Openingstoespraak bij een expositie van Marleen Kappe en Sigrid van Woudenberg

Utrecht, DAK – 30 september 2021

In het jaar 1681 verscheen in Florence het eerste gespecialiseerde woordenboek van de tekenkunst – Vocabulario toscano dell’Arte del Disegno. De auteur was Filippo Baldinucci, een van de grote erudiete persoonlijkheden van zijn tijd. Verzamelaar van tekeningen en manuscripten, schrijver van een monumentaal werk over de geschiedenis van de toenmalige kunst, adviseur bij de beroemde kunstcollectie van groothertog Cosimo de’Medici.

Wanneer we in dat oude woordenboek het woord tekening opzoeken, disegno, dan blijkt dat tekening voor Baldinucci een synoniem was van lijn of van lijnen (lineamento) – hij legt uit dat men in de kunsten met het maken van een teken-ing hetzelfde bedoelt als met het maken van een teken. Het woord tekening wijst dus terug naar teken (disegno wijst terug naar segno); en de betekenis ervan is dan ook ambivalent: er wordt iets mee aangeduid dat zichtbaar en tegelijk afwezig is: een teken is er, je kunt het aanwijzen, maar het verwijst naar iets anders.  

Dat andere kan bijvoorbeeld een ideaal zijn. William Blake en John Flaxman, kunstenaars die zochten naar waarheid, dachten die waarheid te kunnen vinden in de lijn. Kleur, redeneerden ze, maskeert – kleuren vertellen de waarheid niet. Lijn staat voor puurheid en eenvoud, en dus voor waarheid.

Maar dat strenge ideaal maakte al heel snel plaats voor andere opvattingen. Kunst, dus ook tekenkunst, verandert voortdurend. En in dat proces van verandering neemt de lijn als teken steeds een andere gedaante aan, wordt steeds beladen met andere betekenis. Paul Klee zag lijn als een gebeurtenis in de tijd. Hij heeft het over een punt die begint te bewegen en lijn wordt – kijken naar een lijn, schrijft Klee, is als het maken van een reis – een kleine reis naar het land van dieper inzicht.

Kandinsky ontdekte in lijn een heel andere dimensie, die van muzikale aard was; hij sprak over de “innerlijke resonantie” van de lijn – als kijker kan je die (als je er tenminste voor open staat) alleen gevoelsmatig ervaren, als een ’trilling van de ziel’.

Er zijn tekenaars die niet in lijnen tekenen, die andere tekens gebruiken. Sommigen tekenen door te schilderen. Er zijn tegenwoordig kunstenaars die tekenen door objecten, draden, fotofragmenten met spijkers of spelden aan de muur van de tentoonstellingsruimte te bevestigen. Soms wordt tekenkunst sculptuur of  installatie.   

Voor de expositie die we vandaag openen maakte Marleen Kappe een installatie die de tentoonstellingsruimte in beweging zet. De afgelopen jaren heeft zij in haar werk een bijzondere synthese gecreëerd. Ik zag al eerder werken van haar op papier die ruimtelijke tekeningen zijn, waar lijnen van een tweedimensionale orde onverhoeds overgaan in een realiteit van drie dimensies, alsof er geen grens bestaat tussen werkelijke ruimte en virtuele, fictieve ruimte.

Marleen Kappe -installatie DAK Utrecht – 2021

Op een muur hier zien we vlottende lijnen; een enkele komt los van de muur en trekt zich er weer in terug, lijkt dan met scherpe wendingen dwars door de architectuur te gaan. De muur wordt beeldvlak en lijkt (zoals ieder beeldvlak) er zelf niet te zijn; verspeid over de vloer liggen brokstukken waar weer lijnen op verschijnen, als in witte openingen. De hele ruimte lijkt op drift geraakt, maar in het kunstwerk is de chaos bedwongen, het beeld is stilgezet en buiten de tijd geplaatst, alles stemt overeen en moet zo zijn.

