voor het grijpen ligt, maar wat zij oproepen laat zich niet vangen. Als acteurs op een ondiep toneel verhouden zij zich anders tot hun omgeving dan de figuren in de grotere tekeningen: die verspreiden zich over de ruimte als episoden in de tijd, bevolken landschappen waar men vanuit hoog standpunt op neerkijkt. In de tekening dan maar die kant op doorkruisen velen het land, de ordening ervan negerend, voortgedreven in een exodus zonder einde.
PAUL DE REUS woont en werkt in Amsterdam – De kleurrijke en op het eerste gezicht wat absurdistische tekeningen van Paul de Reus lijken de kijker uit te nodigen om glimlachend dichterbij te komen. Maar de beelden die zich dan tonen laten de blik niet snel meer los: voorgesteld zijn hulpeloze mensen, tot stilstand gekomen in breekbare pogingen zich niet bloot te stellen aan de omringende wereld (aan het hete zand bij de zee, de blikken van de ander, de schaduw rond het speelveld) – ze zijn eenlingen, maar zouden iedereen kunnen zijn. Schuilend in grote beesten naderen zij elkaar; de ruimte waarin zij verkeren is zonder uitweg, en vanuit het onderhuidse verschijnt lachend de dood.
TRIJN ROMEIN woont en werkt in Ede – Trijn Romein tekent situaties die losgeraakt lijken van ruimte en tijd. Zij bewaren nog de herinnering aan een fotografisch vastgelegd moment, aan het ongrijpbaar ogenblik waarin een kind acrobatisch voorover duikt, of twee voorbijgangers elkaar in tegenovergestelde richting passeren. Maar het vluchtige is verstild en het marginale staat centraal: in de minutieus uitgewerkte voorstellingen, die traag naar hun voltooiing lijken te zijn gegroeid en waaruit alle ruis en alle toeval is weggefilterd, wordt ook het kleinste motief belangrijk – een schaduw, een leesbaar woord, de kleding van een personage. En waar zich plaatselijk een zachte kleur laat zien resoneert deze in het totaal van op elkaar afgestemde grijstonen.
ANNA RUDOLF woont en werkt in Amsterdam en Basel – laat in haar tekeningen wonderlijke, kleine gebeurtenissen en situaties ontstaan. Lijnen en vlekken van verschillende aard suggereren precaire bouwsels, obstakels, zwarte sluiers die elkaar ontmoeten, overlappen en doorsnijden in een poging fragiele figuren te vangen. De figuren – mens of dier, of combinaties van beide – bewegen zich transparant en zonder gewicht door eigen, stille ruimten. Wat in deze beelden wordt opgeroepen raakt aan het sublieme: gestalten die zacht buiten hun begrenzing treden, een oneindig donker aan je bed, strepen door het bestaan …
NANDA RUNGE woont en werkt in Middelburg – in het werk van Nanda Runge zijn gebouwen voorgesteld, soms van een afstand gezien en omgeven door onbepaalde ruimte, soms van binnenuit en beeldvullend. Grillig uitgevloeide vlekken in Chinese inkt suggereren begroeiing, maar ook licht en duister. Lijnen in conté vormen aanvullende contouren en structuren, een hint van een brug, een weg die naar de verte vlucht. Er zijn geen specifieke details, geen vertrouwde voorwerpen, geen herkenbare figuren: we bevinden ons in zwijgende loodsen, onbestemde doorgangen, een trappenhuis waar je slechts terloops passeert en niet blijft. De grond is onzeker – het oog kijkt omhoog naar een overstekend dak, of zijwaarts naar wat in de marge van het blikveld schuilt.
