Over tekenkunst

 

In het jaar 1973 vond in het Van Abbemuseum een tentoonstelling plaats met de titel Lof der tekenkunst. In de catalogus schreef Carel Blotkamp met nadruk over ‘autonome tekenkunst’, en het is interessant te lezen wat hij zich destijds bij dat begrip voorstelde.

De negen deelnemende kunstenaars, betoogde Blotkamp, hebben met elkaar gemeen dat zij zich richten op de “basiselementen” van het tekenen, en dat zij de “basismiddelen” ervan zo zuiver mogelijk gebruiken.

Wat verstond hij daar precies onder? “Basiselementen” omschreef hij als punt en lijn; “basismiddelen” als potlood, pen, inkt en papier. Autonome tekenkunst lijkt hij dus te hebben opgevat als een discipline waarvan de essentie zou zijn terug te voeren op het gebruik van enkele specifieke beeldelementen en materialen.

Niet lang erna verscheen in het Parool een artikel van Jaap Bolten, hoofd van het prentenkabinet van de Universiteit Leiden (later zou hij aan diezelfde universiteit tot bijzonder hoogleraar benoemd worden). ‘Het omlijnen van zaken’, schreef Bolten, ‘is voor de tekenkunst weggelegd, terwijl de schilderkunst licht, schaduwen, diepte, kleur en struktuur van het oppervlak invult (…). Steeds verwijst de tekenkunst door zijn gebrekkige nabootsende eigenschappen naar het inhoudelijke (…).’ Tekenkunst had in zijn ogen altijd te maken met het vastleggen van ideeën – en dat lag weer besloten in het lineaire karakter van het medium.

Maar de tijden veranderen, en daarmee de inzichten. Was Bolten er bijna een halve eeuw geleden nog van overtuigd dat tekenkunstmeer naar de symbolische inhoud dan naar het uiterlijk voorkomen’ zou verwijzen, tegenwoordig wordt ook het uiterlijke voorkomen, dus het visueel waarneembare aangewezen als bij uitstek behorend tot het domein van diezelfde kunst. Zo schreef Arno Kramer enkele jaren geleden in het tijdschrift kM: ‘Leren tekenen is beter leren observeren, leren zien. Tekenen kan worden beschouwd als het verlengde van de waarneming (….).’

In hetzelfde artikel merkte Kramer (de tekenaar-dichter die aan de wieg stond van Drawing Centre Diepenheim) nog iets anders op: tekenen, schreef hij, is een medium ‘met vele gezichten’. Tekenen kan lineair zijn of schilderachtig, intiem of bijna wetenschappelijk objectief, klein en kwetsbaar of monumentaal – Kramer kent aan het medium een rijke waaier aan mogelijkheden toe, waaruit blijkt hoe ver zijn visie intussen verwijderd is van de manier waarop de tekenkunst destijds door Carel Blotkamp werd gekarakteriseerd.

Als tekenkunst echter intiem en persoonlijk kan zijn maar ook abstract en objectief, vluchtig en direct maar ook overwogen en gelaagd, tweedimensionaal maar ook ruimtelijk, puur lineair maar ook schilderachtig – als tekenkunst ongeveer alles kan zijn, en beoefend kan worden met elke denkbare techniek, met elk willekeurig materiaal, waar hebben we het dan over? Valt de kunst van het tekenen uiteen in een veelheid van artistieke praktijken zonder gemeenschappelijke noemer? Of is zij in essentie altijd ‘zichzelf’ gebleven? En hoe is dat ‘zelf’ of die essentie dan te benoemen, te denken, te zien?   

In recente beschouwingen van critici en kunstenaars leest men altijd weer dezelfde paradox. Enerzijds wordt geschreven over ‘tekenen’ en ‘tekenkunst’ alsof die woorden verwijzen naar een eenduidig begrip, een aanwijsbare zaak, iets dat gegeven is. Tegelijkertijd wordt gewezen op de diversiteit, de ‘vele gezichten’ en het oneindige aantal mogelijke definities van wat tekenkunst is en kan zijn.

Neem bijvoorbeeld een zorgvuldig geformuleerde tekst die in 2016 verscheen als inleiding bij de tentoonstelling Drawing Front. De auteur stelde vast dat tekenen is uitgegroeid tot een ‘autonome kunstvorm’ en ‘een dynamische discipline, die steeds in ontwikkeling lijkt te zijn en zich als medium telkens opnieuw uitvindt en positioneert (…)’.

Verschillende sleutelbegrippen komen hier samen: kunstvorm, autonomie en medium – medium opgevat als discipline. Een dynamische discipline wel te verstaan, ofwel een discipline die zich als medium voortdurend opnieuw uitvindt ….           

Hoe deze knoop te ontwarren? En als we tekenen een medium noemen, wat is daar dan mee gezegd? Laat ik de volgende keer met deze laatste vraag beginnen.

(wordt vervolgd) 

REACTIES

Reacties worden op prijs gesteld – mail uw bijdrage naar wimkranendonk@xs4all.nl

 

WILT U DEZE GALERIJ BLIJVEN VOLGEN ?

vul dan uw emailadres in en meld u aan –
u krijgt éénmaal per drie maanden bericht.