In de installaties van Marleen Kappe is de tekening nooit ver weg, steeds wordt gedacht en gebouwd vanuit de lijn. Ook de andere kunstenaar, Sigrid van Woudenberg, werkt met dat oude teken dat door alle veranderingen heen altijd bij de tekenkunst is gebleven. Lijnen begrenzen velden, geven richting, vormen ritmes, en .. bezetten ruimte, doen ruimte vermoeden, roepen ruimten in herinnering.

Sigrid van Woudenberg – Swimmer (feels like Fire) – siberisch krijt op papier 150 x 195 cm. – 2019

Van Sigrid van Woudenberg is hier een grote tekening te zien met een zee van lijnen – en, bijna aan de rand van het beeld, een zwemmer die over de golven loopt, op weg naar de oneindigheid. We kijken van grote hoogte op hem neer en zien hem minuscuul en nietig in een grenzeloze ruimte.   

Er gebeuren hier dus verschillende dingen tegelijk. De installatie transformeert de werkelijke ruimte, en de tekeningen transformeren hun oppervlak in denkbeeldige ruimten. Wat voor ruimten dat zijn is heel lastig onder woorden te brengen.

Sigrid van Woudenberg – Never forget, yellow and red – siberisch krijt en pastel op papier 150 x 195 cm. – 2021

In een andere tekening van Sigrid is een groot tapijt voorgesteld, we zien het liggen op de vloer van een kamer – horizontaal, maar tegelijkertijd keert het zich naar ons toe en zien we het bijna frontaal tegenover ons, alsof de grillige, rijke decoratieve figuren ons een raadsel voorhouden. Het tapijt verschijnt in verschillende perspectieven tegelijk, alsof de bodem zich buigt en kantelt, alsof we tijdens het kijken in die kamer van positie en van blikrichting veranderen.     

Hoe ik ook probeer die ruimte te beschrijven, hij ontsnapt me en blijft wat hij was: betoverend, geheimzinnig. Het is een ongrijpbaarheid die me ook treft in de kleinere tekeningen die hier te zien zijn. Die tekeningen doen iets: ze werken op de verbeelding, bij mij althans maken ze een stroom van associaties los. Maar door geen van die associaties laten ze zich vangen; wat ik me er ook bij voorstel, ze laten het van zich afglijden en blijven onverstoorbaar waar ze zijn: aanlokkelijk, vreemd, intiem.

Sigrid van Woudenberg – The Eternal Present II – siberisch krijt en kleurpotlood op papier 21 x 29,7 cm. – 2021

Toen ik de vraag kreeg deze tentoonstelling te openen begreep ik van de initiatiefnemers, Chantal Breukers en Jans Muskee, dat zij het idee hadden dat een presentatie als deze, van twee kunstenaars, meer zou zijn dan een presentatie van elke kunstenaar apart. Dat is een interessante gedachte. Want dat meer … wat kan dat zijn?  

Het is in ieder geval niet iets dat de makers van het werk in de hand hebben. Wij, kijkers, voegen iets toe – iets dat meer is of anders dan de makers konden voorzien. Wij voegen iets toe .. we kijken namelijk niet als een soort wandelende camera obscura waar de beelden alleen maar door een lens naar binnen hoeven te vallen. Er zit nog iets tussen, en dat is de werking van de verbeelding. Zonder dat zien we helemaal niets.

En wat de verbeelding doet, dat hebben wij weer niet in de hand. Ze maakt vreemde sprongen, de verbeelding, ze is een oncontroleerbare kracht die zaken aan elkaar knoopt die alleen apart bestonden, die wat we zien en wat we ooit hebben gezien samenbindt, onze indrukken van één kunstwerk versmelt met die van een volgend kunstwerk, zodat iets ontstaat dat volkomen nieuw is.  

De wens die ik deze tentoonstelling dan ook wil meegeven is dat hij tot de verbeelding zal spreken, dat de ziel in trilling wordt gebracht, de lijnen naar waarheid leiden, het inzicht dieper wordt en … dat er iets ontstaat dat volkomen nieuw is.       