RITA RUTTEN woont en werkt in Amsterdam – Rita Rutten creëert in haar werk beelden die op een raadselachtige manier meerduidig zijn. Rechte stippellijnen lijken soms een richting aan te geven, een mogelijk traject op de kaart van een onbekend gebied, een landkaart die tegelijk een droombeeld kan zijn of de herinnering aan een waarneming. De slingerende loop van een rivier (van grote hoogte gezien) wordt de kromming van een boomtak, takken van bladloze bomen worden silhouetten van kruisende latten of poten van een tafel die tot in de hemel reikt. Door mensen gemaakte dingen, organisch gegroeide vormen en imaginaire plaatsen smelten samen tot een nieuw tekenlandschap.
ERIK-JAN VAN DER SCHUUR woont en werkt in Den Haag – presenteert zowel schetsen op A4 formaat als enkele metersgrote, complexe composities. Met elkaar bevatten ze een diversiteit aan visuele motieven – van deels herkenbare figuren, objecten en symbolen tot abstracte structuren. Toch maken de tekeningen de indruk een samenhangend geheel te vormen: overal ontwaart men verwijzingen naar thema’s als religie, het kwaad en de dood. Tegelijk ziet men ook de glans van het potlood, de fijne lijnen, de subtiele arceringen. Die verschillende niveaus, conceptueel en zintuiglijk, zijn op geraffineerde wijze met elkaar verweven.
LISANNE SLOOTS woont en werkt in Amsterdam – De tekeningen van Lisanne Loots confronteren de kijker met de kracht en de zachtheid van het materiaal houtskool – met in het papier gewreven sluiers van uiterst lichte grijzen, met het verzadigde zwart, de helder witte openingen, donkere lijnen die door schemervelden bewegen en tegenspel geven. De afzonderlijke beelden zijn droomachtige evocaties van licht en ruimte, bomen, takken, verbrand hout, vergankelijkheid. Beeld en materiaal vallen samen in werk dat begint bij het snoeien en verzamelen van verschillende soorten hout en het geduldig ontbasten, drogen, op maat knippen en stoken zonder zuurstof, bij hoge temperatuur.
IKE SMITSKAMP woont en werkt in Bilthoven – in tekeningen van Ike Smitskamp is steeds een sensatie verbeeld van slechts een enkel ogenblik – een nauwkeurig genoteerd moment op die bepaalde dag, op dat precieze uur. Maar tegelijk lijken de werken trage tijd vast te houden, de tijd van langdurig en geconcentreerd tekenen, alsof de tekenaar geprobeerd heeft om zo lang mogelijk de herinnering vast te houden aan een gewaarwording die al voorbij was terwijl ze zich aandiende. De kleine formaten nodigen ook de kijker uit om dichter bij te komen en te blijven kijken, als contemplatie op een herkenbare, nabije wereld die op een onbewaakt moment verschijnt zoals zij was voordat we er woorden voor hadden.
GODELIEVE SMULDERS woont en werkt in Amsterdam – Ze lijken springlevend, de tekeningen in chinese inkt van Godelieve Smulders. Het is alsof ze in één krachtige beweging tot de kern zijn gekomen van wat uitgedrukt wil worden. We zien figuren met de essentiële eenvoud van duidelijke tekens, die soms tegelijk een hybride karakter vertonen: ze zijn dan zowel mens als dier of mens en voorwerp. Ze staan groot in het beeldvlak en reiken bijna tot de randen van het papier, waardoor de zwarte velden en witte tussenruimten evenveel gewicht krijgen en gelijkwaardig in elkaar grijpen. Dat levert beelden op die bijna een lichamelijke vitaliteit voelbaar maken.
ROLAND SOHIER woont en werkt in Utrecht – Roland Sohier laat modellen langzaam bewegen op trage muziek. Tijdens het tekenen volgt hij die ‘slow motion modellen’ steeds in het hier en nu, zodat de lijnen – contouren van figuurdelen die aan en uit elkaar lijken te groeien – een tijdsverloop belichamen. Niet de beweging zelf registreert hij (zoals de futuristen probeerden) maar eerder de in opeenvolgende momenten van waarneming gevangen fragmenten, die zich dan op het papier samenvoegen tot vreemd gestolde configuraties. Later kunnen zij opnieuw in beweging komen, zij het in een andere tijd: niet die van de tekenaar, maar die van de kijker.
