vorige edities blog
startpagina (info & contact)
online galerij
Een gehackte Documenta
Wat is er gebeurd met de inmiddels zo vertrouwde hedendaagse kunst, de contemporary art?
Iets paradoxaals: zij behoort alweer tot het verleden. Zij is geschiedenis geworden.
Nu er een dodelijk virus rondgaat, onze zomers heter worden en de toekomst naar gevaar ruikt, lijkt er ineens een tijdperk achter ons te liggen.
Het was een tijdperk waarin de kunst globaal werd. Hedendaagse kunst komt tegenwoordig uit alle delen van de wereld en kan op biënnales en mega-tentoonstellingen altijd en overal gezien worden – dat is de uitkomst van haar recente geschiedenis.
Over deze geschiedenis werden in dezelfde periode twee tegengestelde verhalen verteld.
Voor sommige critici en historici belichaamde de globale kunst een dwingende culturele logica: die van het neoliberale kapitalisme. Er was in hun ogen een mondiale supermarkt gecreëerd van hedendaagse kunstobjecten – objecten die alle dezelfde media delen, dezelfde taal, een zelfde verbeeldingswijze. Door die gedeelde lingua franca werden de mega-tentoonstellingen en biënnales exemplarisch voor een wereldwijde gelijkschakeling van de cultuur. Hedendaagse kunst, zo luidde de conclusie, is op de mondiale markt een merk geworden, een brand.
Zo ongeveer ging het eerste verhaal. Het tweede, omgekeerde verhaal was afkomstig van een van de belangrijkste tentoonstellingmakers van de afgelopen decennia: Okwui Enwezor. Hij beschouwde het globale niet als motor van culturele gelijkschakeling, maar juist als een veld van potentiële diversiteit. Als gevolg van migratie, dekolonisatie en globalisering, betoogde hij, is de hedendaagse kunst sinds de jaren tachtig heterogeen geworden. Haar productie, distributie en receptie voltrekt zich nu simultaan op talloze plaatsen buiten de oude centra van Europa en Noord-Amerika. Nieuwe off-center zones vormen clusters en archipels van denken tegen de grote continentale mainstream. Er is een meervoudige realiteit ontstaan, waarin niemand het laatste woord heeft.
De twee tegengestelde bewegingen die zo werden gesuggereerd maakten in werkelijkheid deel uit van één en dezelfde geschiedenis: die van de economische globalisering. De diversiteit waar Enwezor op doelde kwam dan ook niet voort uit een handvol toevallige plaatselijke tradities, maar uit de onvermijdelijke ontmoetingen en botsingen binnen de geglobaliseerde wereld.
Kunstenaars in de Filippijnen, Maleisië, Indonesië, Thailand, Uganda, Senegal en India waren zeer wel bekend met de globale mainstream, namen er de media en de ’taal’ van over, maar ‘vertaalden’ deze naar plaatselijke idiomen. Hun werk toonde affiniteit met dat van hun collega’s in het westen, maar was gemaakt met het bewustzijn van specifieke historische en geografische condities. Wat ooit gezien werd als culturele periferie nam nu het centrum in zich op, veranderde het, en veranderde daardoor ook zelf.
En het centrum? In Europa en Noord-Amerika daalde langzaam het inzicht neer dat de eigen centrale positie niet meer te verdedigen was, dat de periferie wellicht het eigenlijke centrum was – met andere woorden: men droomde van een omwaardering van alle waarden.
De komende tijd zal niets blijven zoals het was. Neem de “grootste en belangrijkste” mega-tentoonstelling ter wereld: de Documenta in Kassel. Voor het jaar 2022 staat een nieuwe editie gepland, de vijftiende sinds de start van de vijfjaarlijkse manifestatie in 1955. Ditmaal is de artistieke leiding niet zoals gebruikelijk toevertrouwd aan een Europese of Amerikaanse curator: voor het eerst in de geschiedenis heeft men gekozen voor een kunstenaarscollectief. En, ook voor het eerst, voor een kunstenaarscollectief uit Azië.
