Kunst, een westers idee (nogmaals Kassel)

In september eindigde de vijftiende editie van de Documenta in Kassel. Het vijfjaarlijkse gebeuren was ditmaal een exclusief platform voor kunstenaars uit het deel van de wereld dat wordt aangeduid als het globale zuiden. Als bezoeker werd men dan ook geconfronteerd met werk gemaakt onder omstandigheden waarvan men zich hier, in het globale noorden, nauwelijks een voorstelling kan vormen. Er was een indrukwekkend aantal voorbeelden te zien van kunstenaars die samenwerken in collectieven – en wel uit pure noodzaak, om kunst te kunnen maken (een ruimte te huren, middelen aan te schaffen, voor scholing te zorgen) en om te kunnen overleven.

Het door het Indonesische curatorenteam gekozen thema was Lumbung, een woord waarmee een rijstschuur wordt aangeduid die bestemd is voor de voorraad van een gemeenschap. Lumbung staat voor bundeling van krachten en gemeenschappelijk gebruik van opbrengsten (zie hierover ook mijn eerdere blog over dit onderwerp). In het licht van de tentoonstelling zelf was de strekking van dit thema volkomen duidelijk: die stond niet los van de talloze verslagen over concrete kunstpraktijken in een dikwijls extreem moeilijke realiteit.

Maar in de pers verschenen al snel kritieken die het thema benaderden vanuit een heel andere context, de context namelijk van de ideeën over hedendaagse kunst. De centrale vraag werd nu hoe het vreemde, niet-westerse begrip Lumbung zich tot die ideeën verhield. Was hier sprake van een nieuwe visie, of ging het misschien toch om een al bestaande westerse kunstopvatting?

Het begon met een artikel in de Frankfurter Allgemeine waarin de nadruk op collectief opereren en sociaal engagement weinig revolutionair werd genoemd; het betrof volgens de krant een opvatting die al vaker was gezien in grote internationale tentoonstellingen. Andere kritieken volgden: deze Documenta zou verstikt zijn door een discours dat in feite neerkomt op het recycleren van inmiddels achterhaalde westerse ideeën over kunst.

Er klonk echter ook een heel ander geluid, dat hier te lande werd vertolkt in NRC Handelsblad. De kwaliteitskrant schreef dat de hele machinerie van de Documenta met alle bijbehorende kunstideologieën radicaal ondersteboven was gekeerd, en dat er in deze editie geen plaats was voor….. westerse ideeën over kunst.

Nu heeft het heel weinig zin om ideeën over kunst te willen identificeren als westers of niet-westers. De verwarring in de kritiek legt dan ook een onderliggend misverstand bloot. Het punt is namelijk dit: kunst is een westers idee.

Kunst is een idee dat tijdens de industriële revolutie in Europa is ontstaan, en met het kolonialisme en de globalisering van de economie (en de daarmee samenhangende levenswijze) mondiaal is geworden, thuis is geraakt in de wereld. De artefacten afkomstig uit oude, vóór-industriële samenlevingen mogen wij nu misschien als kunst beschouwen, zij waren het niet in de tijd van hun onststaan.

In de voorbije, niet-kapitalistische wereld bestond kunst alleen in meervoud. Er waren verschillende kunsten, elk met eigen voorschriften en regels, elk met een specifieke plaats en functie in de sociale hiërarchie. Dit veranderde pas in het achttiende-eeuwse Engeland, toen technische veranderingen leidden tot een complete transformatie van de productiemethoden en dus ook van de samenleving als geheel.

Tijdens die zogenoemde industriële revolutie ging men volkomen anders denken over kunstenaars en hun plaats in de maatschappij. De verschillende kunsten (schilderkunst, muziek, theater, enz.) werden nu gezien als praktijken die iets met elkaar gemeen hebben, iets waardoor zij zich onderscheiden van andere menselijke aktiviteiten – iets dat ze tot kunst maakt. Zo werd een nieuw idee geboren.