KOES STAASSEN woont en werkt in Rotterdam – de tekeningen van Koes Staassen getuigen van een uiterste beheersing. Ze kenmerken zich door een superieure techniek, heldere precisie, koele objectiviteit, klassieke afstandelijkheid en zorgvuldige ensceneringen. Alleen zo kan zichtbaar worden gemaakt wat niet controleerbaar is en verborgen wil blijven. Een geïsoleerd lichaam, van zeer nabij gezien en versierd met verleidelijke of gevaarlijke attributen, richt zich naar de blik (de aanraking) van de kijker, maar het beeld, hoewel direct en confronterend, aarzelt tussen bewegingloos tonen (zoals Bellini’s dode Christus) en wachten op een handeling – een heimelijk spel, of pijnlijk ritueel.
JOEP STERMAN woont en werkt in Arnhem – Joep Sterman maakt veel schetsen en uitgewerkte tekeningen, vaak ter voorbereiding op zijn ruimtelijk werk maar ook als zelfstandige kunstwerken. In sommige ervan ziet men lijnenbundels als pijlen door de ruimte gaan, in andere is de structuur van een reliëf of een driedimensionaal lichaam voorgesteld. Overal lijken krachten te werken: beweging en tegenbeweging, krimp en expansie – de kijker blijft gevangen in een labyrintisch wenden en keren van meanders, cirkels en spiralen die elkaar genereren, omvatten, tegenstreven. Onvermijdelijk dienen zich associaties aan: men denkt aan ingewanden, kolkend water, kosmische nevels, de cyclus van de tijd.
MONIQUE VAN STOKKUM woont en werkt in Boven Leeuwen – Een terugkerend motief in de tekeningen van Monique van Stokkum is het bos, in vele hoedanigheden: dampend na een regenbui of terugwijkend voor open ruimte (waar iets gebeuren kan of heeft plaatsgevonden, waar plotseling een hert verschijnt) – het bos als ervaring, en als plaats van herinnering. In het complexe werk ‘Lente’ staan slanke, zonbeschenen bomen naast grauwe gebouwen: op de drempel naar het licht verzamelen zich zachtgekleurde mensen. Tegengestelde stemmingen komen samen, zoals in het grimmige beeld van vriendelijk getint plastic met zwart verstikte natuur, of ook in het tedere portret van een baby slapend tussen donkere dreiging en bloeiende magnolia.
GUUS SWUSTE
woont en werkt in Driebergen – de schilderijen, installaties en objecten van Guus Swuste kenmerken zich door een tekenachtig gebruik van het materiaal. Het tekenen bekleedt dan ook een sleutelpositie in zijn werk. In elke tekening probeert hij iets volstrekt nieuws te laten gebeuren. Een voorwaarde is het leegmaken van de geest en het toelaten van wat hij een verlies noemt van ruimte en tijd. De ervaring van dat verlies, en het verrassende resultaat ervan, deed zich het eerst voor in zijn studietijd, en wel bij de hier getoonde modeltekening die als een vertrekpunt gezien kan worden voor het latere werk.
ANJA SIJBEN woont en werkt in Amsterdam – de installatie Het oordeel/The verdict van Anja Sijben bestaat uit meer dan 100 tekeningen met evenzoveel variaties op een zelfde van dichtbij weergegeven menselijk gezicht. De honderdvoudige blik is direct gericht op de kijker, die oog in oog lijkt te staan met een zich eindeloos afsplitsend gelaat – een gelaat dat nooit aan zichzelf gelijk blijft. Gedurende de maanden waarin de tekenaar aan dit project werkte (zij nam een foto als model) probeerde ze elke dag opnieuw het reeds gekende op te schorten en met onbevangen blik een stemming, oogopslag of uitdrukking te registreren in de tinten van het moment. Het resultaat is een uitnodiging om te kijken en te blijven kijken zonder automatisch oordeel.