De verantwoordelijkheid voor deze vijftiende Documenta is in handen gegeven van het Indonesische Ruangrupa, een groep mensen die (zoals de Frankfurter Allgemeine verontwaardigd schreef) niemand kent en die zelf nauwelijks bekend zijn met de Documenta en haar eerbiedwaardige geschiedenis. Wat Ruangrupa meebrengt naar Kassel is een niet-Europese expertise, een niet-Europees perspectief op de wereld en de kunst. In Jakarta beschikt de groep over een voormalig pakhuis met tientallen ateliers, een radiozender, een filmtheater en een bibliotheek. De deelnemers zijn afkomstig uit allerlei disciplines: er zijn beeldend kunstenaars, musici, historici, architecten en journalisten. Met bijna honderd mensen wordt continu samengewerkt – een coöperatieve praktijk die in Indonesië een lange traditie heeft.
Woordvoerders van de groep hebben verklaard dat zij de Documenta altijd hebben gezien als een parallel universum, en dat zij hun eigen universum daar nu tegenover gaan zetten. “Hacking” noemen ze dat. Als thema hebben zij gekozen voor Lumbung, een woord waarmee de rijstschuur wordt aangeduid die gebruikt wordt voor de voorraad van een gemeenschap. Lumbung staat voor een economisch en artistiek model gebaseerd op het principe van de commons: samenwerking en gemeenschappelijk gebruik van hulpbronnen, productiemiddelen en opbrengsten.
Lumbung houdt een programma in. De belangrijkste kunstexpositie ter wereld anticipeert op een transformatie: ook de dominante cultuur van het westen zal veranderen. Het is onontkoombaar, een andere optie is er niet. De toekomst ruikt naar gevaar.
WILT U DEZE GALERIJ BLIJVEN VOLGEN ?
vul dan uw emailadres in en meld u aan –
u krijgt éénmaal per drie maanden bericht.
vorige edities blog
online galerij
startpagina (info & contact)
Een gehackte Documenta
Wat is er gebeurd met de inmiddels zo vertrouwde hedendaagse kunst, de contemporary art?
Iets paradoxaals: zij behoort alweer tot het verleden. Zij is geschiedenis geworden.
Nu er een dodelijk virus rondgaat, onze zomers heter worden en de toekomst naar gevaar ruikt, lijkt er ineens een tijdperk achter ons te liggen.
Het was een tijdperk waarin de kunst globaal werd. Hedendaagse kunst komt tegenwoordig uit alle delen van de wereld en kan op biënnales en mega-tentoonstellingen altijd en overal gezien worden – dat is de uitkomst van haar recente geschiedenis.
Over deze geschiedenis werden in dezelfde periode twee tegengestelde verhalen verteld.
Voor sommige critici en historici belichaamde de globale kunst een dwingende culturele logica: die van het neoliberale kapitalisme. Er was in hun ogen een mondiale supermarkt gecreëerd van hedendaagse kunstobjecten – objecten die alle dezelfde media delen, dezelfde taal, een zelfde verbeeldingswijze. Door die gedeelde lingua franca werden de mega-tentoonstellingen en biënnales exemplarisch voor een wereldwijde gelijkschakeling van de cultuur. Hedendaagse kunst, zo luidde de conclusie, is op de mondiale markt een merk geworden, een brand.
Zo ongeveer ging het eerste verhaal. Het tweede, omgekeerde verhaal was afkomstig van een van de belangrijkste tentoonstellingmakers van de afgelopen decennia: Okwui Enwezor. Hij beschouwde het globale niet als motor van culturele gelijkschakeling, maar juist als een veld van potentiële diversiteit. Als gevolg van migratie, dekolonisatie en globalisering, betoogde hij, is de hedendaagse kunst sinds de jaren tachtig heterogeen geworden. Haar productie, distributie en receptie voltrekt zich nu simultaan op talloze plaatsen buiten de oude centra van Europa en Noord-Amerika. Nieuwe off-center zones vormen clusters en archipels van denken tegen de grote continentale mainstream. Er is een meervoudige realiteit ontstaan, waarin niemand het laatste woord heeft.
De twee tegengestelde bewegingen die zo werden gesuggereerd maakten in werkelijkheid deel uit van één en dezelfde geschiedenis: die van de economische globalisering. De diversiteit waar Enwezor op doelde kwam dan ook niet voort uit een handvol toevallige plaatselijke tradities, maar uit de onvermijdelijke ontmoetingen en botsingen binnen de geglobaliseerde wereld.
Kunstenaars in de Filippijnen, Maleisië, Indonesië, Thailand, Uganda, Senegal en India waren zeer wel bekend met de globale mainstream, namen er de media en de ’taal’ van over, maar ‘vertaalden’ deze naar plaatselijke idiomen. Hun werk toonde affiniteit met dat van hun collega’s in het westen, maar was gemaakt met het bewustzijn van specifieke historische en geografische condities. Wat ooit gezien werd als culturele periferie nam nu het centrum in zich op, veranderde het, en veranderde daardoor ook zelf.