Er verscheen een kunst die op paradoxale wijze beantwoordde aan de culturele logica van een gemoderniseerde, kapitalistisch georganiseerde samenleving. Wat in die samenleving met haar vergaande arbeidsdeling, specialisatie en vervreemding onmogelijk werd, dat kunnen kunstenaars. Hun kunnen is het tegendeel van wat mensen zich moeten aanleren om te slagen op de arbeidsmarkt. Kunst werd, zoals Adorno het uitdrukte, de maatschappelijke antithese van de maatschappij.

Het idee van de kunst verandert nog voortdurend, krijgt nieuwe vorm en inhoud met ieder kunstwerk dat wordt gemaakt. Want een kunstwerk is meer dan alleen een ordening van woorden, klanken, kleuren, volumes of bewegingen. Het is altijd ook een voorstel over wat kunst kan zijn of zou moeten zijn. 

Als de Documenta deze zomer iets heeft duidelijk gemaakt, dan is het wel met hoeveel energie nu wereldwijd voorstellen worden gedaan over wat kunst kan zijn, zelfs in een realiteit die getekend is door de dagelijkse strijd om het bestaan, wat bijna overal een gevecht is tegen de desastreuze gevolgen van economische ongelijkheid. In Jakarta, Nairobi, Port-au Prince, Gaza en Ségou zijn tal van initiatieven gaande van mensen die met een enorme gezamenlijke inspanning en heel weinig middelen ruimte scheppen voor het maken van kunst.

Hun werk ontstaat echter niet in een exotisch, “niet-westers” isolement; heel vaak hebben deze collectieven contacten (en soms ook activiteiten) elders in de wereld – het bekendste en meest succesvolle voorbeeld is Ruangrupa zelf. Alleen al door hun aanwezigheid in Kassel namen de kunstenaars uit het globale zuiden deel aan een groot internationaal netwerk, en aan een westers kunst-idee.    

WILT U DEZE GALERIJ BLIJVEN VOLGEN ?

vul dan uw emailadres in en meld u aan –
u krijgt éénmaal per drie maanden bericht.

vorige edities blog

startpagina (info & contact)

online galerij

Kunst, een westers idee (nogmaals Kassel)

In september eindigde de vijftiende editie van de Documenta in Kassel. Het vijfjaarlijkse gebeuren was ditmaal een exclusief platform voor kunstenaars uit het deel van de wereld dat wordt aangeduid als het globale zuiden. Als bezoeker werd men dan ook geconfronteerd met werk gemaakt onder omstandigheden waarvan men zich hier, in het globale noorden, nauwelijks een voorstelling kan vormen. Er was een indrukwekkend aantal voorbeelden te zien van kunstenaars die samenwerken in collectieven – en wel uit pure noodzaak, om kunst te kunnen maken (een ruimte te huren, middelen aan te schaffen, voor scholing te zorgen) en om te kunnen overleven.

Het door het Indonesische curatorenteam gekozen thema was Lumbung, een woord waarmee een rijstschuur wordt aangeduid die bestemd is voor de voorraad van een gemeenschap. Lumbung staat voor bundeling van krachten en gemeenschappelijk gebruik van opbrengsten (zie hierover ook mijn eerdere blog over dit onderwerp). In het licht van de tentoonstelling zelf was de strekking van dit thema volkomen duidelijk: die stond niet los van de talloze verslagen over concrete kunstpraktijken in een dikwijls extreem moeilijke realiteit.

Maar in de pers verschenen al snel kritieken die het thema benaderden vanuit een heel andere context, de context namelijk van de ideeën over hedendaagse kunst. De centrale vraag werd nu hoe het vreemde, niet-westerse begrip Lumbung zich tot die ideeën verhield. Was hier sprake van een nieuwe visie, of ging het misschien toch om een al bestaande westerse kunstopvatting?

Het begon met een artikel in de Frankfurter Allgemeine waarin de nadruk op collectief opereren en sociaal engagement weinig revolutionair werd genoemd; het betrof volgens de krant een opvatting die al vaker was gezien in grote internationale tentoonstellingen. Andere kritieken volgden: deze Documenta zou verstikt zijn door een discours dat in feite neerkomt op het recycleren van inmiddels achterhaalde westerse ideeën over kunst.