ALINE THOMASSEN woont en werkt afwisselend in Den Haag en Marokko – De hier afgebeelde tekeningen van Aline Thomassen maakten onlangs deel uit van de tentoonstelling Rauw in het Rembrandthuis. In elk ervan is een vrouw voorgesteld die zich zelfbewust naar de kijker keert. De figuren zijn meer dan levensgroot en maken de indruk heel dichtbij te zijn: voeten en benen bevinden zich buiten ons blikveld. De gebruikte aquareltechniek geeft de werken een lichte, bijna immateriële kwaliteit, terwijl plaatselijke concentraties van intens gekleurd pigment associaties oproepen met warmte, bloed, lichamelijkheid. Er verschijnen donkere organen en het papier zelf wordt metafoor van de menselijke huid: bespat, bevlekt, betekend. Wat zich toont is krachtig en intiem, en niet in taal te vangen.
JOSINE TIMMER woont en werkt in Amsterdam – voor Josine Timmer is tekenen een beweeglijk proces waarin iedere streep of lijn, iedere handeling leidt tot een onvoorzien vervolg. Het werk dat zij maakt doet denken aan het veranderlijke van de natuur: meervoudige kleurlijnen laten een stuwend ritme zien en lijken te worden meegevoerd op golven van wind of water. Soms verdichten zij zich tot een vermoeden van substantie, een begin van vorm, maar vallen dan uiteen, lossen op – of veranderen van richting, stotend op tegenstromen. Er openen zich ruimten waar alles volkomen gewichtloos is en voortdurend in wording, waar de blik van de kijker blijft rondgaan en dwalen als een welkome gast.
EGBARTA VEENHUIZEN woont en werkt in Oenkerk en West Cork, Ierland – Egbarta Veenhuizen tekent en maakt vaak getekende collages. Door te knippen isoleert zij figuren en figuurgroepen, door samenvoegen ontstaat gelaagdheid. Verschillende werken verwijzen naar de wereld boven de poolcirkel: we zien de dood en een missionaris als schaduwen oprijzen achter drie sterke Inuit vrouwen. Ook is een met sneeuw bedekt slagveld voorgesteld waar met gebalde vuist een witte soldaat staat. Er zijn motieven ontleend aan literatuur (zoals de ‘vondst in het moeras’) en een steeds terugkerend thema is het portret. Soms figureert een historisch personage: Louise Boyd die Groenland exploreerde, Mary Stuart dromend van de onbekende aan wie zij uitgehuwelijkt werd.
NINA VAN DE VEN woont en werkt in Tilburg – in haar met houtskool en zwarte pastel uitgevoerde tekeningen verbeeldt Nina van de Ven fabelachtige, hybride personages. Ze bestaan uit avontuurlijke combinaties van motieven die afkomstig lijken uit diverse tijden en culturen. De titels verwijzen onder meer naar folklore, mythologie, reality TV. Sommige figuren (geïsoleerd en zonder diepte weergegeven) doen denken aan oosterse marionetten, andere zijn voorgesteld in een minimaal aangeduide narratieve ruimte. Steeds roepen zij de verwachting op van een verhaal: de speler en zijn magisch attribuut, de held en het negenkoppig monster, de wachter en zijn koudbloedige dieren.
ANNECHIEN VERHEY woont en werkt in Amsterdam – Annechien Verhey werkt met contrasten die haar tekeningen een sterke dynamiek geven. Krachtige, hoekige lijnvoering wisselt zij af met fijne arceringen en zacht uitgewreven tonen; tegenover ritmisch verspringende strepen staan verzonken, gesloten kleurvelden. Er is samenspel (of tegenspel) van brede en dunne lijnen die elkaars beweging beantwoorden, completeren, tegendraads volgen. Fotofragmenten met brokstukken natuur of architectuur krijgen een getekend vervolg, verdubbelen en gaan over in fictieve werelden van een ambivalente, onzekere orde. Het leidt tot beelden die dikwijls aan een stedelijk landschap doen denken.