En het centrum? In Europa en Noord-Amerika daalde langzaam het inzicht neer dat de eigen centrale positie niet meer te verdedigen was, dat de periferie wellicht het eigenlijke centrum was – met andere woorden: men droomde van een omwaardering van alle waarden.
De komende tijd zal niets blijven zoals het was. Neem de “grootste en belangrijkste” mega-tentoonstelling ter wereld: de Documenta in Kassel. Voor het jaar 2022 staat een nieuwe editie gepland, de vijftiende sinds de start van de vijfjaarlijkse manifestatie in 1955. Ditmaal is de artistieke leiding niet zoals gebruikelijk toevertrouwd aan een Europese of Amerikaanse curator: voor het eerst in de geschiedenis heeft men gekozen voor een kunstenaarscollectief. En, ook voor het eerst, voor een kunstenaarscollectief uit Azië.
De verantwoordelijkheid voor deze vijftiende Documenta is in handen gegeven van het Indonesische Ruangrupa, een groep mensen die (zoals de Frankfurter Allgemeine verontwaardigd schreef) niemand kent en die zelf nauwelijks bekend zijn met de Documenta en haar eerbiedwaardige geschiedenis. Wat Ruangrupa meebrengt naar Kassel is een niet-Europese expertise, een niet-Europees perspectief op de wereld en de kunst. In Jakarta beschikt de groep over een voormalig pakhuis met tientallen ateliers, een radiozender, een filmtheater en een bibliotheek. De deelnemers zijn afkomstig uit allerlei disciplines: er zijn beeldend kunstenaars, musici, historici, architecten en journalisten. Met bijna honderd mensen wordt continu samengewerkt – een coöperatieve praktijk die in Indonesië een lange traditie heeft.
Woordvoerders van de groep hebben verklaard dat zij de Documenta altijd hebben gezien als een parallel universum, en dat zij hun eigen universum daar nu tegenover gaan zetten. “Hacking” noemen ze dat. Als thema hebben zij gekozen voor Lumbung, een woord waarmee de rijstschuur wordt aangeduid die gebruikt wordt voor de voorraad van een gemeenschap. Lumbung staat voor een economisch en artistiek model gebaseerd op het principe van de commons: samenwerking en gemeenschappelijk gebruik van hulpbronnen, productiemiddelen en opbrengsten.
Lumbung houdt een programma in. De belangrijkste kunstexpositie ter wereld anticipeert op een transformatie: ook de dominante cultuur van het westen zal veranderen. Het is onontkoombaar, een andere optie is er niet. De toekomst ruikt naar gevaar.
WILT U DEZE GALERIJ BLIJVEN VOLGEN ?
vul dan uw emailadres in en meld u aan –
u krijgt éénmaal per drie maanden bericht.
vorige edities blog
startpagina (info & contact)
online galerij
Een gehackte Documenta
Wat is er gebeurd met de inmiddels zo vertrouwde hedendaagse kunst, de contemporary art?
Iets paradoxaals: zij behoort alweer tot het verleden. Zij is geschiedenis geworden.
Nu er een dodelijk virus rondgaat, onze zomers heter worden en de toekomst naar gevaar ruikt, lijkt er ineens een tijdperk achter ons te liggen.
Het was een tijdperk waarin de kunst globaal werd. Hedendaagse kunst komt tegenwoordig uit alle delen van de wereld en kan op biënnales en mega-tentoonstellingen altijd en overal gezien worden – dat is de uitkomst van haar recente geschiedenis.
Over deze geschiedenis werden in dezelfde periode twee tegengestelde verhalen verteld.
Voor sommige critici en historici belichaamde de globale kunst een dwingende culturele logica: die van het neoliberale kapitalisme. Er was in hun ogen een mondiale supermarkt gecreëerd van hedendaagse kunstobjecten – objecten die alle dezelfde media delen, dezelfde taal, een zelfde verbeeldingswijze. Door die gedeelde lingua franca werden de mega-tentoonstellingen en biënnales exemplarisch voor een wereldwijde gelijkschakeling van de cultuur. Hedendaagse kunst, zo luidde de conclusie, is op de mondiale markt een merk geworden, een brand.