WILT U DEZE GALERIJ BLIJVEN VOLGEN ?

vul dan uw emailadres in en meld u aan –
u krijgt éénmaal per drie maanden bericht.

vorige edities blog

startpagina (info & contact)

online galerij

Openingstoespraak bij een expositie van Marleen Kappe en Sigrid van Woudenberg

Utrecht, DAK – 30 september 2021

In het jaar 1681 verscheen in Florence het eerste gespecialiseerde woordenboek van de tekenkunst – Vocabulario toscano dell’Arte del Disegno. De auteur was Filippo Baldinucci, een van de grote erudiete persoonlijkheden van zijn tijd. Verzamelaar van tekeningen en manuscripten, schrijver van een monumentaal werk over de geschiedenis van de toenmalige kunst, adviseur bij de beroemde kunstcollectie van groothertog Cosimo de’Medici.

Wanneer we in dat oude woordenboek het woord tekening opzoeken, disegno, dan blijkt dat tekening voor Baldinucci een synoniem was van lijn of van lijnen (lineamento) – hij legt uit dat men in de kunsten met het maken van een teken-ing hetzelfde bedoelt als met het maken van een teken. Het woord tekening wijst dus terug naar teken (disegno wijst terug naar segno); en de betekenis ervan is dan ook ambivalent: er wordt iets mee aangeduid dat zichtbaar en tegelijk afwezig is: een teken is er, je kunt het aanwijzen, maar het verwijst naar iets anders.  

Dat andere kan bijvoorbeeld een ideaal zijn. William Blake en John Flaxman, kunstenaars die zochten naar waarheid, dachten die waarheid te kunnen vinden in de lijn. Kleur, redeneerden ze, maskeert – kleuren vertellen de waarheid niet. Lijn staat voor puurheid en eenvoud, en dus voor waarheid.

Maar dat strenge ideaal maakte al heel snel plaats voor andere opvattingen. Kunst, dus ook tekenkunst, verandert voortdurend. En in dat proces van verandering neemt de lijn als teken steeds een andere gedaante aan, wordt steeds beladen met andere betekenis. Paul Klee zag lijn als een gebeurtenis in de tijd. Hij heeft het over een punt die begint te bewegen en lijn wordt – kijken naar een lijn, schrijft Klee, is als het maken van een reis – een kleine reis naar het land van dieper inzicht.

Kandinsky ontdekte in lijn een heel andere dimensie, die van muzikale aard was; hij sprak over de “innerlijke resonantie” van de lijn – als kijker kan je die (als je er tenminste voor open staat) alleen gevoelsmatig ervaren, als een ’trilling van de ziel’.

Er zijn tekenaars die niet in lijnen tekenen, die andere tekens gebruiken. Sommigen tekenen door te schilderen. Er zijn tegenwoordig kunstenaars die tekenen door objecten, draden, fotofragmenten met spijkers of spelden aan de muur van de tentoonstellingsruimte te bevestigen. Soms wordt tekenkunst sculptuur of  installatie.   

Voor de expositie die we vandaag openen maakte Marleen Kappe een installatie die de tentoonstellingsruimte in beweging zet. De afgelopen jaren heeft zij in haar werk een bijzondere synthese gecreëerd. Ik zag al eerder werken van haar op papier die ruimtelijke tekeningen zijn, waar lijnen van een tweedimensionale orde onverhoeds overgaan in een realiteit van drie dimensies, alsof er geen grens bestaat tussen werkelijke ruimte en virtuele, fictieve ruimte.

Marleen Kappe -installatie DAK Utrecht – 2021

Op een muur hier zien we vlottende lijnen; een enkele komt los van de muur en trekt zich er weer in terug, lijkt dan met scherpe wendingen dwars door de architectuur te gaan. De muur wordt beeldvlak en lijkt (zoals ieder beeldvlak) er zelf niet te zijn; verspeid over de vloer liggen brokstukken waar weer lijnen op verschijnen, als in witte openingen. De hele ruimte lijkt op drift geraakt, maar in het kunstwerk is de chaos bedwongen, het beeld is stilgezet en buiten de tijd geplaatst, alles stemt overeen en moet zo zijn.