WILMA VISSERS woont en werkt in werkt in Groningen – Tekenen gaat bij Wilma Vissers veelal samen met met reizen, met elders verblijven. Ver van de dagelijkse routine vindt zij tijd en concentratie om nieuwe ideeën op te doen. Maar nu onze bewegingen beperkt zijn komen ruimte en oneindigheid op andere wijze haar werk binnen. Een oude atlas en bewaarde stadsplattegronden dienen als onder- en achtergrond voor beelden waarin warm gekleurde, aaneengesloten vormen direct vanuit vreemde namen, wijkende velden en onnavolgbare contouren naar voren lijken te komen tot in de nabijheid van de kijker – als objecten die bijna fysiek aanraakbaar zijn, maar ook als zacht getinte vensters naar het onbereikbare.
GUY VORDING woont en werkt in Amsterdam – In de serie Black Pages schept Guy Vording een spanning tussen tonen en verhullen. Hij toont zwart gemaakte tijdschriftpagina’s waarop slechts enkele tekst- en beeldfragmenten zijn uitgespaard, en tegelijkertijd toont hij een nadrukkelijk niet-tonen. Donkere arceringen maken een maskerende, verhullende beweging zichtbaar: de actie van de tekenaar, zijn poging om het beeld te controleren. Maar het resultaat is vreemd paradoxaal: het verborgene blijft oncontroleerbaar aanwezig. In de duisternis schuilen heimelijke gebaren, schaduwgestalten, plaatsen van handeling, woorden van betekenis.
WITTE WARTENA woont en werkt in Amsterdam – de serie ‘Brooklyn’ laat zich bekijken als een meditatie over plaats en tijd. Witte Wartena fotografeert situaties die hij al wandelend observeert; een selectie van de foto’s dient later als basis voor tekeningen in potlood, waarop een bewerking volgt in aquarel. Tussen het gefotografeerde ogenblik en het voltooide werk verstrijkt dus tijd; de tekeningen documenteren die tijd en staan zo in een paradoxale verhouding tot het snapshot-achtige onderwerp. Gelijkmatige, kalme lijnen en transparante kleuren scheppen afstand, leggen filters, en dan is er de tijd die zichtbaar wordt als verschil: elke plaats is na tien jaar (tijd van de tekenaar en tijd van de stad) opnieuw verbeeld – identiek, maar niet aan zichzelf gelijk.
MARIA DE WERKER woont en werkt in Groningen – een digitale presentatie als deze doet eigenlijk geen recht aan de tekeningen van Maria de Werker. Pas wanneer men ze in hun fysieke werkelijkheid ziet wordt duidelijk hoe de lijnen (alleen of gebundeld) plotseling loskomen van het papier; hoe zij zich verheffen, opkrullen, golven, wentelen in een stille, nooit eindigende dans. De lineaire bewegingen, elk met een ander ritme, intensiteit, scherpte of zachtheid, elk met rigoureuze eenvoud verbeeld, zijn volmaakt in zichzelf geconcentreerd – zozeer dat men zich met verwondering afvraagt hoe iemand dit heeft kunnen tekenen.
LAURENS WESSELINGH woont en werkt in Arnhem – behoort tot de eerste deelnemers aan de Galerij van de tekenkunst, aan wie expliciet gevraagd werd tekeningen te tonen die niet waren bestemd om te exposeren, om zo de ‘achterkant’ van de kunst zichtbaar te maken. Hij laat een serie bladen uit schetsboeken zien, waarin hij met een beweeglijke, open en steeds van ritme wisselende lijnvoering zijn observaties noteert. De studies in kleur dienen als voorbereiding voor pastels of aquarellen.