Zo ongeveer ging het eerste verhaal. Het tweede, omgekeerde verhaal was afkomstig van een van de belangrijkste tentoonstellingmakers van de afgelopen decennia: Okwui Enwezor. Hij beschouwde het globale niet als motor van culturele gelijkschakeling, maar juist als een veld van potentiële diversiteit. Als gevolg van migratie, dekolonisatie en globalisering, betoogde hij, is de hedendaagse kunst sinds de jaren tachtig heterogeen geworden. Haar productie, distributie en receptie voltrekt zich nu simultaan op talloze plaatsen buiten de oude centra van Europa en Noord-Amerika. Nieuwe off-center zones vormen clusters en archipels van denken tegen de grote continentale mainstream. Er is een meervoudige realiteit ontstaan, waarin niemand het laatste woord heeft.
De twee tegengestelde bewegingen die zo werden gesuggereerd maakten in werkelijkheid deel uit van één en dezelfde geschiedenis: die van de economische globalisering. De diversiteit waar Enwezor op doelde kwam dan ook niet voort uit een handvol toevallige plaatselijke tradities, maar uit de onvermijdelijke ontmoetingen en botsingen binnen de geglobaliseerde wereld.
Kunstenaars in de Filippijnen, Maleisië, Indonesië, Thailand, Uganda, Senegal en India waren zeer wel bekend met de globale mainstream, namen er de media en de ’taal’ van over, maar ‘vertaalden’ deze naar plaatselijke idiomen. Hun werk toonde affiniteit met dat van hun collega’s in het westen, maar was gemaakt met het bewustzijn van specifieke historische en geografische condities. Wat ooit gezien werd als culturele periferie nam nu het centrum in zich op, veranderde het, en veranderde daardoor ook zelf.
En het centrum? In Europa en Noord-Amerika daalde langzaam het inzicht neer dat de eigen centrale positie niet meer te verdedigen was, dat de periferie wellicht het eigenlijke centrum was – met andere woorden: men droomde van een omwaardering van alle waarden.
De komende tijd zal niets blijven zoals het was. Neem de “grootste en belangrijkste” mega-tentoonstelling ter wereld: de Documenta in Kassel. Voor het jaar 2022 staat een nieuwe editie gepland, de vijftiende sinds de start van de vijfjaarlijkse manifestatie in 1955. Ditmaal is de artistieke leiding niet zoals gebruikelijk toevertrouwd aan een Europese of Amerikaanse curator: voor het eerst in de geschiedenis heeft men gekozen voor een kunstenaarscollectief. En, ook voor het eerst, voor een kunstenaarscollectief uit Azië.
De verantwoordelijkheid voor deze vijftiende Documenta is in handen gegeven van het Indonesische Ruangrupa, een groep mensen die (zoals de Frankfurter Allgemeine verontwaardigd schreef) niemand kent en die zelf nauwelijks bekend zijn met de Documenta en haar eerbiedwaardige geschiedenis. Wat Ruangrupa meebrengt naar Kassel is een niet-Europese expertise, een niet-Europees perspectief op de wereld en de kunst. In Jakarta beschikt de groep over een voormalig pakhuis met tientallen ateliers, een radiozender, een filmtheater en een bibliotheek. De deelnemers zijn afkomstig uit allerlei disciplines: er zijn beeldend kunstenaars, musici, historici, architecten en journalisten. Met bijna honderd mensen wordt continu samengewerkt – een coöperatieve praktijk die in Indonesië een lange traditie heeft.
Woordvoerders van de groep hebben verklaard dat zij de Documenta altijd hebben gezien als een parallel universum, en dat zij hun eigen universum daar nu tegenover gaan zetten. “Hacking” noemen ze dat. Als thema hebben zij gekozen voor Lumbung, een woord waarmee de rijstschuur wordt aangeduid die gebruikt wordt voor de voorraad van een gemeenschap. Lumbung staat voor een economisch en artistiek model gebaseerd op het principe van de commons: samenwerking en gemeenschappelijk gebruik van hulpbronnen, productiemiddelen en opbrengsten.
Lumbung houdt een programma in. De belangrijkste kunstexpositie ter wereld anticipeert op een transformatie: ook de dominante cultuur van het westen zal veranderen. Het is onontkoombaar, een andere optie is er niet. De toekomst ruikt naar gevaar.
WILT U DEZE GALERIJ BLIJVEN VOLGEN ?
vul dan uw emailadres in en meld u aan –
u krijgt éénmaal per drie maanden bericht.