Openingstoespraak bij de expositie ‘Aardse Vensters’ van Loek van Vliet

Baarn, Kasteel Groeneveld – 11 januari 2020

 

Het is nu zo ‘n zes jaar geleden dat Loek van Vliet het plan opvatte om het Europese landschap te fotograferen.

Daarmee begon een lange reis door de ruimte en de tijd – een reis door landen en landschappen en geschiedenissen.

En die reis was onvermijdelijk ook een zoektocht, een artistieke zoektocht – Loek van Vliet is een fotograaf die wil verbeelden hoe het is om in het landschap te zijn, zijn beelden vertolken een ervaring – de ervaring van aanwezigheid in het landschap.

Dat lijkt misschien eenvoudig en vanzelfsprekend, maar is het niet. Want hoe ervaren we landschap?

In ieder geval niet zoals het wordt vastgelegd door de camera; de fotocamera registreert één enkel moment en ons kijken duurt in de tijd. De camera vangt licht dat van buiten komt en door de lens valt – onze waarneming wordt gekleurd door wat we eerder hebben gezien, door beelden uit het geheugen, door wat we geleerd hebben, wat we gedacht hebben en vergeten zijn.

Hoe wij waarnemen blijft daarom altijd een vraag – een vraag die zich niet zomaar laat beantwoorden, maar die wel onderzocht kan worden.

De manier waarop Loek van Vliet naar het landschap kijkt is dan ook niet alleen een zaak van de zintuigen, maar ook van het brein. Zijn kijken is ook onderzoeken, de beelden die hij maakt zijn ook denkbeelden. Als kunstenaar verbeeldt hij een ervaring en – tegelijkertijd – een afstand tot die ervaring. Een afstand tot het onmiddellijke van de ervaring,  – en de afstand die hij neemt is wat genoemd wordt een historisch perspectief.

Door te denken, te lezen, te reizen en tijdens het reizen zijn gedachten te ordenen vormt de fotograaf zich een idee, het mogelijke begin van een beeld. Hoe zou het zijn om verschillende landschappen te observeren vanuit steeds een ander historisch perspectief?

Het is een idee dat hem in staat stelt anders te kijken, anders dan voorheen, en zich af te vragen welke aspecten, welke elementen in het landschap voor dit idee, voor dit beginnende beeld van belang zijn. Dat blijken dan sporen te zijn van steeds een andere geschiedenis: Middeleeuwse bouwwerken, allesverslindende snelwegen, oude mijnschachten. Geschiedenis gestold en zichtbaar geworden in het landschap. Wanneer wij naar landschap kijken, dan kijken we naar onszelf.

Zo reisde Loek van Vliet denkend, kijkend en fotograferend door Europa – en de verschillende manieren van reizen, de gekozen wegen of paden, de traagheid van het gaan of de snelheid van verplaatsing, het wisselend historisch perspectief, dat alles stuurde de ervaring – en niet in de laatste plaats de ervaring van ruimte:

Wat voor ruimte ziet de reiziger om zich heen?

Is het een ruimte die zich voor hem uitstrekt?

Hoe dichtbij of hoe ver weg is de bocht in de weg, de heuvelrand, de horizon?

Is er ruimte en is er tijd voor omkijken?

Voor nogmaals kijken?

Voor het afdwalen, het rondgaan van de blik?

Of ondergaat de reiziger ruimte alleen als een afstand die overbrugd moet worden?

Misschien is de ruimte wel onoverbrugbaar geworden en de wereld die men tegenover zich ziet onbereikbaar….

Als de fotograaf tenslotte, aan het einde van de reis, de gemaakte beelden in zijn atelier terugziet, dan begint het denken weer, maar nu op een andere manier; nu gaat het om beeldend denken, om het vinden van een vorm – een vorm die overeenkomt met de herinnering aan een door het denken gefilterde ervaring.

Het zijn foto’s geworden voor een beweeglijk oog, zogezegd een oog op benen. Door de compositie en een geraffineerde montagetechniek laat Loek de blik van de kijker door de ruimte van het beeld bewegen – stijgend en dalend langs berghellingen gaan, schuin opzij naar de kant van een weg, langs een rotswand de diepte in of omhoog naar een horizon, een hemel.

En wij, kijkers die in een tijd leven waarin algoritmes meer en meer bepalen wat we te zien krijgen en wat niet, een tijd waarin op ieders persoonlijke beeldscherm nog maar in één enkel gezichtspunt lijkt te bestaan, wij worden door dit werk op de proef gesteld.

Want van landschap naar landschap, van venster naar venster, schakelt de fotograaf steeds naar een andere zienswijze, naar steeds een andere ervaringsmodus. Hij nodigt ons uit de wereld te beschouwen vanuit verschillende cultuurhistorische oriëntaties, elke keer met een anders gekleurde blik.

De blik van de pelgrim bijvoorbeeld, de blik van lopend kijken, kijken tijdens de eindeloze voettocht over  weerbarstige paden, in de wetenschap rust te zullen vinden achter de horizon, in de schaduw van een onbekende kerk.

Of de blik van de dichter die een hoge berg beklom en de wereld aan zijn voeten zag – de wereld over-zag.

Of de blik van de moderne reiziger, die oog in oog staat met afwijzende, door menselijk handelen geschonden rotswanden die spleten en gaten vertonen, zwarte openingen waar het oog onontkoombaar naar toe wordt getrokken, en waar men als kijker bijna in lijkt te tuimelen.

Of de hedendaagse blik vanuit een voortrazende auto op de snelweg, een blik die alleen nog diffuse fragmenten ziet, over en door elkaar heen schuivende impressies van ontbonden landschap.

Dat zijn de Aardse vensters, het grote vierluik van indrukwekkende nieuwe landschapsbeelden – die elk voortkomen uit een specifieke ervaring; de ervaring van de fotograaf, zeker, maar – en dat is bijzonder – niet zijn exclusieve ervaring. Het is niet een willekeurige individuele beleving waarvoor hij onze aandacht vraagt, maar een manier van beleven die ook de kijker aangaat.

Want het landschap dat Loek van Vliet laat zien is een historisch landschap, het landschap van een gedeelde geschiedenis, een geschiedenis met vele gezichten.

 

REACTIES

Reacties worden op prijs gesteld – mail uw bijdrage naar wimkranendonk@xs4all.nl

 

WILT U DEZE GALERIJ BLIJVEN VOLGEN ?

vul dan uw emailadres in en meld u aan –
u krijgt éénmaal per drie maanden bericht.