ROZEMARIJN WESTERINK woont en werkt in Rhenen – De pentekeningen van Rozemarijn Westerink lijken doortrokken van een vibrerende dynamiek. Inktzwarte arceringen gaan in golvende banen over het beeldvlak, vormen bewogen velden en verdichten zich tot herkenbare motieven: bomen, grassen, een horizon. Soms komen daar sluiers overheen, transparant of ondoorgrondelijk, waar elementen in verschijnen van andere orde, vreemde eilanden, helderwitte gaten. Aanvankelijke voorstellingen zinken weg als verre herinneringen, worden overschreven door nieuwe lijnen, opgenomen in meer omvattende beelden – een proces dat zich op sublieme wijze voltrekt in een recent gemaakte animatiefilm.
CINDY VAN WOUDENBERG woont en werkt in Eindhoven – Cindy van Woudenberg verbeeldt menselijke figuren die in geen enkele categorie te vangen zijn. Ze hebben geen gezicht en dragen geen kleding, zijn niet omhuld met betekenis. Het zijn instabiele gestalten, in wording of ontbinding, vallend in duisternis, vervagend in licht. Maar in voetzolen, tenen, vingers of een schouderblad kan zich contrast concentreren, kracht, aanwezigheid. Wat zich lineair losmaakt is steeds een gebaar: een omarming, een beschermende hand – de hoofden zijn gebogen, verdwijnend houdt men elkaar vast.
SIGRID VAN WOUDENBERG woont en werkt in IJsselstein, Utrecht – in het werk van Sigrid van Woudenberg keren dikwijls elementen terug uit eerdere tekeningen: florale motieven die een setting suggereren van weelderige natuur, lineaire woekeringen die doen denken aan menselijk haar of tropisch oerwoud. Soms verschijnen op regelmatige afstand van elkaar kleine openingen: stralende hemellichamen, verre lichten of verlichte vensters, papierwitte wonden. In dit geheimzinnig universum vol belofte en gevaar hebben menselijke figuren zowel immense als minuscule dimensies – zij zijn klein en fragiel, gevangen in een onvatbaar moment tussen nu en wat gebeuren gaat, of rusten als een gebergte, omgeven door een eigen kosmos.
HETTY VAN DE ZANDE woont en werkt in Oosterbeek – Hetty van de Zande tekent in pure lijn, en vanuit directe waarneming, over tevoren geschilderde kleurvelden waarin de sporen van het brede penseel en de druipende verf duidelijk zichtbaar zijn. Aan deze gedurfde ontmoeting voegt zij vreemde elementen toe: afdrukken van letters, patronen, decoratieve motieven, handen. Het resultaat wordt dan rigoureus in stukken geknipt, dikwijls dwars door de getekende figuren heen, waarna de fragmenten in nieuwe combinaties aan elkaar worden geschakeld – niet in gesloten composities maar in meterslange, uitvouwbare leporello’s.
MARTHE ZINK woont in Tilburg, werkt in ‘s-Hertogenbosch – de kleurrijke tekeningen van Marthe Zink komen wonderlijke zaken voor. De manier van verbeelden herinnert aan de oude betekenis van het woord ‘fantasie’ of ‘imagination’: een kracht die verbindt wat eerder alleen apart bestond, die fragmenten van wat ooit gedacht, gehoord of gezien is samenbrengt tot iets volkomen nieuws. Het gaat niet alleen om onverwachte combinaties van beeldmotieven, maar ook van realiteitsniveau’s, ruimten, wijzen van weergeven. Waar voorwerpen of personages zijn voorgesteld dringen elementen van vreemde orde binnen, openingen naar een andere dimensie zoals in de schilderijen van Raveel. Het vertrouwde verband der dingen heeft plaats gemaakt voor het vrije spel van de fantasie.