Drawing Front in de kunstkritiek – een filosofische vraag.

 

Wim Kranendonk

 

Gedurende de eerste helft van 2016 waren onder de naam Drawing Front in heel Nederland tentoonstellingen te zien van hedendaagse tekeningen. Een van de initiatiefnemers was Arno Kramer van Drawing Centre Diepenheim, die vijf jaar geleden ook het grote overzicht All about Drawing samenstelde in het Stedelijk Museum te Schiedam. Evenals bij die gelegenheid werd ook nu op een indrukwekkende manier zichtbaar wat tekenkunst kan zijn.

De kritiek was ook ditmaal zuinig. Het promoten van de tekenkunst zou in de tegenwoordige post-mediale kunstwereld al lang niet meer relevant zijn (Bas Kosters in Metropolis M) en het buiten de deur houden van striptekenaars en tekenaars die naar de waarneming werken zou van een betreurenswaardige benauwdheid getuigen (Gijsbert van der Wal in NRC-Handelsblad).

Over de tekeningen zelf schreef men wat tijdens de tentoonstelling in Schiedam ook al werd opgemerkt, namelijk dat het voor een groot deel ging om werk met een opvallend introvert karakter. Werk waarin niet het zichtbare, niet het zintuiglijk waarneembare is verbeeld, maar iets anders. Dat ‘andere’ wordt in verschillende kritieken opgevat als iets dat aanwezig zou zijn in het hoofd van de kunstenaar (een particuliere fantasiewereld of een bizar gedachtengoed) en dat van daaruit op het papier terecht zou zijn gekomen. De betreffende critici (met name Gijsbert van der Wal, maar ook Rutger Pontzen destijds in de Volkskrant) stelden zich blijkbaar een beweging voor die van binnen naar buiten gaat.

Een omgekeerde beweging beschreef Rudy Hodel, die de ‘hallucinerende dagdromen’ van veel hedendaagse ‘neoromantische’ tekenaars interpreteerde als een vlucht uit de werkelijkheid – dus eerder als een gang van buiten naar binnen (Ons Erfdeel 2012).

In de begeleidende publicatie bij Drawing Front verwoordde Frits de Coninck een andere visie, die meer aansloot bij wat op dit moment gaande is in de kunstwereld, althans bij het deel ervan dat kunst wil zien als een vorm van onderzoek. Hij beschouwde tekenen als “de kortste omweg tussen de particuliere binnenwereld van de kunstenaar en onze buitenwereld.” De hand fungeert daarbij slechts als bemiddelaar, als fysieke uitvoerder van de zichtbare vorm. Het tekenen zelf is in zijn ogen vooral een manier van denken – meer een zaak van het hoofd dan van de hand.

Een dergelijke cerebrale benadering lijkt ook de voorkeur te hebben gehad van de samenstellers van Drawing Front zelf dat werd hen tenminste verweten door Gijsbert van der Wal, die in NRC-Handelsblad protesteerde tegen de in zijn ogen veel te starre grens die men had getrokken tussen verschillende domeinen van tekenkunst: “Ik begin de schetsboek-mentaliteit te missen, de simpele studies van een toevallig stilleven, het uitzicht uit een raam, het eigen gezicht in de spiegel. Het doelloze gedroedel. Ik mis de strips en de modeltekeningen, die niet mogen meedoen (…).”

De genoemde critici hanteerden dus nogal verschillende, elkaar soms tegensprekende kunstopvattingen – zo zou de voorspelbare conclusie kunnen luiden van deze beschouwing.

Maar voorbij de kritiek vraagt de tekenkunst om een theoretische inspanning die minder haastig van aard is. Als tekenen een manier van denken is, dan moet worden nagedacht over tekenen. Daarmee komen we niet verder zolang we blijven vasthouden aan de bekende stereotiepe paren van tegengestelde begrippen zoals denken en waarnemen, binnen en buiten, kunstenaarsgeest en zichtbare wereld.

Een tekening ontstaat niet in de geest, een tekening ontstaat op papier. Of op een muur, of op het beeldscherm, in het zand, in de lucht, maar niet in de geest. Als we het tekenen willen begrijpen als manier van denken, dan moeten we ons allereerst afvragen hoe kunstenaars denken in en met hun kunst.

(wordt vervolgd)

 

Beeldend kunstenaar Guus Swuste heeft gereageerd – lees hier zijn bijdrage.

REACTIES

Reacties worden op prijs gesteld – mail uw bijdrage naar wimkranendonk@xs4all.nl

 

 

 

WILT U DEZE GALERIJ BLIJVEN VOLGEN ?

vul dan uw emailadres in en meld u aan –
u krijgt éénmaal per drie maanden bericht.