In de installaties van Marleen Kappe is de tekening nooit ver weg, steeds wordt gedacht en gebouwd vanuit de lijn. Ook de andere kunstenaar, Sigrid van Woudenberg, werkt met dat oude teken dat door alle veranderingen heen altijd bij de tekenkunst is gebleven. Lijnen begrenzen velden, geven richting, vormen ritmes, en .. bezetten ruimte, doen ruimte vermoeden, roepen ruimten in herinnering.

Sigrid van Woudenberg – Swimmer (feels like Fire) – siberisch krijt op papier 150 x 195 cm. – 2019

Van Sigrid van Woudenberg is hier een grote tekening te zien met een zee van lijnen – en, bijna aan de rand van het beeld, een zwemmer die over de golven loopt, op weg naar de oneindigheid. We kijken van grote hoogte op hem neer en zien hem minuscuul en nietig in een grenzeloze ruimte.   

Er gebeuren hier dus verschillende dingen tegelijk. De installatie transformeert de werkelijke ruimte, en de tekeningen transformeren hun oppervlak in denkbeeldige ruimten. Wat voor ruimten dat zijn is heel lastig onder woorden te brengen.

Sigrid van Woudenberg – Never forget, yellow and red – siberisch krijt en pastel op papier 150 x 195 cm. – 2021

In een andere tekening van Sigrid is een groot tapijt voorgesteld, we zien het liggen op de vloer van een kamer – horizontaal, maar tegelijkertijd keert het zich naar ons toe en zien we het bijna frontaal tegenover ons, alsof de grillige, rijke decoratieve figuren ons een raadsel voorhouden. Het tapijt verschijnt in verschillende perspectieven tegelijk, alsof de bodem zich buigt en kantelt, alsof we tijdens het kijken in die kamer van positie en van blikrichting veranderen.     

Hoe ik ook probeer die ruimte te beschrijven, hij ontsnapt me en blijft wat hij was: betoverend, geheimzinnig. Het is een ongrijpbaarheid die me ook treft in de kleinere tekeningen die hier te zien zijn. Die tekeningen doen iets: ze werken op de verbeelding, bij mij althans maken ze een stroom van associaties los. Maar door geen van die associaties laten ze zich vangen; wat ik me er ook bij voorstel, ze laten het van zich afglijden en blijven onverstoorbaar waar ze zijn: aanlokkelijk, vreemd, intiem.

Sigrid van Woudenberg – The Eternal Present II – siberisch krijt en kleurpotlood op papier 21 x 29,7 cm. – 2021

Toen ik de vraag kreeg deze tentoonstelling te openen begreep ik van de initiatiefnemers, Chantal Breukers en Jans Muskee, dat zij het idee hadden dat een presentatie als deze, van twee kunstenaars, meer zou zijn dan een presentatie van elke kunstenaar apart. Dat is een interessante gedachte. Want dat meer … wat kan dat zijn?  

Het is in ieder geval niet iets dat de makers van het werk in de hand hebben. Wij, kijkers, voegen iets toe – iets dat meer is of anders dan de makers konden voorzien. Wij voegen iets toe .. we kijken namelijk niet als een soort wandelende camera obscura waar de beelden alleen maar door een lens naar binnen hoeven te vallen. Er zit nog iets tussen, en dat is de werking van de verbeelding. Zonder dat zien we helemaal niets.

En wat de verbeelding doet, dat hebben wij weer niet in de hand. Ze maakt vreemde sprongen, de verbeelding, ze is een oncontroleerbare kracht die zaken aan elkaar knoopt die alleen apart bestonden, die wat we zien en wat we ooit hebben gezien samenbindt, onze indrukken van één kunstwerk versmelt met die van een volgend kunstwerk, zodat iets ontstaat dat volkomen nieuw is.  

De wens die ik deze tentoonstelling dan ook wil meegeven is dat hij tot de verbeelding zal spreken, dat de ziel in trilling wordt gebracht, de lijnen naar waarheid leiden, het inzicht dieper wordt en … dat er iets ontstaat dat volkomen nieuw is.       

WILT U DEZE GALERIJ BLIJVEN VOLGEN ?

vul dan uw emailadres in en meld u aan –
u krijgt éénmaal per drie maanden bericht.