Er klonk echter ook een heel ander geluid, dat hier te lande werd vertolkt in NRC Handelsblad. De kwaliteitskrant schreef dat de hele machinerie van de Documenta met alle bijbehorende kunstideologieën radicaal ondersteboven was gekeerd, en dat er in deze editie geen plaats was voor….. westerse ideeën over kunst.

Nu heeft het heel weinig zin om ideeën over kunst te willen identificeren als westers of niet-westers. De verwarring in de kritiek legt dan ook een onderliggend misverstand bloot. Het punt is namelijk dit: kunst is een westers idee.

Kunst is een idee dat tijdens de industriële revolutie in Europa is ontstaan, en met het kolonialisme en de globalisering van de economie (en de daarmee samenhangende levenswijze) mondiaal is geworden, thuis is geraakt in de wereld. De artefacten afkomstig uit oude, vóór-industriële samenlevingen mogen wij nu misschien als kunst beschouwen, zij waren het niet in de tijd van hun onststaan.

In de voorbije, niet-kapitalistische wereld bestond kunst alleen in meervoud. Er waren verschillende kunsten, elk met eigen voorschriften en regels, elk met een specifieke plaats en functie in de sociale hiërarchie. Dit veranderde pas in het achttiende-eeuwse Engeland, toen technische veranderingen leidden tot een complete transformatie van de productiemethoden en dus ook van de samenleving als geheel.

Tijdens die zogenoemde industriële revolutie ging men volkomen anders denken over kunstenaars en hun plaats in de maatschappij. De verschillende kunsten (schilderkunst, muziek, theater, enz.) werden nu gezien als praktijken die iets met elkaar gemeen hebben, iets waardoor zij zich onderscheiden van andere menselijke aktiviteiten – iets dat ze tot kunst maakt. Zo werd een nieuw idee geboren.

Er verscheen een kunst die op paradoxale wijze beantwoordde aan de culturele logica van een gemoderniseerde, kapitalistisch georganiseerde samenleving. Wat in die samenleving met haar vergaande arbeidsdeling, specialisatie en vervreemding onmogelijk werd, dat kunnen kunstenaars. Hun kunnen is het tegendeel van wat mensen zich moeten aanleren om te slagen op de arbeidsmarkt. Kunst werd, zoals Adorno het uitdrukte, de maatschappelijke antithese van de maatschappij.

Het idee van de kunst verandert nog voortdurend, krijgt nieuwe vorm en inhoud met ieder kunstwerk dat wordt gemaakt. Want een kunstwerk is meer dan alleen een ordening van woorden, klanken, kleuren, volumes of bewegingen. Het is altijd ook een voorstel over wat kunst kan zijn of zou moeten zijn. 

Als de Documenta deze zomer iets heeft duidelijk gemaakt, dan is het wel met hoeveel energie nu wereldwijd voorstellen worden gedaan over wat kunst kan zijn, zelfs in een realiteit die getekend is door de dagelijkse strijd om het bestaan, wat bijna overal een gevecht is tegen de desastreuze gevolgen van economische ongelijkheid. In Jakarta, Nairobi, Port-au Prince, Gaza en Ségou zijn tal van initiatieven gaande van mensen die met een enorme gezamenlijke inspanning en heel weinig middelen ruimte scheppen voor het maken van kunst.

Hun werk ontstaat echter niet in een exotisch, “niet-westers” isolement; heel vaak hebben deze collectieven contacten (en soms ook activiteiten) elders in de wereld – het bekendste en meest succesvolle voorbeeld is Ruangrupa zelf. Alleen al door hun aanwezigheid in Kassel namen de kunstenaars uit het globale zuiden deel aan een groot internationaal netwerk, en aan een westers kunst-idee.    

WILT U DEZE GALERIJ BLIJVEN VOLGEN ?

vul dan uw emailadres in en meld u aan –
u krijgt éénmaal per drie maanden bericht.